Preek Zondag 26

Print Friendly, PDF & Email

Preek Zondag 26
Door Ds. HG Gunnink, gehouden te Bedum, 24.02.2019 

Liturgie

  • Votum + zegengroet
  • Psalm 81:1,2
  • Tien Woorden
  • Psalm 81:3,4,5,6,7
  • Gebed
  • Gezang 32:1,2
  • Lezen Kolossenzen 2:6-15 (12-13!)
  • Tekst ZONDAG 26
  • Bediening van het Woord
  • Psalm 81:8,9,10,11,12
  • Gebed
  • Dienst van de offeranden
  • Psalm 100:1,2,3,4
  • Zegen

Preek

Gemeente van onze Heere, Jezus Christus,  

Zouden er hier wel 10 mensen zitten, die zich hun eigen doop kunnen herinneren? Ik vraag het mij af, want de meesten van ons zijn als baby gedoopt. Er is ons wel over verteld, maar van jezelf weet je daar niks meer van.  

In Kolosse, is het precies andersom. Daar zijn misschien niet eens 10 kinderen, die zich níet kunnen herinneren dat ze gedoopt zijn. Nee, zij kunnen dat waarschijnlijk voor het grootste deel allemaal. Want, zij waren geen baby meer, toen ze gedoopt werden. Dat is dus een heel verschil.  

Maar, hoe groot het verschil ook kan zijn, waar gaat het om, bij die doop? Of je nu als baby gedoopt bent, of dat je als groter kind of volwassene gedoopt bent, dat maakt dan niet uit. Waar gaat het om?  

God bedoelt die doop om ons leven nog nadrukkelijker te laten zijn: ‘wandelen met Jezus Christus’. En wandelen dat is niet een eindje lopen, maar dat is in de Bijbel -het wordt veel vaker gebruikt-, dat betekent: ‘leven, je hele handel en wandel, alles waar je mee bezig bent, of juist níet bezig.’ Leven met de Heere, Jezus Christus, vol vertrouwen op Hem, en in gehoorzaamheid aan Hem. Met Hem. Aan Zijn hand, mag je ook zeggen. Naar Hem luisterend door het leven gaan.  

Of je nou nog in groep 1 zit, of dat je al in groep 8 terechtgekomen bent, of naar de stad gaat, of naar …, of – maakt niet uit waarheen. En als je volwassen bent, tot en met ver in de AOW-leeftijd. Dat is het punt voor iedereen.  

Maar, hoe krijg je dat voor elkaar? Hoe krijg je het voor elkaar dat je, dat je steeds nadrukkelijker, leeft met de Heere Jezus?  

Onder andere – door met je doop aan het werk te gaan.  

Hoe lang is het geleden dat u aan uw doop hebt gedacht?  

Misschien wel een hele poos. Maar toch is de doop iets, daar moet je mee aan het werk. Dat doen we wel, als we zien dat er iemand gedoopt wordt. Dan denk je na over zo’n baby’tje, of als het mag, zo’n volwassene. Maar dan denk je ook vaak aan je eigen doop. Je kunt die doop ook nog directer naar je toe brengen. Door bijvoorbeeld eens één keer in de drie maand het doopformulier te lezen. Of de zondagen over de doop uit de Catechismus. Of artikel 34 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Allemaal mogelijkheden.  

Maar de makkelijkste mogelijkheid is misschien wel deze: door eens wat vaker in de spiegel te kijken. En dan niet om met allerlei gefrutsel enzovoort bezig te zijn. Maar om te kijken naar je voorhoofd. En dan zie je niks… En toch weet je, daar is toen dat water op geweest. Daar, je kunt het aanwijzen, dáár – dat doopwater.  

Kijk eens wat vaker in de spiegel. Want God bedoelt de doop, voor heel het leven, voor elke dag. En daarom wil ik u vanmorgen het Woord van de HEERE bedienen onder het thema:  

God beloofde je bij de doop, -en dat geldt nog altijd-:  

1) vergeving van je zonden 

2) vernieuwing van je leven 

1) Het is, -even weer terug naar Kolosse-, wat is dat een ongelooflijke overgang geweest! Van  
    gevangen, naar bevrijd. In Kolosse zijn ze gevangen, ze leven zonder Christus. Nou ja, maar is het dan zo beroerd? Eten en drinken, vrolijk zijn, ellende die laat je bij je langs glijden, want ja, wat doe je eraan? Je doet er niks aan. Zo leef je daar en dan kom je in gesprek. Een zekere Epafras woont in Kolosse, en een Onesimus is daar ook.  

Of je komt gewoon aan de praat met je buurvrouw, of een goeie kennis. En dan praat je niet alleen maar over het weer, maar ook eens over wat anders. Want, ja, is dat leven nou wel zo geweldig?? 

En dan zegt die buurvrouw bijvoorbeeld: “Ja, maar alleen dat leven met Koning Christus, Die alle macht heeft, dat geeft het leven zin en doel. Nu al.” En dan vraagt ze van: “Ken jij Koning Christus?” Nee. “Nou, daar wil ik je wel over wat vertellen”.  

En zo hoor je, dat alleen het leven met Christus niet alleen op deze aarde van betekenis is. Maar dat het zelfs uitloopt op de heerlijkheid. De allergrootste heerlijkheid die er bestaat en die zelfs eeuwig is.  

En dan kan het gebeuren -als God het geeft-, dat een gevangene (gevangen in zichzelf, gevangen in de gedachten van filosofie, of wat dan ook), dat hij bevrijd wordt en leven mag met Christus.  

Werk van God. Het is God, en anders kan het ook niet, het is God, de Heilige Geest Die mensen tot geloven en tot vertrouwen brengt. Dat is de vorige Zondag, Zondag 25: ‘Waar komt dat geloof vandaan? Dat komt van God de Heilige Geest.’ 

En dan leren ze daar in Kolosse de echte God, de Levende kennen. Ze leren zichzelf ook kennen. ‘Aah, het ging allemaal wel toch?’ Ja, maar ze leren zich nu kennen als: wij waren hopeloos. Maar nu hebben ze weer hoop. Ze waren reddeloos. Nu zijn ze gered. Ze leefden voor zichzelf opstandig. Maar ze zijn nu onderdaan van Koning Christus. Ze schamen zich er niet meer voor. Voor Golgotha, het kruis. De dwaasheid van het kruis. Nee, de heerlijkheid van de Zoon van God, Die Zich gaf. Ze zijn geweldig blij met Goede Vrijdag. Jezus Christus gestorven, begraven, ja, ook om mij.  

En dan schrijft Paulus aan die gemeente in Kolosse, mensen blijf nou geconcentreerd op Christus! En hij zet het in het kader van: ‘en denk nou ook regelmatig terug aan je doop.’ En dan zegt hij het wat anders dan waar de catechismus mee bezig is. Maar hij zegt het vooral op de manier van: ‘gedoopt zijn’, is:  ‘begraven zijn.’ 

Dan moeten we inderdaad even wat anders gaan denken, want wij hebben altijd de beeldspraak over ‘dopen’ – dat is ‘wassen met water’, dat is ‘schoonwassen’. Christus bloed en Geest, die maken iedereen die in Hem gelooft, schoon.  

Ja, dat is duidelijk genoeg, dat weet elk kind. Als je smerig bent, moet je onder de douche of in bad, en dan ben je weer schoon. Water, niet al te koud natuurlijk, maar water – daar word je schoon van.  

Maar je kunt bij water ook nog aan wat anders denken. En daar gaat het over in Kolossenzen 2. Dat is eigenlijk veel griezeliger, in water kun je ook verdrinken. Hoe vaak horen we niet in het nieuws dat weer ergens een auto het water ingereden is. Dat er iemand verdronken is.  

Dopen, denk maar even aan Johannes, die wij ‘Johannes de Doper’ noemen. Dopen is eigenlijk ook ‘onderduwen in het water’. Het is, zo ver onderduwen, dat je geen adem meer kunt krijgen. Dat doet Johannes ‘de Onderduwer’. Die doop zegt als het ware: God houdt ons onder water, zo sterven wij. Wij zijn dan dood voor de zonde. Wij doen niet meer aan de zonde, dat kunnen wij niet meer. De zonde heeft het niet meer over ons te zeggen.  

Je wordt met Christus in dat water begraven. Merkt u dat die beeldspraak heel anders is dan wat wij – heel makkelijk en terecht, want de Bijbel heeft het ook over dat wassen -, wat wij heel makkelijk aan de kinderen duidelijk kunnen maken?  

Maar dit ook! Én wassen, én begraven worden, met Christus. En dat betekent dan dat de zonde helemaal weg is. Je bent voor de zonde, dood. Dus eigenlijk kun je geen zonde meer doen, je bent namelijk met Christus.  

Dan weten wij ook wel dat dat een manier van zeggen is. Want daar lopen we allemaal tegenaan, nou en of, dat we nog wel zonden doen! Maar dan is het punt: die zonde is helemaal weg, vanwege de vergeving van de zonden. Vanwege de kwijtschelding van álle schulden.  

Dus, gedoopt, geweldig!  

Ja, maar, is dat dan: gedoopt en je zit gebeiteld? Zou mooi makkelijk zijn, allemaal gedoopt en klaar. Nergens meer over na te denken. Ben toch gedoopt?? Dus … 

Ja zeker. Maar, broeders en zusters, oude broeders en zusters, en jonge broertjes en zusjes, niet ‘zomaar’. Het gaat hier om geloven! Om echt wandelen met Christus! Echt bij Hem horen! Hem aanhangen, dat is: in Hem geloven.  

Wat betekent dát veel. Want bij de doop mag je altijd denken aan: wat belóóft God veel. Alleen, als iets aan jou beloofd wordt, dan heb je het nog niet. “Over drie maand ben je jarig hè!? Ja, ik beloof dat jij een nieuwe fiets krijgt.” Heb je die fiets dan al? Nee, die fiets is er nog niet. Die is belóófd. Die zúl je krijgen!  

Wat beloofd is, ook door de HEERE God, dat heb je nog niet meteen. Maar God wil dat jij gelóóft, wat Hij belóóft. Geloven is een werk- en een bidwoord. Met werkwoorden moet je aan het werk. En bidden is werken. Een werk- en bidwoord. Want geloof is niet als een computer. Als ik mijn computer aan druk, dan rabbelt dat wat, en dan duurt het even en dan heb ik al die programma’s en dan werkt ie. Geloven zit niet in je mobieltje. ‘Aan’, en hij doet het. Geloof is niet: één keer gedoopt en altijd geregeld.  

Nee, geloven dat is: “God de Heilige Geest, wilt U met mij aan het werk zijn, zodat ik aan het werk ben?” Het geschenk van God, vergeving. Daar hoeven wij he-le-maal niks voor te doen, om het te krijgen. Behalve geloven.  

Vergeving, dat is er niet vanzelf. Dat heeft alles te maken met, wandelen met Christus. omgaan met God, je Vader. Vol verwondering met Hem omgaan. Vragen ook, om een nederig hart, een verslagen hart. En tegelijkertijd: laat mij ook alstublieft juichen over U! 

Geloven, gemeente, het heeft alles te maken met die verbondenheid, met dat samen met Christus zijn. Paulus gebruikt er hele sterke woorden voor: ‘geworteld zijn in Hem’. ‘Gefundeerd op Hem’. ‘Sterk gemaakt door Hem’.  

Dat kan voor sommige mensen een strijd zijn in hun leven. Want ik kan het vanaf de preekstoel makkelijk zeggen: ‘geloven, dat is, dat je in je denken en je willen en je doen, overtuigd bent: ik ben in Christus aan Hem verbonden.’  

Ja maar, hoe vaak loop je er niet tegenaan, dat daar iets wringt. Dat er toch op dat moment net even dat geloven er niet was. Ik kan wel zeggen: elke stap van mijn leven heeft te maken met Koning Christus. En dat is ook zo. Maar daar spoort mijn ervaring lang niet altijd mee.  

En toch, toch mogen we telkens weer die kant op: mijn hele leven, heeft te maken met Christus, met Zijn offer, met de genade van God. Maar ook met Zijn opstanding en Zijn hemelvaart. Met Zijn heilige Geest.  

Als je ’s morgens voor de spiegel gaat staan, en je kijkt naar dat voorhoofd, dan zou je moeten zeggen, vol verwondering: ‘wat een geschenk van God!’ Ja, maar u weet allemaal wel hoe dat gaat, ’s morgens, voor de spiegel. Er zijn morgens bij, dan ben je ervan overtuigd: geweldig! Maar er zijn ook morgens bij, dan heb je er niet eens tijd voor. Dan vlieg je die spiegel voorbij. Of dan is er wat anders, of…  

En daarom, wandelen met Christus. Telkens weer, elk moment: bidden, werken. En vasthouden dat de doop niet een teken is van óns geloof. Maar dat de doop werkelijk laat zien: wat is onze God een genadig God! Denk aan die ondergang in het watergraf. God wil een eind maken aan al je zonden. God wil volledig vergeven, zodat je echt rechtvaardig gerekend wordt. En dat nieuwe leven gaat leiden. God belooft, opdat jij gelooft.  

En in je geloof telkens maar weer … (en laat het tegen je zeggen, als je het voor jezelf niet vast kunt houden), telkens maar weer uitgaat van wat God belóóft, elke dag! 

2) Dan het tweede punt over het nieuwe leven. God beloofde jou / u bij uw / jouw doop voor  altijd de vernieuwing van je leven. Het is: in het water ondergeduwd worden, én omhooggetrokken worden. Het is begraven worden, én levend gemaakt worden.  

In het Oude Testament hadden ze de besnijdenis, stukje vel van de voorhuid, dat moest eraf. Dat had die betekenis van: nieuw leven. En dat moest gebeuren met het oog op het dienen van de HEERE.  

Vergeving én vernieuwing.  

Want, broeders en zusters, dat kun je niet los van elkaar hebben.  

Als wij de boeken van ‘De grijze jager’ lezen, dan staat er achterop: elk deel is los te lezen. Maakt niet uit, je kunt deel 7 lezen en dan deel 1, ze zijn allemaal even mooi. ‘Los verkrijgbaar.’ Maar zo is het dus niet met vergeving en vernieuwing. Die horen absoluut bij elkaar!  

God laat Christus ten ondergaan – kruis. En je vergeving op grond van het kruis, heeft tot gevolg dat jij bezig mag met dat nieuwe leven. Dat wandelen met Christus.  

Dat zijn ook van die moeilijke dingen vaak. Wat merk je nou zo dag en door van dat nieuwe leven? Nou, daar merk je vaak heel veel van, áls je daarop let! Want wat houdt God je vast en zet je telkens weer op Zijn spoor. Twijfel maar nooit aan de macht van de Heere God. Die zo sterk is, dat Hij de dood overwint.  

Het is God de Heilige Geest, die nieuw leven schept. Want heeft uw leven zin? Heeft uw leven een doel? Heeft uw leven toekomst? Ja, dat mag u zeggen! “Ja, inderdaad, mijn leven heeft zin, en doel, en toekomst, dankzij de Heere Christus.”  

In Kolosse, vóórdat ze geloofden, en vóórdat ze gedoopt waren, waren ze van God vervreemd. Kenden ze God niet. Leefden ze op oneindige afstand van Hem. En dan komt het Evangelie, en ze worden helemaal eigen, met God, in Jezus Christus. Ze worden helemaal levend gemaakt!  

Vroeger dachten ze van, zoals we leven, dat ís het. Maar het is ze duidelijk geworden: ‘nee, dat was geen leven.’ We moeten dat andere leven leiden. Leven voor God. Dat leven waar de Bijbel het altijd over heeft. Dat leven van genade. Leven aan de hand van Gods goede wet.  

Ja, ze moesten leren onderhouden, leren doen alles wat God geboden had.  

“Ik ben niet gekomen”, zei de Heere Jezus Christus, “om die wet af te schaffen. Nee, Ik ben bezig om hem te verdiepen.” En dán heb je grond onder je voeten: ‘dit wil God!’ Daar gaat de brief aan de Kolossenzen verder nog over. Hoofdstukken 3 en 4. En dan word je onberispelijk, godvrezend en vroom. Afgestorven van de zonden.  

Als je gelooft. Als je je doop gelovend gebruikt.  

En dan is de vraag voor iedereen hier, voor groot en klein: ‘gebruik je je doop? Doe je dat? Doe je dat genoeg?’ Want als één ding belangrijk is, God wil niet dat wij een, zeg maar, een ‘vanzelf-geloof’ hebben. “Ja, nou – ik hoor bij de kerk, en dan is het voor mekaar toch? Ik hoor ook nog bij de goeie kerk, nou, dan is het helemáál voor mekaar, vanzelf!” 

Nee, vanaf het begin van ons leven, iedereen die gedoopt is, krijgt een heleboel beloften van God. Waar je 100% genoeg aan hebt. Maar als je als baby’tje gedoopt bent, dan moet je bij het groter groeien, die beloften van God gaan gelóven. Gaan vertróuwen, ook op de kracht van de Heilige Geest.  

Je mag van God zijn, dat is duidelijk bij die doop. Maar God neemt jou ook in dienst, en wil je geven wat nodig is om Hem te dienen. Gód belooft, doet dat! Want, broeders en zusters, het gaat niet om: ‘jij moet nou je best doen en jij moet heel veel doen en jij moet alles doen.’ En dan word jij helemaal wanhopig, want daar komt zo weinig van terecht, dat lukt allemaal niet.  

Nee, het gaat juist om het werk van Gód in u. Want als wij dan in zonden vallen. -Daar hebben we allemaal mee te maken!- Dan moet je niet aan Góds genade wanhopen. Moet je niet denken van: ‘nee, nee, nou kan het niet meer. Voor mij kan het echt niet meer, het houdt allemaal op.’  

Nee, aan de genade van God die zo groot is, niet wanhopen. Maar óók niet, -vanwege wat de Heilige Geest belooft-, óók niet doorgaan in de zonde. Zo van, ‘nou ja, goed, ik kan er toch niks aan doen, laat ik er maar mee doorgaan, ach nou ja, waarom ook niet?’. Nee, dan moet je daarmee breken! Want je gelóóft toch, wat God belooft?!  

Je gelóóft toch en je bidt toch, dat God de Heilige Geest met ZIJN krachten je leven in de goede richting wil duwen!? Dat HIJ je leven zin wil geven en doel!?  

Wij zijn gedoopt in de naam van de Vader, en van de Zoon, en van de Heilige Geest. En dat betekent dat het wonder waar is: wij zijn altijd in Goed Gezelschap! Doe maar twee hoofdletters G – Goed Gezelschap! Dat is de G van God. Dat, eerbiedig gezegd, Goede Gezelschap, dat zet ons weer overeind als wij gevallen zijn. Dat laat ons nooit in de steek.  

En wíj mogen het laten zien, hoe heerlijk we het vinden om in dat Goede Gezelschap te mogen zijn.  

Wij weten misschien helemaal niks meer van onze eigen doop. Maar, wie eens gedoopt is, jouw / uw doop gaat nooit meer weg. En daarom hoef je aan de beloften van de Heere God nóóit te twijfelen. Hij belooft, Vader, Zoon en Heilige Geest, Hij belooft: -vergeving, -vernieuwing.  

Kijk maar eens wat vaker in de spiegel. Denk maar eens wat vaker aan je doop.  

AMEN