Preek Handelingen 3:22-26

Print Friendly, PDF & Email

Preek Handelingen 3:22-26
Door Ds. HG Gunnink, gehouden te Mariënberg, 16.06.2019 

Liturgie

  • Votum + zegengroet
  • Psalm 93:1,2,3
  • Tien Woorden
  • Psalm 119:10,11,12
  • Gebed
  • Psalm 37:1,2,3,4
  • Lezen Handelingen 3:1-21
  • Psalm 37:5,6,7,8,9,10
  • Tekst HANDELINGEN 3:22-26
  • Bediening van het Woord
  • Psalm 37:11,12,13
  • Gebed
  • Dienst van de offeranden
  • Psalm 37:14,15,16
  • Zegen

Preek

Gemeente van onze Heere, Jezus Christus, 

Wat is het altijd een prachtig iets als je kinderen en jonge mensen in de kerk ziet. Misschien vinden we dat heel gewoon, op een bepaalde manier: ‘die kinderen horen er toch bij’. Dat is ook zo, maar als je daarover nadenkt, dan is dat een wonderlijk mooi gebeuren.  

Ze horen erbij. Ze doen mee, ze zijn lid van Gods gemeente. En hoe jong ze ook zijn, op bepaalde momenten letten ze ook al op, ze horen wat de HEERE ook tegen hen zegt. 

Maar daartegenover staat dat andere, wat zo verschrikkelijk pijn kan doen. Hoe vaak gaan jonge of oude mensen niet weg, die wel bij de HEERE horen, maar die niet Jezus als de Gezalfde willen erkennen.  

En dat is niet iets nieuws. Maar dat is verdrietig en dat blijft verdrietig. Dan kun je niet zeggen: dat gaat altijd zo, dus … Nee, de ernst daarvan, het verdriet daarvan dat blijft, ook als je ziet dat indertijd bij dat volk van God gezegd werd: ‘nee, dat kan toch eigenlijk niet dat Jezus uit Nazareth zich gelijkstelt aan God?’.  

Denk even terug aan Pinksteren, niet te geloven, op één dag 3000 komen erbij, heel veel. Maar hebt u wel eens gedacht aan die 30.000? Of misschien nog wel meer duizenden die er NIET bij kwamen en die de schouders ophaalden en die er geen belang bij hadden. 

Dat is de reden dat de Heere Jezus nog doorgaat en in onze tekst nog bezig is met het verder werken aan Zijn volk. Ook al willen mensen niet, Hij wil er nog meer bijhalen. En het wordt duidelijk dat het absoluut niet aan Hem ligt. Hij laat het zien. Hij laat het horen. Jezus, de Heere, geneest die verlamde, die kreupele, en iedereen daarom heen, die staat met de mond vol tanden. En die denkt: ‘wat overkomt ons hier?’. En er komt bij dat wonder ook de uitleg, want mensen: ‘het stond immers geschreven?’.  

Vergelijk Lukas 24 waarin zo nadrukkelijk aan de orde is: het hele Oude Testament gaat werkelijk over de Heere CHRISTUS. En dat zien wij opnieuw in onze tekst. 

Ik wil u het Woord van God bedienen onder het thema:   

God eist geloof in Jezus de Gezalfde, Die Hij Zelf heeft aangekondigd als  

1) DE profeet (vss. 22-24) 

2) HET Nageslacht van Abraham (vs. 25) 

3) HET Heil, éérst voor Israël(vs. 26) 

1) God eist geloof, dat is nooit een kwestie van: ‘nou ja, zie maar wat je er mee doet en  
    als het je aanstaat, mooi; en als het je niet aanstaat, even goeie vrienden’. Nee, God eist geloof in Jezus, de Gezalfde, Die Hij Zelf heeft aangekondigd als DE profeet, dat is het eerste, de verzen 22-24.  

Jezus, de Gezalfde, Mozes moet het al over Hem hebben. Want Petrus citeert een tekst uit Deuteronomium 18. “De HEERE zal in uw midden een profeet voor u doen opstaan zoals ik, naar Hem moet u luisteren.” En dan combineert hij dat met nog een andere tekst, nl. uit Leviticus 23. Daar kom ik straks op terug.  

Altijd weer waren er de profeten. Dat was de manier waarop de HEERE contact bleef onderhouden met Zijn volk: via profeten.  

Die profeten hadden het niet alleen maar over de verre toekomst van: ‘er zal nog een keer wat geweldig moois gebeuren’. Nee, ín de situatie van het volk van God kwam via de profeet het Woord van de HEERE naar de mensen toe en de wil van God werd bekendgemaakt. Zijn beloften kwamen aan de orde. Maar veel vaker, omdat het volk dwars was, stelden de profeten aan de orde, dat de HEERE dat absoluut niet nam. Dan ging het over toorn en oordeel.  

Maar het waren profeten van de HEERE en ze spraken de woorden die Gód wilde dat zij spraken. Het was die grote tegenstelling: Israël met profeten van God en ze kwamen uit Egypte en ze gingen naar Kanaän, daar had je ook allerlei profeten, hoor. Maar dat waren profeten van zogenaamde goden, dat waren profeten die van alles en nog wat zelf bedachten of die geïnspireerd werden door de satan, maar in elk geval kwamen die niet met het Woord van God.  

Mozes moet het al tegen Israël zeggen: ‘er zal een profeet komen, een profeet die nog veel intenser het Woord van God laat horen en merken dan hijzelf kon’. De HEERE is heel vertrouwelijk met Mozes omgegaan, dat is een heel bijzondere manier geweest. Hij sprak met hem van aangezicht tot aangezicht, maar als dan die andere Profeet komt …  

Ja, dat is op een veel hoger niveau nog, Die maakt bekend de wil van God over onze verlossing! Die is zelf God en Die spreekt dus inj alles wat Hij spreekt wat God wil. En daarom als die Profeet komt … (u weet natuurlijk al lang dat het gaat over de Heere Jezus), als die Profeet komt, Die eist gehoor, daar moet je naar luisteren. Want je kunt Gód niet laten praten! 

Het begint al met gewone profeten. Als Mozes in opdracht van God aan het woord is, dan EIST God dat het volk luistert. U weet allemaal dat het woord ‘luisteren’ meer betekent dan alleen: ‘de oren open hebben’. Judas heeft ook geluisterd naar de Heere Jezus, maar dat was niet echt luisteren, want hij deed er niks mee.  

Net als onze moeders en onze vaders zeggen: ‘wil je nou even luisteren’, dan betekent het: je moet nog even wat gaan doen natuurlijk. Het kind kan welzeggen: ‘ja, ik heb u echt wel gehoord hoor’, ja, dat zal waar zijn, maar als je er niks mee doet … 

Gehóór geven aan de profeet door God gestuurd! En dan komt dat, en misschien is het wel schokkend voor u, dan komt daar achteraan dat vers 23. In onze ogen en in onze tijd in elk geval, past dat eigenlijk helemaal niet meer. 

Er wordt eerst gezegd: ‘er komt een profeet’. En dat is allemaal mooi, dat is geweldig zelfs. En dan, maar dan komt opnieuw Gods Woord daar achteraan, om te laten merken hoeveel ernst het God is. Want aan de woorden uit Deuteronomium 18 koppelt Petrus woorden uit Leviticus 23. Die gaan over de Grote Verzoendag.  

‘Als je je op de Grote Verzoendag (dat was dé speciale dag voor het volk van God), als je je op die dag niet verootmoedigt, als je dan niet als klein mensje gehoorzaam naar de tabernakel of de tempel komt en voor de HEERE gaat staan, dan moet je van je volksgenoten worden afgesneden’, staat daar. Dan hoor je er niet meer bij, dan wil God je niet meer.  

Dat verootmoedigen had onder andere hier mee te maken: je mag op die dag absoluut geen werk doen, want dan trek je je er niks van aan dat het Grote Verzoendag is. Op die dag moet alles in het teken staan van de HEERE en van Zijn genade en Zijn liefde en Zijn trouw.  

En ga je dan wél aan het werk, dan is dat een heel duidelijk bewijs van: ‘de HEERE kan me nog meer vertellen, ik trek me er niks van aan’. Doe je wél werk, dan verspeel je zelfs het recht om te leven met de HEERE. Een erger oordeel bestaat niet, afgesneden of uitgeroeid.  

Dat was de ernst al in het Oude Testament. Maar die ernst van toen, die laat Petrus in opdracht van de Heere Christus zelf horen. Dat heeft Petrus niet zélf zitten te bedenken. Dit zegt hij, geïnspireerd door de Heilige Geest van Christus. En die ernst van tóen geldt nú in verband met de woorden van de profeet, van Jezus, de Gezalfde. Owee, als je Hem geen gehoor geeft. Als je Hem geen gehoorzaamheid bewijst. Ook Jezus Christus eist een luisterend oor en leven.  

Dat eist Hij van jongelui van 16-24 jaar. Hij zegt: ze moeten in de richting van het avondmaal. Maar die echte erkenning eist Hij ook van ouderen en van jongere kinderen. ‘Ik ben de Redder’, en dat is niet alleen maar: ‘verlost ván’, dat is ook: ‘verlost tót’. ‘Verlost ván de zonde’ en ‘verlost tót dienst, om te dienen’. Dat door zijn Geest en Woord je leven werkelijk beïnvloed wordt, omdat Hij voor 100% recht op je heeft.  

Hij is immers tot het uiterste gegaan. De dood aan het kruis. Grote Verzoendag, Goede Vrijdag, dat kun je wel onthouden. GV = GV – Grote Verzoendag = Goede Vrijdag. Want waarom, waarom zou iemand die niet naar Jezus, de Gezalfde, luistert nog genade en leven krijgen? Misschien begrijpt u nu ook waarom ik Psalm 37 helemaal laat zingen. Dat is, omdat er in die Psalm zo heel nadrukkelijk tegenover elkaar gezet wordt, degene die God dient, dat is geen volmaakte, maar wel degene die God zoekt en God dient. En degene die God de rug toekeert en dat gaat niet over mensen die nog nooit van God gehoord hebben. Maar dit is een Psalm voor, bínnen de gemeente van God in het Oude Testament. En net zo goed in het Nieuwe Testament.  

Als je niet naar de Heere Jezus wilt horen en aan Hem geen gehoor wilt geven, dan moet je zelf opdraaien voor de straf op je zonden. Het is nóg altijd de hoogste ernst. Dat is niet alleen Oude Testament, maar net zo goed Nieuwe Testament.  

En waarom wordt dat zo heel sterk benadrukt? Juist om de genáde in het licht te stellen! Juist om daarop te hameren! Het is 100% zeggen we dan, dat is dan alles, Maar je mag ook zeggen: dat is 100.000 miljoen procent genade. Je hoeft niet voor een minimale hoeveelheid je eigen last te dragen en je eigen redding te verzorgen.  

De liefde van God in Christus is zó groot, dat Hij werkelijk de volmáákte Zaligmaker is. Denk maar aan die woorden van het avondmaalsformulier, ‘een volkómen verzoening van al onze zonden!’. Niet voor 99,9% en dat ik dan ook voor een heel klein beetje mijn best moet doen en dat het dan pas goed is. Nee he-le-maal Hij!  

En juist omdat dit zulke moeilijke dingen zijn om die te aanvaarden, is het zo belangrijk na Pinksteren, om altijd weer te bidden om het werk van God, de Heilige Geest. Want Die, Die kan deze moeilijke dingen ons in het hart brengen en ons zover brengen dat we zeggen: ‘ja, ja, dit geloven wij!’. De Geest van Christus, Die zal het moeten doen.  

Maar Die wil het dan ook doen! Denk aan de beloften. Mozes wees al naar Christus Zelf. Net als die andere profeten vanaf Samuel. Het klinkt misschien een beetje vreemd dat Samuel het begin is, maar dat heeft te maken met de volgorde van die Bijbelboeken in de Hebreeuwse Bijbel. Samuel is het centrum van de zogenaamde ‘vroege profeten’. Die zijn Jozua tot en met 2 Koningen. Daarom wordt Samuel hier genoemd. Samuel, die op een heel speciale manier verbonden is aan David, de voorloper van de Gezalfde. En dan ook nog al de andere profeten na hem.  

Mondeling en schriftelijk, al die Bijbelboeken. Het is telkens weer, hoor: ‘DE profeet, Die zal komen! Wil je weten over redding? Hij!! Zo komt dat toe naar het volk van God daar in Jeruzalem vlak na dat wonder. Zodat ze het geloven gaan, Jezus de Gezalfde, Die is DE profeet.  

Broeders en zusters, daar moet echt Gods Geest voor aan het werk gaan, om dat in het hart van die mensen te krijgen. Dat is niet een kwestie ‘vanzelf’, of: ‘nou ja, dat snappen we wel; ja, ja, dat zit ook wel logisch in mekaar’. Nee, dat is werkelijk de zaak van geloven!  

Dat wonder, God de Heilige Geest, Die mensen bewerkt die eerst heel afstandelijk er tegenover stonden, dat die dán gaan zeggen, inderdaad, het stond al in het Oude Testament. Jezus, de Gezalfde, Die nu via zijn Geest aan het werk is vanuit de hemel. Hij eist gehoor, opdat men leven gaat voor God. 

En dan kennen wij het woord ‘hallelu-jah’. Dat betekent: ‘jullie moeten Jahwe prijzen’. Dat mag in het Nieuwe Testament worden: ‘hallelu-Jezus’. Jullie moeten Jezus, de Gezalfde prijzen! 

2) En dan het tweede punt. God eist geloof aan Jezus, de Gezalfde. Want Hij heeft  
    Hemzelf aangekondigd als HET Nageslacht van Abraham. Kijk, die mensen die dat wonder meegemaakt hebben, die zijn echt van streek. Die zijn van de kaart, want dat kan toch helemaal niet …!? Iemand die vanaf zijn geboorte kreupel is. Denk maar aan iemand met een half armpje of zo. Deze man had een half been, die kon er niks mee. Of het was een been waar geen kracht in zat, dat hing er wat bij, hij kon nooit er wat mee. 

Hij lag als baby in de wieg en het beentje dat zwabberde er maar wat bij, maar deed niks. En toen hij groter werd …, hij werd gedragen naar De Poort. En: ‘geef mij een aalmoes, een liefdegave alstublieft’. En nu zien ze hem daar lopen en springen! Wij kennen die geschiedenis, wij weten dat het zo gegaan is. Soms is het goed om je even zoiets voor te stellen. Stel je voor, dat hij voor de kerk zit en daar gebeurt zo’n wonder …! 

En nu zegt Petrus: ‘jullie die van de kaart zijn, jullie zijn nakomelingen, kinderen van de profeten’. En dat ‘kinderen van’, dat betekent: ‘jullie horen toch bij die profeten?’. Die sprekers van God, die richten zich toch telkens ook tot jullie. Wat een voorrecht was dat! God sprak hen aan! En tegelijk weer, denk aan het vers 23, wat een verantwoordelijkheid! Dan kun je dus niet langer zeggen: ‘ik doe mijn oren dicht’. Nee, God spreekt, en ze zullen voorbeelden moeten zijn als het gaat om geloof in God en geloof in Jezus. ‘Jullie zijn bondelingen’, zegt Petrus dan óók nog.  

Echt, God geeft van harte om jullie! Met de meest grote toezeggingen komt God naar jullie toe, voor het leven, dat zit ook door die hele PSALM 37 heen, van de gelovige. Ja,  er kan van alles zijn, maar als die band met God goed is, dan is het verder ook goed. En dan kun je zitten te huilen en nóg zeggen: ‘het is goed!’. 

Toezeggingen voor leven en voor sterven: jullie horen helemaal bij God. God kiest uit, God wilde dat! Adam, kind van God, zo staat dat in Lukas 3. Noach, beschermd door God. Abraham, in coma door God aan Zich verbonden met die verbondssluiting. En het gaat verder met Abram, Isaak, Jacob, 12 zonen. Enzovoort. Via hen wil God Zijn doel bereiken: Jezus de Gezalfde, voor het volk van Abraham is Hij HET! Drie hoofdletters, H-E-T, HET nageslacht.  

Die belofte aan Abraham, die wordt regelmatig herhaald in het Oude Testament. Bijvoorbeeld na het offer van Isaak, zoals wij dat noemen, Genesis 22:18. Maar eigenlijk loopt dat het hele Oude Testament door.  

Hier past Petrus die belofte toe. Abraham, die Ene, die afstamt van jou, het Nageslacht. Paulus schrijft later in Galaten er ook zo over. Door Hem zal God zegenen alle geslachten van de aarde. Mensen, van wat voor ras ook maar, mogen delen in de zegen van de verzoening, in de zegen van de liefde van God. Mogen samen met God optrekken, nu en eeuwig.  

Geliefd door God dankzij HET nageslacht, Jezus, de Gezalfde. Ook hier in … Voor ouderen, voor jongeren, voor kinderen. HET nageslacht van Abraham, de zegen!  

En dat gaat de breedte van de wereld over. Dat hebben ze in Handelingen 3 nog helemaal niet door, dat het werkelijk overal heen zal gaan. Maar het komt wel, want de HEERE is aan het werk.  

God overziet alle geslachten. Als Jezus, de Gezalfde, over een poosje, vanuit de hemel door Zijn Geest aan het werk blijft en dan de mensen ook verder stuurt dan alleen naar het volk van Abraham, krijgen de niet joden het evangelie te horen. Dat is eerst onwennig: ‘hoe zit dat nu, want wij zijn toch het volk van Abraham? Die anderen toch niet?’ Nee, dat is zo. Maar de HEERE wil verder. En dan moet, ook als het evangelie naar de niet-joden klinkt, dan moet ook vanuit de joden, het eigen volk van God, klinken, Hallelu-Jezus. ‘Laten we Jezus, de Gezalfde prijzen’. Het is niet alleen het ene volk, maar alle geslachten van de aarde.  

3) God eist geloof in Jezus, de Gezalfde. Hij heeft hem aangekondigd als HET heil, als DE zegen, eerst voor Israël. Nog een keer spreekt Petrus heel direct de mensen daar in Jeruzalem aan. ‘Voor jullie eerst heeft God Zijn kind, Jezus, laten komen’. Dat is een bewijs van Gods speciale liefde voor Zijn volk. Maar die uitdrukking ‘Zijn Kind, Jezus’ geeft ook van de kant van God aan: ‘Hij is de Uitgekozene; Mijn zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb’.  

De speciaal Geliefde, éérst naar jullie toe. Wat was het bijzonder! Maar u weet ook, dat als je zegt: ‘éérst dit’, dat er dan achteraan komt: ‘en vervolgens of daarna dat’. Dat is Handelingen 2, 3, 4 tot en met 8. God bezig met het oog op Zijn eigen volk. Want voor ons staat het volk Israël, misschien wel op grote afstand, en er is ook afstand gekomen. Toch zijn er nog nakomelingen van Abraham en God wil hen blijven zegenen.  

Hoort u, hoe groot en hoe bijzonder dat is? Want op welk moment zegt Petrus zulke dingen? Dat is op het moment, dat de meeste van deze mensen nog niet eens goed door hebben, wat het betekende dat ze een aantal weken daarvoor riepen: ‘kruisig Hem!’.  

En nog dichter bij: op de eerste Pinksterdag waren ze zover, dat ze zeiden: ‘ach dat volk is dronken’. En nu zien ze dit wonder, en ze hebben grote vragen: ‘hoe kan dit?’ Er is nog niet meteen geloof, er moet eerst gewerkt worden door de Geest. Maar God zegt Zijn heil al toe. De zegen van de vergeving van de zonden door Jezus, de Gezalfde. De zegen van het leven met God. Zegt Hij toe aan al die mensen die daar zijn, al die bondelingen, al die nakomelingen van Abraham.   

En nodig is, dat ze weggaan bij hun slechte daden. Het gaat niet om, zeg maar: stelen, en overspel en dat soort. Nee wat is: ‘weggaan bij hun slechte daden’? Dat ze zich van die Jezus niks aantrekken. Dat is hun allerslechtste daad. En kunnen ze dat dan? Wie kan tot bekering komen? Het gaat ook hier weer om de krachten van God, de Heilige Geest. Door die Geestkracht zullen ze niet langer weigeren om Jezus te erkennen, als de Gezalfde. Niet langer de oren dicht, maar zo wijd mogelijk de oren open.  

Als kinderen een olifant gezien hebben, dan zien ze natuurlijk een paar bijzondere dingen. De slurf van die olifant bijvoorbeeld. Maar ook de oren van de olifant. Want dat zijn ongelofelijke flaporen, zo groot! Nou, eigenlijk moeten wij met olifantsoren luisteren, heel goed, zo wijd mogelijk open, want HET heil Jezus Christus, dat is zo geweldig!  

Bij Hem, en bij hen, die predikers, die apostelen, daar moet je zijn! Zegen is, waar zij spreken. Niet langer bij de farizeeën, niet langer …, ja, priesters zijn er nog wel. In die tijd mochten ze echt nog wel naar de tempel toe, maar de leer van de farizeeën en de sadduceeën, daar moesten ze bij weg.  

En ze moesten zijn bij die Galileeërs? Dat zijn toch Galileeërs? Ja, inderdaad. Maar zij zijn de door God geroepenen en bij hen en door de krachten van de Geest is er het ware geloof in HET heil.  

Zegen, voor zulke mensen! Hoe wonderlijk genadig is God! En wat is en blijft het belangrijk, als je terugdenkt aan het begin van de preek. Het evangelie gaat de wereld over. Twee mensen, de één hoort, de ander weigert. Laten we, én voor onszelf, én voor al die mensen om ons heen, laten we blijven bidden om het werk van God, de Heilige Geest, in opdracht van de Heere Christus.  

AMEN