Preek Zondag 26

Print Friendly, PDF & Email

Preek Zondag 26
Door Ds. HG Gunnink, gehouden te Emmen, 14.07.2019

Liturgie

  • Votum + vredegroet
  • Psalm 105:1,2
  • Gebed
  • Psalm 105:3,4,5
  • Lezen
    • NGB artikel 35 (tot: “Daarom geloven wij …”)
    • Handelingen 22:1-21
    • D.L. V, 1,2,8
  • Tekst ZONDAG 26
  • Bediening van het Woord
  • Psalm 51:1,2,3,4,5,6,7
  • Geloofsbelijdenis
  • Psalm 105:20
  • Gebed
  • Dienst der offeranden
  • Psalm 105:21
  • Zegen

Preek

Gemeente van onze Heere, Jezus Christus,  

Ja, de apostel Paulus die kan precies vertellen, hoe het allemaal gegaan is, toen hij gedoopt werd. Maar wij, ik denk dat de meesten hier als kind gedoopt zijn, en daar weet je helemaal niks meer van. Je was er wel bij, maar je was nog zo klein. Je weet alleen maar van die doop, omdat moeder of vader daarover verteld heeft. “Ja, jij bent gedoopt echt waar, zeker weten. Dat was daar en dat was toen en dat heeft die dominee gedaan.” Maar omdat wij daar zelf niks van weten, kan het zomaar dat wij die doop die God liet bedienen, vergeten. Dat we daar niet zoveel mee bezig zijn. En dat is niet goed, want, God de Heilige Geest wil de doop gebruiken en Hij wil ook dat wíj onze doop gebruiken. 

Denk maar even aan Luther, die deed dat op zijn manier. Kijk, wij hebben een computer met een beeldscherm of een smartphone of zo’n tablet en die hebben een screensaver. Die had Luther nog niet. Maar Luther schreef op zijn bureau: ‘ik ben gedoopt’. En waarom deed hij dat? Omdat elke keer als de duivel hem aanviel en hem dwars zat, dat hij dan daarnaar keek en dan wist hij het weer: ‘ik ben van God’.  

Het is nodig om te denken aan, en om te denken om, onze doop. En daarom bedien ik u vanmorgen het Woord van de HEERE onder het thema:  

God onderwijst en garandeert met de doop, wat Hij allemaal belooft  

1) Zijn beloven eist ons geloven  

2) Zijn beloven komt van boven  

God onderwijst en garandeert met de doop wat Hij allemaal belooft. In de eerste plaats zijn beloven eist ons geloven. Die doop, dat is eigenlijk heel makkelijk. Water. En water gebruik je om schoon te maken. Je komt thuis van buiten spelen – hup onder de douchte, en even later, schoon, je glimt er over. Dat kan iedereen snappen, grote mensen, maar kinderen ook.  

Dat kan iedereen snappen. En dat stond in artikel 33 NGB. Gód geeft de sacramenten. Ook de doop. Dat is Zijn goedheid: ‘onze góede God geeft ons de sacramenten’. En God is zo goed, Hij doet het heel simpel, dat kan iedereen snappen toch – water: schoonmaken.  

Als je dat hoort moet je je eigenlijk schamen. Want wat zijn wij een botterikken. Sommige dingen komen maar heel slecht bij ons binnen. “Ik heb het toch al zo vaak gezegd”. Zo ook het Woord van de Heere: ‘Ik heb het toch al zo vaak beloofd, nou weet je het toch wel!?’  En als je het dan nog niet weet, dan geeft onze goede God een sacrament en dat is eigenlijk een plaatje; dat is om naar te kijken. Zo wil God ons geloof sterker maken, zodat we zeggen: ‘ja! Ja, HEERE zo is het. U hebt het inderdaad gezegd. U hebt het beloofd’.  

Want bij de doop gaat het om verduidelijking en nog eens een keer extra nadruk, dat je de Heere, Jezus Christus, en Die gekruisigd, telkens weer voor de aandacht hebt. Woord en sacrament gaan over hetzelfde, Zondag 25. Die gaan over: God werd mens, om ons te redden van de zonden, waar we nota bene zelf de schuld van hebben. 

En de doop die betekent net als het Woord het zegt: ‘wij kunnen bij God niet horen behalve als God zelf radicaal ingrijpt’. En dat doet Hij. Onder andere met die doop, wij noemen dat dan de ‘heilige doop’. Niet dat dat water opeens bijzonder wordt, nee, het blijft heel gewoon water, maar bij ‘heilige doop’ betekent ‘heilig’: van God afkomstig, door Christus ingesteld.  

En wat gebeurt er dan, als je gedoopt wordt? Dan wordt er gezegd: ‘Ik doop je in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, Mattheüs 28. Ik doop u in mijn Naam’. En dat betekent: ‘neem je helemaal voor Mijn rekening. Van het begin van je leven tot voorbij het eind van je leven hier op aarde’. Kijk dat is de belofte in de doop: ‘Ik neem je voor Mijn rekening’. Wat wil je nog meer?  

Of Marcus 16, ‘Zalig is de gelovige die gedoopt is’. Zo zéker als je gedoopt bent! Als je vader en moeder dat vertellen, dan is het toch zo. Je bent gedoopt. ‘Zo zéker als je gedoopt bent, nèt zo zeker is het, dat die zonden niet meer tussen Mij, de heilige God, en jou, zondig mens instaan. Al die slechtheid van jou, al dat beledigen van Mij de HEERE, is toch geen reden meer, dat Ik eeuwig tegen je toorn, want, Jezus Christus! Want Jezus Christus én volmaakt gehoorzaam én de straf heeft Hij ondergaan’.  

Dat is zo’n heerlijke, zo’n geweldige belofte bij die doop. 

Maar dan moet nu de vraag gesteld: ‘wat doe jij met die belofte? Wat doe jij met je doop?’ Want de doop dat betekent níet: ‘ik hoor bij de gemeente van Christus, ik ben kind van God en nu heb ik een reisverzekering voor heel mijn leven en zelfs tot in eeuwigheid, het komt altijd goed’.  

Nee. Gods beloven eist ons geloven! God wil dat wij ‘ja-zeggen’ of sterker nog, dat wij ‘ja-leven’. Dat we altijd uitgaan van, en altijd reageren met: ‘zo is het, HEERE! Alleen de door U gestuurde Redder redt! Alleen Zijn reddingswerk brengt thuis! Alleen Hij!  

Denk maar aan de tijd van de catechismus, dat was de tijd van de grote Reformatie. In die tijd had je de vijf Sola’s, vier daarvan mag je thuis opzoeken. Maar het gaat nu over die ene, dat is eigenlijk geen ‘sola’ maar ‘solus’, ‘solus Christus’. Dat betekent: ‘alléén Christus!’ Niet: Hij een heleboel en ik ook een klein beetje. Niet: Hij het fundament en als ik goed en netjes leef en naar de kerk ga en bid en bijbel lees, dan presteer ik ook wat. Nee, dat was nou typisch de roomse leer die de Catechismus afwijst. ‘Hij, en ík óók nog wat’.  Absoluut niet! Want, Jezus Christus heeft ALLES gedaan. En als je dat gelooft, dan neem je alleen maar aan wat Hij deed. Want de doop is niet een schouderklopje voor degene die gedoopt wordt: ‘keurig, goed zo, jij doet het echt goed!’ Nee. 

De doop is extra bij het Woord. Let altijd weer op Jezus, de Gezalfde. En geloof in Hem. Jij bent vaak ongehoorzaam. Denk dan om Zijn gehoorzaamheid. Denk om Zijn kruis. Hoe kan er vrede met God zijn voor een zondaar? Alleen door Hem!  

En het wordt, broeders en zusters, eigenlijk nog duidelijker als je let op de eigenlijke betekenis van het woord ‘dopen’. Dopen is eigenlijk niet: wassen. Dat mag je ervan maken, dat is eraan verbonden, dat doet de Catechismus helemaal terecht. Maar de eigenlijke betekenis is ‘onderdompelen, onder water duwen, kopje onder doen gaan’. En dan weet je wel, als iemand – je bent in het zwembad aan het spelen, en iemand duwt je kopje onder, dan moet dat niet te lang duren want dan…, dan krijg je geen adem meer dat is niet best. 

Johannes, wij noemen hem altijd: ‘Johannes de Doper’. Maar je mag ook zeggen:  ‘Johannes de Onderduwer’. Die deed dat in de Jordaan en het gebeurt nog altijd zo in warme landen. De dominee neemt dan de dopeling mee het water in. Kijk, een baby’tje die gaat niet onder water. Maar als het een grotere is, dan halverwege de rivier, duwt de dominee de dopeling kopje onder. Dat betekent, dat staat in Romeinen 6, degene die onder geduwd wordt, die sterft met Christus. Ondergeduwd, je krijgt geen lucht meer, dat is, een soort sterven. 

Maar dan trekt de dominee de dopeling weer omhoog. En dan mag zij of hij leven met Christus. Sterven met Christus. En dan is alles goed. Leven met Christus, ja, daar ben je toch voor bedoeld!  

Alleen, bij Johannes staan er ook mensen die alleen maar op een afstandje wat toekijken. ‘Nee Johannes, ik ga niet met jou dat water in, ik doe dat niet. Dat is voor mij niet nodig. Ik ben kind van Abraham. En ik kom zeker goed terecht’.  

Maar je móest gedoopt worden en je móet geloven, wat God beloofd. Er is nooit vanzelf gered worden. Dat was ook die roomse afwijking, automatisch ‘ex opere operato’, dat hebben de ouderen nog wel geleerd op catechisatie: ‘door het gewerkte werk’. Alleen die doop was voldoende voor de redding. Nee, zei de Reformatie. Je moet geloven, wat God beloofd! En wie gelooft en doordenkt over zijn doop, die mag het zeker weten, God redt mij, dankzij Jezus Christus alléén! 

2)En dan het tweede. God onderwijst en garandeert met de doop wat Hij belooft, Zijn beloven komt van boven. Wij worden gedoopt in de naam van de drie-enige God. Vader, Zoon en Heilige Geest. God de Vader zorgt voor Zijn kinderen. God de Zoon bevrijdt van schuld, en, -maar wees nou eens eerlijk, blijft het daar soms niet bij-? Wij zijn dankbaar voor de zorg van God. We zijn heel dankbaar voor de vergeving, dankzij de Heere, Jezus Christus. 

Ja, maar ook God de Heilige Geest belooft! Hij belooft, denk maar aan het doopsformulier, dat Hij in ons wil wonen en werken. Dat Hij ons tot levende leden van Christus wil maken. Dat Hij ervoor wil zorgen dat wij krijgen wat Christus voor ons verdiend heeft, dat de vuilheid van de zonden weg is en dat wij elke dag met Christus leven. Ook die belofte, hoort gelukkig, Gód dank, helemaal bij die doop. En wat hebben we ook die belofte van het werk van God de Heilige Geest hard nodig. Want, schoon – ja, dat is mooi. Maar dan moet je ook schoon blijven! 

Zaterdagavond in bad of onder de douche, mag je nog even opblijven. Maar het is echt niet de bedoeling dat je weer naar buiten gaat. Tot: ‘ach, jongen, wat zie je eruit, dat kan echt niet’. Nee, schoongemaakt, dus schoon blijven! En dat wil op zaterdagavond vaak nog wel wat betreft de buitenkant. Misschien ga je wel pinda’s doppen of zo. Dat was vroeger vaak zo, krant op tafel, pinda’s doppen.  

Maar hoe zit het met onze binnenkant? ‘Paulus, laat je dopen en je zonden afwassen onder aanroeping van de naam van de HEERE.’ Het is eigenlijk onvoorstelbaar – die Paulus, al zijn zonden afgewassen! Dat hij de gemeente van de Heere Christus verschrikkelijk vervolgd had. Dat hij niets moest weten van Koning Christus Zelf. Dat hij het uitstekend vond dat Stephanus met stenen werd doodgegooid. Dat hij zo hoogmoedig was als de pieten. En alles wat er verder nog was. 100% weg voor God, die hele schuld weg, dankzij Jezus Christus en Zijn offer. ‘Onder aanroeping van de naam van de Heere’. Roep de naam van de Heere Jezus daarbij aan, als de Redder. En Paulus laat zich dopen, en zijn zonden zíjn afgewassen.  

Maar is het dan klaar? Blijkbaar niet, want anders had Paulus nooit Romeinen 7 geschreven. Romeinen 7 wat uitloopt op: ‘ik ellendig mens’. Nee, dan had hij toch gezegd van: ‘het is allemaal goed, het is allemaal mooi, allemaal klaar, ik ben er helemaal’. Maar hij loopt er juist in Romeinen 7 zo tegenaan dat het helemaal nog niet klaar is. 

Tuurlijk, als je onder de douche geweest bent, dan ben je helemaal schoon aan de buitenkant. Maar van binnen, misschien had je net wel brutaal gedaan. Ja zeker, daarna handjes vouwen, oogjes dicht, vergeving gevraagd en vergeving gekregen. Maar de volgende dag, net zo, weer vergeving vragen, vergeving krijgen. Wij zijn niet schoon gebleven.  

Maar wat is het dan een zegen, broeders en zusters, oud en jong, dat wij ook gewassen zijn met de Geest van Christus. En dat we mogen geloven wat God de Heilige Geest beloofd en doet. Het nieuwe leven leiden. Want het is niet zo dat Paulus gedoopt wordt en dat híj dan zegt van: ‘prachtig, nou ga ik voor de Heere aan het werk’. Helemaal niet. Paulus wordt gedoopt, en we hebben dat nadrukkelijk gelezen. Want dan staat er: ‘de God van onze vaderen heeft u voorbestemd om Zijn wil te kennen en de Rechtvaardige te zien en de stem uit Zijn mond te horen want u moet voor Hem bij alle mensen getuige zijn, enzovoort’. 

En ook verder, ‘haast u en ga met spoed uit Jeruzalem weg. Hij zei tegen mij ga, Ik zal u ver weg zenden naar de heidenen’. Kijk vanaf het moment van die doop, is Paulus kind van de HEERE, maar ook meteen in dienst van de Heere. Heeft niks meer over zichzelf te zeggen, de HEERE stuurt hem nu. Hij is eigendom van Jezus Christus.  

Dus het is niet: ‘God was goed voor jou, Paulus. Moet jij je best doen voor God, hè, en dan staan jullie straks zo’n beetje quitte’. Geen sprake van, dat kan Paulus helemaal niet, en het kunnen wij en dat willen wij op eigen kracht ook helemaal niet. Het is en het blíjft: genade van God.  

God was Paulus en God was ons genadig. Het was allemaal Jezus Christus en zijn Geest. En God blíjft Paulus, en God blíjft ons genadig. Het is elke dag: Jezus Christus, en Zijn Geest Dat Paulus na zijn doop weg gaat bij het Sanhedrin, en zich aansluit bij de gemeente van Christus, via die doop, dat is een wónder door God de Heilige Geest gewerkt.  

Een merk- en veldteken, stond in de Geloofsbelijdenis, artikel 34. Een merkteken, dat kan een brandmerk zijn, zoals – dat mag in Nederland natuurlijk niet meer, maar nu hebben de koeien van die flappen in de oren. Maar vroeger had je een brandmerk, werd het ingebrand en in cowboyboeken lees je daar nog wel over. Op die ranches in Amerika brandmerken, elke ranch zijn eigen merk. En een veldteken, dat was een banier, je hoorde bij die legerafdeling.  

Nou, zo was het voor Paulus. En zo is het voor iedereen die gedoopt is. Nu hoor jij bij de HEERE en neemt de HEERE jou in Zijn dienst. Dat is dus niet: Paulus zelf die gaat zeggen en wij die gaan zeggen: ja, we zijn gedoopt, nou gaan wij er tegenaan.  

Nee, het zijn wonderen die God de Heilige Geest voor elkaar brengt.  

Want neem maar ‘geloven’, dat stond al in de vorige Zondag, ‘Waar komt het geloof vandaan?’ ‘Van God de Heilige Geest!’ Het is de Geest van Christus die bij ons het geloven werkt en ook dat we het vólhouden om te geloven. Het is altijd bij alle goeds wat wij doen in dienst van de HEERE, het is altijd Zíjn werken.  

De doop, Gods beloven voor wat betreft dat nieuwe leven, na de doop, dat komt van boven! We kunnen immers niet zelf tot geloof komen. We kunnen niet zelf blijven geloven. En daarom is het zo’n indringend gebed voor de doop in het formulier, ‘pleitend op Uw grondeloze barmhartigheid… Grondeloze dat is zo diep, er is geen bodem.  

Gods barmhartigheid is zo ongelooflijk geweldig. ‘Bidden wij U of U dit Uw kind in genade wilt aanzien en het dóór Uw Heilige Geest in Uw Zoon Jezus Christus wilt inlijven’, één wilt maken met Christus. Dat hij / zij optrekt samen met de Heere Christus. Dat het is: Christus in hem of haar. En hij of zij in Hem, door de Heilige Geest. En in het gebed na de doop weer, ‘wij bidden U ook door Hem, Uw Geliefde Zoon, dat U dit UW kind door Uw Heilige Geest voortdurend wilt regeren’.  

En daarom heb ik ook met u gelezen de Dordtse Leerregels, hoofdstuk V, dat gaat over dat werk van God de Heilige Geest. Die gebruikt óók de doop, om u te leren en te garanderen dat het écht waar is. Dat de trouw en de genade van God tegenover onze ontrouw, en onze zwakheid, en onze onmacht, en onze onwil staat. God de Heilige Geest geeft kracht, bij de aanvallen van satan. Luther, ‘ik ben gedoopt!’  

God de Heilige Geest brengt de bekering tot stand. Dat kan zijn van heiden tot kind van God, met alle gevolgen van dien. Denk maar aan 1 Korinthiërs 6, daar staat een lijst met allerlei slechtheid. En dan staat er: ‘zo waren jullie vroeger, maar nu… Ja door de Heilige Geest veranderd. Kind van God, christelijk leven. En God de Heilige Geest brengt ook bondelingen naar God terug. Dat doet Hij ook als iemand na een hele periode weg geweest te zijn, toch weer zegt van, ‘ik moet het helemaal hebben van Jezus Christus en God is trouw’.  

En als er een bondeling is die misschien nooit is weggeweest, altijd gelovig, van kind af aan trouw in het dienen van de HEERE, die geen grote veranderingen kent, die moet het óók leren, gelovig te erkennen. Ook ik heb Jezus Christus voor de volle 100% nodig. Ik moet gewassen. Ik moet kopje onder geduwd, zodat de Heilige Geest mij overtuigt van genade om Christus Jezus. De doop, dat is, ‘ik ellendig mens, ik moet sterven met Christus!’ De doop dat is ook, ‘maar God zij dank, door Jezus Christus, door Hem alleen, door onze Heere!’  

AMEN