Preek Psalm 1

Print Friendly, PDF & Email

Preek Psalm 1
Door Ds. HG Gunnink, gehouden te Lutten, 29.09.2019

Deze preek is tevens gehouden te Lansingerland

Liturgie

Middagdienst

  • Votum + zegengroet
  • Psalm 92:1,2,3,4
  • Apostolische Geloofsbelijdenis
  • Psalm 92:5,6
  • Gebed
  • Lezen
    • Jozua 1:5-9
    • Jeremia 17:5-8
    • Mattheüs 7:21-27
    • Openbaring 22:10-15
  • Psalm 52:5,6
  • Tekst
    • Psalm 1
  • Bediening van het Woord
  • Psalm 119:16,17,18
  • Gebed
  • Dienst van de offeranden
  • Psalm 92:7,8
  • Zegen

Preek

Gemeente van onze Heere, Jezus Christus, 

Misschien wel een rare vraag, maar waarom is PSALM 1 de eerste Psalm?  

En, is dat nou ook de Psalm die u zou uitgekozen hebben als de eerste? Als je die 150 nagaat, dat je zegt van: ‘ja, dit is hem’.  

Wij kunnen daar allerlei gedachten bij hebben, en iedereen kan zijn voorkeur hebben. Als je met meerdere mensen om tafel zit op zondagavond of op een andere avond en je zegt: ‘we gaan samen Psalmen zingen’ en je mag laten kiezen: ‘nou, welke wil jij, welke wil jij?’ Dan heeft iedereen zijn eigen voorkeurspsalm.  

PSALM 1 ook? Het zou kunnen, maar het kan net zo goed niet. Waarom is PSALM 1 de eerste?  

Dan moet u goed beseffen, broeders en zusters, dat het Bijbelboek van de PSALMEN ons gegeven is door God de Heilige Geest. Het is maar niet een grote zak met knikkers, om zo te zeggen, 150 knikkers, en ja, doe dat maar wat door mekaar heen en dan zie je wel wat de eerste is en de tweede, als je ze er uitpakt.  

Nee, naar Gods wijsheid, en naar Gods wil is dat boek der PSALMEN opgebouwd. En het is dus absoluut geen toeval dat PSALM 1 de éérste Psalm is. En dan ook nog in combinatie met PSALM 2, want die kun je niet van elkaar losmaken. Kijkt u alleen maar naar dat eerste vers van Psalm 1 en de laatste regel van Psalm 2. PSALM 1 begint met: ‘Welzalig de man’ en PSALM 2 eindigt met: ‘Welzalig allen die de toevlucht tot Hem nemen’. Het is dus sowieso een heel duidelijke combinatie, die eerste twee Psalmen. 

En je mag die twee eerste Psalmen zien als de twee glazen van een bril, waar doorheen je de andere 148 krijgt te zien. Want al die andere Psalmen hebben op een bepaalde manier een verbinding met de eerste of de tweede Psalm. 

Vanmiddag wil ik u het Woord van God bedienen onder het thema: 

De HEERE laat vóór alles aan Zijn wét bezingen 

en die wet bepaalt:
1de richting van je leven vss. 1-2  
2) de tekening van je leven vss.3-4
3) de bestemming van je leven vss. 5-6

1) De HEERE laat vóór alles aan Zijn wét bezingen. Die wet bepaalt allereerst de richting van je leven. En tóch, tóch kun je treffen dat er mensen zijn die aanbotsen tegen: ‘moet dit nu de eerste Psalm zijn? Moet je nou zó beginnen: echt gelukkig, welzalig is de man die, niet dit doet en niet dat doet en niet nog wat anders doet’. Nou, lekker negatief.  

Maar God de Heilige Geest, ik blijf het zeggen, is volmaakt goed en wijs. En als Hij het ons zo wil aanleren, dan is dat dus alleen maar goed voor het volk van God. Als ik er moeite mee zou hebben en er tegenaan zou lopen, dan moet ik leren buigen. Hier mag ik absoluut geen IWAB zijn: Ik Weet Alles Beter. Hier moet ik erkennen: Híj weet alles beter. Ook als het gaat om de volgorde van de Psalmen. Ook als Hij in die eerste Psalm eerst, zeg maar, de donkere achtergrond schetst, om daarna juist het licht des te beter te laten uitkomen.  

Hij is het Die u hier zingen leert: ‘écht gelukkig is de man’, – en dat staat er ook inderdaad hier: ‘de man’, hij die thuis de verantwoordelijkheid heeft wat betreft het dienen van de HEERE, die daarin vooropgaat, en als hij getrouwd is zijn vrouw meeneemt en als er kinderen zijn, het hele gezin daarin meeneemt – écht gelukkig!  

Als hij tenminste níet vindt dat God niet bestaat. Als hij maar níet denkt: zonder de HEERE. Als hij níet alleen maar in zijn eigen leven en zijn eigen gevoelen ronddraait.  

Echt gelukkig, als hij tenminste níet meedoet – dan wordt het toch wel een beetje heel dichtbij ons, want hoe staan wij in het leven? Midden tussen al die andere mensen met wie wij optrekken, met wie we dagelijks contact hebben. – Als hij tenminste níet meedoet met anderen die zich voortdurend tegen God afzetten. Níet op die lijn zit van de mensen die zich van God verwijderen, en zo een zinloos, een doelloos leven leiden.  

En het derde ‘niet’: als hij níet zich heeft verbonden aan de spotters. Aan mensen die het inderdaad altijd beter weten. En als het gaat om wat de HEERE zegt, daarboven gaan staan en er wat meewarig om lachen. En er de spot mee drijven: ‘ach, ja, je leeft toch nu, en dat van vroeger…’  

Als hij niet bij hén hoort, als hij zich maar niet lekker op zijn plek voelt bij hén die zich verheffen boven de HEERE. Als hij maar níet thuis is bij die anderen die hun eigen leven willen uitmaken. 

Bijbels gezien, denk even aan Farao. Als Mozes en Aäron bij hem komen, dan is het op een bepaald moment zo, dan zegt hij: ‘Jahweh?? Jahweh?? Wie is dat eigenlijk? Heb ik daar wat mee? Moet ik daar wat mee hebben? Moet ik me om Hem druk maken? Laat me niet lachen!’ De spotter. 

Niet dit, niet dat. Het maakt die gelukkige mens niet uit als hij erop aangekeken wordt dat hij niet meedoet, omdat hij anders heeft leren denken. Want écht gelukkig zijn, dat is, dat je in dit leven al onderweg bent naar het eeuwige heil. Echt gelukkig, dan moet je niks hebben van al die dingen die je met dat eerste vers zingt.  

En dan komt het positieve, dat van: heerlijk, gelukkig, geweldig, grandioos, giga, mega. 

Gelukkig de wet van de HEERE. Gelukkig die mens, die niet liever doet dan die wet zich eígen maken.  

Ja, broeders en zusters, dat is echte vreugde: die wet in je leven. Het zijn niet alleen maar de Tien Geboden. Dat is veel breder. Je kunt in plaats van ‘wet’ ook heel regelmatig gewoon het ‘Woord van de HEERE’ zetten. Het gaat over alles wat de HEERE zegt. Denk maar aan Mattheus 28, het slot, als de Heere Jezus zegt van: ‘alles wat Ik u geboden heb’.  

Dan moet je ook niet zeggen van: het zijn alleen maar, Hij heeft alleen geboden God lief te hebben en de naaste, die twee, – dan heb je trouwens helemaal alles, dus je zou het wel kunnen zeggen zo. Maar het gaat ook om heel Zijn doen en laten. Het gaat om alles wat Hij aan de discipelen, aan de leerlingen heeft duidelijk gemaakt. Alles in dat Woord van de HEERE wat te maken heeft met: kijk, dit is nou wat de HEERE van u wil. Van u, die bij de HEERE horen mag. Van u, die bevrijd bent. Niet alleen maar uit Egypte, maar zelfs vanuit de slavernij van de zonde en van de satan.  

Dit móet van de HEERE, de Goede Herder wil het zo. 

Wet, instructie, onderwijzing. Zo moet je met en voor de HEERE leven. Diep gelukkig.  

Ja, en dan kan het zijn dat u op het ogenblik zit te denken van: ja, nou gaat het over de wet en als ik het woord ‘wet’ hoor, dan in feite dan steiger ik al in mijn hart van: nou, daar heb je het weer hè, je zit weer in de kerk en dan móet het weer en dan moet het weer zo nódig en dan…’  

Voordat u op die toer verder zou gaan denken, de Heilige Geest zegt: ‘diep gelukkig is de man en de vrouw en het kind dat dat allemaal graag wil weten.’ Want je hebt de Heere Christus leren kennen. En omdat je zó verwonderd bent en vól vreugde over het verlossingswerk van God, die je ‘mijn God’ mag noemen. Daarom wil je Zijn wil steeds meer, steeds beter leren kennen. 

Zoals het in Romeinen 12 aan de orde komt. Dat begint ook negatief, weet u wel: ‘en wordt níet aan deze wereld gelijkvormig’. Wij hebben dat blijkbaar nodig. Dat zijn dingen die liggen ons veel makkelijker, het gelijkvormig worden aan de wereld, gewoon meedoen met alles. Ja, dat is niet zo moeilijk, dat gaat haast vanzelf. Dat zit ook in ons, met onze zondigheid. ‘En wordt niet aan deze wereld gelijkvormig, maar wordt innerlijk veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.’  

Steeds meer erachter komen wat Gód wil. En op een manier van – de herhaling.  

Wij hebben tegenwoordig allemaal een TomTom, dus we komen – je moet dat ding natuurlijk niet altijd gehoorzaam zijn, want dan kom je ook nog eens in de vaart terecht, maar meestal dan gaat dat goed. –  Je ziet die TomTom en je komt op de plek waar je wezen moet, maar soms heb je dat ding niet bij je en je bent ergens en je weet niet waar je wezen moet. Wat doe je dan? Dan doe je het raampje open, als je iemand ziet lopen aan de kant van de straat, en dan zeg je van: ‘ik moet daar en daar heen, weet u ongeveer hoe dat gaat?’ ‘Nou, heel simpel, dat is drie keer rechts, twee keer links en nou, zo nog een paar.’ En wat doe je dan? Dan ga je dat herhalen om dat zelf in je hoofd te krijgen: ‘drie keer links, twee keer rechts en dan nog…’ ‘Nee’ zegt die man dan: ‘je vergeet 1 keer naar links’. O, nou, dan herhaal je nog een keer.  

Dat is waar het hier in deze Psalm om gaat: herhalen.  

Wat een kind misschien wel eens doet, die boodschappen moet doen voor moeder. Dan zegt moeder van: ’ga even naar de winkel en haal een kilo suiker en een pakje boter (een kuipje heet dat tegenwoordig) en doe ook nog maar een kilo zout.’ Nou, dat is misschien best lastig, je krijgt geen briefje mee, dus onderweg naar die winkel loopt het kind voortdurend in zijn hoofd te herhalen: ‘kilo suiker, kuipje boter, kilo zout’ en dan in de winkel: het lukt allemaal.  

Dat is de bedoeling hier: je leert dat aan door maar te herhalen. Je raakt er zo in thuis.  

Een misschien wat meer kerks voorbeeld dat is zoals je Psalmen aanleert. Bij kleine kinderen eerst woord voor woord, dan zin voor zin. En ach, dat is zo mooi bij kinderen hè: in bijna alle gevallen, er zijn uitzonderingen, maar in bijna alle gevallen, je hoeft ze maar 10 keer te zingen en ze kennen ze. En anders doe je het 20 keer. En dan kennen ze ze in elk geval.  

En dan hoor je het: niet alleen maar dat ze de woorden zingen, maar als je het hebt uitgelegd, dan zingen ze ook de inhoud. ‘De HEERE is mijn Herder.’ Er zit een kind achterop de fiets, doet niet liever dan zingen: ‘loof de HEER, want Hij is goed’. Ja, want dat is aangeleerd.  

Daar gaat het hier in PSALM 1 over: die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE en Zijn wet dag en nacht overdenkt. 

Dat kwam bij Jozua, in de tekst die we gelezen hebben, kwam dat ook al naar voren: dag en nacht. Doorgaan. Herhalen. Weer herhalen. 

Dit is leven, want waar zouden wij zijn zonder die wet. En dat de Psalmen, dat het Psalmenboek in z’n totaal dat ook heel belangrijk vindt, dat blijkt wel als ongeveer in het midden – het Psalmenboek is immers verdeeld in vijf boeken. Dat kunt u thuis nog wel even nazoeken allemaal – maar in het midden van het eerste boek staat PSALM 19. En dat is juist ook weer die Psalm die zingt over de wet.  

En niet helemaal in het midden, maar wel in het laatste boek, staat die andere Psalm over de wet: PSALM 119. Één en al lofzang over Gods goede geboden, over Zijn instellingen, over Zijn verordeningen, over Zijn bepalingen, over Zijn wet en noem maar op.  

Hoe goed. 

Ik zeg het nog een keer: ‘wat zou je zijn en waar zou je zijn zonder die wet?’ 

2) Dan het tweede. De HEERE laat vóór alles aan Zijn wet bezingen. Die wet bepaalt de tekening van je leven. Een genieter van de wet, iemand die daar echt in thuis geraakt is, die wordt vergeleken met een boom die op de allerbeste plek staat om goed boom te kunnen zijn.  

En dat is, in elk geval in die dorre en droge streken in het oosten, dat is aan de kant van het water. Om daar vruchten te geven, steeds maar door. Voorspoedig zijn. Dat is het: hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd.  

Alles uit de hand van de HEERE. Denk maar aan Zondag 9 en 10: Gods zorg, voorzienigheid. Door te luisteren naar Hem, door te vertrouwen op Hem. Dan kom je altijd goed uit. 

Dat zullen we straks nog zingen in het slot van Psalm 92: zelfs die grijsaard, die is nog jeugdig fris. En het komt in allerlei andere Psalmen terug. En dan zegt de Psalm hier: ‘al wat hij doet, zal goed gelukken.’  

‘Alles gelukt.’  

Ja, is dat úw leven?  

Verderop in de Psalmen merken we dat er ook tegenspoed is. En moeite en ellende en verdriet. Denk alleen maar aan die tegenstelling: rechtvaardigen / goddelozen. En wat die goddelozen de rechtvaardigen allemaal aandoen.  

En toch dat begin: ‘alles gelukt’. Want ‘als de HEERE voor je is, wie zal dan tegen je zijn?’ En wie kan dan wat tegen je beginnen? 

Kijk, hier in PSALM 1 die grote lijn, in één streek wordt het even neergezet. En later wordt, zeg maar, de kleurplaat verder ingevuld. Maar die lijnen, die liggen er nu al. 

Romeinen 8, het slot, dat is immers het Woord van God: ‘wie zal ons scheiden, wat zal ons scheiden van die liefde van God in Christus Jezus?’  

Alles gelukt. 

Maar dan moet je ook oppassen, want er is zo’n andere melodie, we zongen dat dan thuis ook wel, niet zo vaak, maar op een gegeven moment hielden we daarmee op, het was die E&R-versie. Dat was Psalm 1, andere melodie, maar die stopte na: ‘alles gelukt’.  

Toen hebben we gezegd van: ‘nee, die zingen we niet weer, want dat is maar een halve waarheid. De Psalm gaat nog door.’ En wat er dan verder staat, over de goddelozen, dat kwam niet aan de orde. Ja, maar zo kan je niet met het Woord van de HEERE omgaan. Wij kunnen niet gaan selecteren van: ‘nou, dit staat ons aan en dit zingen we, en dat andere dat vinden we toch maar zo-zo. Nou, nee hoor, dat doen we niet.’ 

Er zijn heel veel Psalmen. Wij zingen bijvoorbeeld uit PSALM 89, of in elk geval zongen wij vanuit PSALM 89, een aantal verzen. Prachtige verzen. Niks mis mee, maar die Psalm was veel en veel breder en langer en daar stond veel meer in dan alleen maar die uitgekozen verzen.  

PSALM 139 is ook zo’n Psalm.  

En of we PSALM 137 ooit wel eens zingen…?? 

Als het gehéél van de Psalmen, broeders en zusters, als het gehéél van de Psalmen, en dan denk ik aan héle Psalmen en aan het héle Psalmenboek, als dat niet meer aan de orde is, dan verandert de kerk en de leer van de kerk. Want dan zing je andere dingen. En met die andere dingen zing je van alles en nog wat binnen, wat niet te maken heeft met de Schriftuurlijke leer.  

Juist op het punt van het zingen, staat er heel veel op het spel. En dan zijn er naast de Psalmen, gelukkig, ik weet niet hoeveel, goede gezangen en liederen, maar je moet ze altijd toetsen aan wat er in het Psalmboek staat.  

Want, nou terug naar PSALM 1, God de Heilige Geest wil ook dat u die radicale tegenstelling blijft bezingen. Over die goddelozen. Over die wettelozen. Over die mensen die opstandig zijn tegen de HEERE en wat Hij wil. Over die mensen die wij horen, maar die alleen maar hun eigen dingen willen. En die verklaart God echt óngelukkig.  

Leven zonder de wet van de HEERE, of eigenlijk moet je zeggen: leven tegen de wet van de HEERE in, dan ben je als kaf. Wat heb je nou aan kaf? Helemaal niks. Je kunt het in de brand steken, maar ‘t is onbruikbaar, dat is waardeloos. Weg ermee.  

Ja, dat is om van te schrikken.  

‘Maar zo zijn de goddelozen niet, die zijn als kaf dat de wind wegblaast.’ Hoort u, hoe u alles wat de HEERE u te zingen geeft, in dat zingen moet meenemen? 

3) Want, en dat is het derde, de Here laat vóór alles aan Zijn wet bezingen. Die wet bepaalt de bestemming van je leven. Waar loopt je leven op uit? Dat is in feite waar de eerste Psalm over gaat. Waar loopt nou je leven op uit?  

En de eerste Psalm heeft meteen de koe bij de horens: ‘wie ben je? Wat doe je? Ben je eerlijk aan het luisteren? Ben je heerlijk aan het luisteren naar wat God wil? Of baal je ervan? En als je weigert te luisteren, dan ben je veroordeeld en dan word je veroordeeld’. 

Dat hele scherpe: wie zich tegen de HEERE keert en zich van Hem afkeert, wie tegen de HEERE in leeft, die heeft geen been om op te staan, en die zal eraan gaan. Die hoort niet langer bij hen die de oren wel opendoen.  

En de definitieve scheiding – kijk, er kunnen in de gemeente goddelozen zijn en rechtvaardigen, samen-op. Denk maar aan de akker, daar heb je het koren en het onkruid en het groeit samen op. Wij weten ook niet altijd wat er in het hart van de mensen is. Want als duidelijk uitkomt dat iemand de HEERE en de wil van de HEERE aan de kant zet, dan zal een kerkenraad en de gemeente actie moeten ondernemen. –  

Maar de definitieve scheiding tussen luisteraars, én hen die doof willen zijn, die komt bij de terugkeer van de Heere Christus.  

De vraag is bij dit zingen: ‘welke houding heb je nu? Welk leven leid je nu?’  

Veroordeling voor de goddelozen. Maar de HEERE is zo betrokken ten goede bij alles in het leven van de rechtvaardigen.  

Nee, de rechtvaardigen, dat zij niet de mensen zonder zonden. Dan zouden we het zaakje beter kunnen opheffen, want die zijn er niet. Maar dat zijn de mensen die luisteren en die schuld belijden en die vergeving vragen en die juichen en die klagen en die steunen en die danken en alles wat er verder in dat Psalmenboek aan de orde is. 

Die mensen, die mogen weten: echt, ‘Ik ben met jullie.’ Woord van de Heere: ‘Ik, jullie Heere en de Koning van de wereld, Ik zal jullie nooit in de steek laten!’ 

Het was voor Jozua niet: ‘twee vingers in de neus en een fluitje van een cent. Van, we gaan even dat Kanaän doen. Nou ja, er moet even wat gevochten worden…’ Het was voor Jozua ook een enorme opdracht. Klein volkje, en dan is Kanaän ook niet zo groot, maar voor dat kleine volkje was Kanaän wel: dat ze er tegenaan zaten te kijken. En dat na die spionagetocht, dat ze in feite verschrikkelijk benauwd werden: ‘hoe loopt dit af? Die reuzen, daar kunnen we nooit tegen op.’  

Kijk dat was logica, menselijke logica.  

En dat Jozua, als hij dan de opdracht van de HEERE krijgt, gaat nadenken, als hij menselijk gaat nadenken loopt hij ook vast en zegt hij van: ‘jongens, we beginnen er niet aan, want dat wordt nooit wat. Dat redden we helemaal niet.’ 

En dan komt daar het Woord van de HEERE: ‘Ik zal je nooit in de steek laten, Ik, de Almachtige, Ik zal je nooit verlaten. Mijn goedertierenheid, Mijn trouw, het zal bestaan in eeuwigheid.’ 

Voor die rechtvaardige is er veiligheid en bescherming, is de overwinning gegarandeerd, is er de vrijspraak: ‘wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten …’  

Nou, zie al die Psalmen maar na: hoeveel beloften staan daar niet in! Hoeveel zing je het niet uit – en ik hoop van harte, broeders en zusters, dat u dat ook kent, dat er situaties in uw leven zijn, of zijn geweest, waarin je naar het Psalmenboek grijpt. Of dat je in de auto zit en je duwt er een CD in en je hoort zo’n Psalm. En dat de Heilige Geest dan werkt, en dat je zegt van: ‘en zo is het!’ En je zingt mee. En je wordt opgetild boven alles wat er verder kan zijn. 

Dat zijn die Psalmen, dat is het Woord van de HEERE, onze God. 

Vol staan de Psalmen met bemoedigingen, met steun, met kracht. 

Er staan ook die andere dingen in. Niet zoveel als die rijkdom aan beloften. Maar ook die andere dingen over die goddelozen. En dat mag niet verzwegen.  

Het leven van degene, die het altijd beter weet. En die met de Here geen rekening houdt, dat leven loopt dood. Omdat de HEERE ingrijpt en oordeelt. Omdat Christus komen zal om te oordelen de levenden en de doden. En dan kijkt Hij naar wat iedereen gedaan heeft, of dat goed is volgens Hem. Of dat het niet deugt, Openbaring. 

PSALM 1, de inleiding op het Psalmboek. En van het grootste belang.  

Ken die Psalm.  

Twee manieren van leven, twee richtingen, twee tekeningen en twee bestemmingen.  

Wat een waarschuwing. Maar vooral: wat een belofte! 

AMEN