Preek 1 Samuël 6:13-7:1 (Ark – deel 5)

Print Friendly, PDF & Email

Preek 1 Samuël 6:13-7:1 – Ark – deel 5
Door Ds. MA Sneep, gehouden te Bedum,  06.10.2019

Liturgie

  • Lezen
    • 1 Samuël 6-7:1
  • Tekst
    • 1 Samuël 6:13-7:1
  • Psalm 93:1, 2, 3
  • Psalm 76:3, 4
  • Psalm 130:1, 2, 3, 4
  • Psalm 40:3
  • Psalm 105:2, 3

Preek

Thema boven de preek geschreven: 

Thema: Blijdschap en rouw bij de terugkomst van de ark, deel 1  

Waarom deel 1, omdat we volgende keer, bij leven en welzijn, met hulp van de HEERE stilstaan bij 2 Samuël 6 en dan krijgt u deel 2. 

We staan vanmiddag stil bij 2 punten: 

  1. Een blijmoedig ontvangst  
  2. Een treurig afscheid 

Geliefde gemeente van onze Heere Jezus Christus, 

1. Een blijmoedig ontvangst 

We hebben vorige keer stilgestaan bij het wonder van de terugkeer van de ark van het verbond. Een wonder dat de Here God een paar koeien al loeiende, vanuit Filistea bracht naar het beloofde land, naar Beth- Semes.  

En deze koeien, zo zagen we, gingen in één rechte lijn met de ark op een kar, naar het land. De HEERE die dezer koeien als het ware in Zijn hand had. Een wonder van God. 

En dat wonder werd nog groter doordat we zagen dat die kalveren van de koeien achterbleven in de stal, maar dat de koeien ondanks hun instinct toch in een rechte lijn naar Beth- Semes vertrokken.  

En eigenlijk zou je kunnen zeggen dat het wonder vandaag alleen nog maar groter wordt, want deze koeien met daarachter de ark op die kar, komen ook wonderlijk tot stilstand, op een wonderlijke plaats. De HEERE God brengt op Zijn tijd en op Zijn manier de koeien tot stilstand, op de akker van Jozua de Beth-Semiet. 

De HEERE God die in Zijn genade, Zijn volk weer ontmoeten wil. Terwijl we vorige week zagen dat het volk er van zijn kant nog helemaal niet om gevraagd had. Toch kwam Hij weer terug.  

En wat zien we dan? Dan zien we daar mannen aan het werk op de akker, en deze mannen zien plotseling een paar koeien lopen met daarachter een kar en daarop de ARK!  

De ark van het verbond, hij staat er weer, hij is weer terug! Wat zijn ze blij! Ze zijn zo blij dat ze de ark van de kar halen, op een steen neerzetten en vervolgens offers gaan brengen. Brandoffers en slachtoffers worden er gebracht. Brandoffers die spreken van toewijding, toewijding van het volk aan de HEERE. Met een brandoffer zei men tegen de HEERE: HEERE neem ons leven, laat het Heer, toegewijd zijn aan Úw eer.  

Brandoffers dus en ook slachtoffers. Met andere woorden deze mannen maakte er een hele maaltijd van. En in feestvreugde zitten de inwoners van Beth- Semes daar te eten en wellicht ook te drinken, want de ark van de Heere is weer terug. Wat een feest! De HEERE is weer in ons midden! Het is een gebeurtenis om nooit meer te vergeten en daarom moet het een steen worden ter nagedachtenis. Een grote steen. Daar hadden zij de ark van de HEERE op neergezet.  

Gemeente, we kunnen ons er íets bij voorstellen toch? Bij die feestvreugde van deze inwoners van Beth- Semes? Na zoveel donkere jaren, na zoveel donkere maanden. Dat zelfs de ark niet meer in hun midden was, was de ark weer teruggekomen.  

Maar zou dit nu echt oprechte blijdschap geweest zijn? Blijdschap van het hart. Voortdurende blijdschap. Zou het volk, gemeente, hun God nu eindelijk gaan dienen, naar Zijn Woord? Je zou toch eigenlijk niet anders verwachten dat ze dat zouden doen.  

Maar we weten ook dat soms vreugde van korte duur is, is het niet? Een paar weken geleden gezien in 1 Samuël 4. Na de eerste nederlaag tegen de Filistijnen. Toen dacht men: De ark! We halen de ark erbij! En ook toen was het ook zo’n feestvreugde geworden. Men begon te juichen en te stampen op de grond, dat heel de aarde ervan dreunde. Maar ook die blijdschap was van korte duur. Ze leden een gígantische nederlaag, dood en verderf kwam er. Vreugde werd afgewisseld voor rouw. Zeven maanden geleden was dat gebeurd.  

Zeven maanden. Op zich nog niet zo lang geleden. Zouden ze wat geleerd hebben gemeente, denkt u? Is de blijdschap die we hier nu zien op de akker van Jozua, is het de blijdschap als vrucht van de Geest zoals Paulus dat later schrijft aan de Galaten. Of zou het toch de emotie zijn van het moment, de euforie: “De ark is terug.” Maar dat het niet verder komt dan de oppervlakte.  

Kan ook zo bij ons zijn. Dat we blij zijn met de HEERE. Dat je blij bent met een preek. Dat je blij bent met een lied. Dat je blij bent met een dienst, en voor je het weet… ja, dan zakt de blijdschap in de HEERE snel weer weg. Was het dan toch ook de blijdschap van het moment? Al snel blijkt bij het volk Israël, dat dat inderdaad het geval is geweest. Dat wil op zich niet zeggen dat hun blijdschap niet oprecht was, maar in elk geval was hun blijdschap niet diepgeworteld. 

2. Een treurig afscheid 

Bij dit punt staan wij wat langer stil. Bij het treurig afscheid. Want, al snel blijkt inderdaad dat hun blijdschap van korte duur is. De offers worden gebracht en vervolgens vertrekken de vijf stadsvorsten van de Filistijnen weer. En we kunnen hun gedachten lezen: ‘O gelukkig, daar zijn we ook weer vanaf, we gaan weer snel terug naar ons eigen land. Wij hebben deze ark in elk geval niet meer. Daar zullen wij geen last meer van hebben.’  

En dan lezen we dat ingrijpende, dat de HEERE 70 mannen van de 50.000 doodt. Daar staat in onze vertaling een ‘*’ bij. Waarbij de opmerking wordt gemaakt dat het Hebreeuws hier wat onduidelijk is. En dat is ook zo. Het is niet helemaal duidelijk of er nu 70 van de 50.000 inwoners van Beth Semes worden gedood. Dat lijkt ook heel onwaarschijnlijk. Want Beth- Semes had lang niet zoveel inwoners. Dat was maar een klein dorpje. Een andere verklaring is dat er onder de Filistijnen 50.000 mensen zijn gedood en dat er nu 70 doden van in Israël.  

Hoe het ook zij, het waren er 70. Dat staat vast. 70 inwoners worden gedood door de HEERE. Er staat ook niet bij hóe dat gebeurde. Vielen ze plotseling dood neer of brak er een dodelijke ziekte uit. Wel kunnen we eruit opmaken dat het gebeurt op dezelfde dag. Nog diezelfde dag doodt de HEERE 70 man.  

Gemeente, dat moeten we even op ons in laten werken. Je zult er tussen hebben gelopen op dat moment. Dat je net aan deze feestmaaltijd hebt gezeten, in de euforie, dat de ark weer terug is. En dat er dan plotseling, naast je, voor je, achter je, 70 man dood neervallen. Het zal vanmiddag in de kerk eens gebeuren dat er om u heen 70 man ineens dood neervalllen. 

De HEERE komt met Zijn toorn. Zijn grote toorn, komt over hen. Waarom, jongens en meisjes? Waarom komt de toorn van God hier over de inwoners van Beth- Semes? Omdat ze in de ark hadden gekeken. Ze hadden erin gekeken, uit nieuwsgierigheid, uit een beetje brutaliteit. Zouden ze misschien het verzoendeksel eraf geschroefd hebben. Of was het verzoendeksel misschien met spijkers vastgemaakt dat ze het wat los hebben gemaakt om erin te kijken of toch nog wel die twee stenen tafels erin lagen en dat gouden kruikje met manna en de bloeiende amandelstok van Aäron? Of hebben ze misschien gedacht: ‘Nu hebben we eindelijk de mogelijkheid om eens te kijken wat er nou echt in de ark zit, want wij mogen daar nooit inkijken. De ark staat tenslotte normaal altijd achter een gordijn. En over de ark ligt altijd een kleed.’  

De Schrift zegt het ons niet. Er staat alleen: ‘Ze keken in de ark en daarom kwam de toorn van de HEERE over hen.’  

Waarom komt de HEERE hier met zo’n groot oordeel gemeente? Omdat het gaat om Zijn heiligheid. Omdat Zijn heiligheid dus ook een bepaalde zorgvuldigheid met zich mee moet brengen in de omgang met Hem. Het ontbreekt hier bij de inwoners van Beth- Semes aan respect voor de Heilige God. Het ontbreekt hier aan respect voor de grenzen die de Here God zelf had aangegeven in Zijn Woord, in de omgang met Hem. De HEERE had heel duidelijke regels gegeven hoe Hij gediend wilde worden. De HEERE geeft ons ook vandaag de dag nog hele duidelijke regels in de Bijbel. Hóe hij gediend wil worden.  

Wat had de HEERE dan gezegd in de omgang met Hem? U kunt het vinden in Numeri 4 en Numeri 5. In Numeri 4, het 5e vers, had de HEERE het gezegd: “Bij het opbreken van het kamp moeten Aäron en zijn zonen komen. Ze moeten het voorhangsel ter afscherming losmaken. Daarmee moeten ze de ark van de getuigenis bedekken.”  

Met andere woorden gemeente, het volk wist, die ark moet altijd bedekt worden. Als we hem weer meenemen ergens naar toe, als het weer aankomt: gelijk weer het kleed erover.  

De HEERE is Heilig. En vervolgens had de HEERE gezegd in Numeri 4:15 – daar komen we volgende keer verder op terug-. Wie dan die heilige ark moest dragen, dat niemand die ark zomaar mocht aanraken, alleen de nakomelingen van Kahath. Kahath deze naam moet u even goed onthouden. Want die komt zo nog in de preek terug.  

Kahath kreeg deze opdracht. Zijn nakomelingen moesten de ark dragen en dan staat er in vers 20 van Numeri 4: ‘Zij mogen echter niet naar binnen gaan om het heilige te zien, al is het maar een ogenblik, want dán zullen zij sterven.’ De HEERE had dus duidelijke regels gegeven, hoe Hij gediend wilde worden. En het volk dat had zich daaraan te houden. Ze mochten de ark dus niet eens zien. Laat staan dat de inwoners van Beth Semes in de ark mochten kijken.  

Alleen zo kon Hij de heilige God in hun midden wonen. Ja, zegt iemand. Dat was toen. Maar geldt dit nu vandaag de dag ook nog. Moet je dat echt allemaal zo nauw nemen in de dienst aan de HEERE? Moet je het nu zo nauw nemen als het gaat om de heiligheid van God? 

 
Gemeente, het is ook voor ons een gevaar dat wij God dienen, maar dat wij dat niet doen op een manier zoals de HEERE dat van ons vraagt. Dat wij God dienen op onze eigen manier, wat wij er zelf van vinden. Naar onze opvattingen. Zoals wij graag tegen de dingen van God aankijken, gebaseerd ook op ons gevoel bijv. Een kenmerk van onze tijd: een gevoelsgodsdienst. ‘Als ik me nou goed voel, dat ik de HEERE op die manier dien, dan is dat toch goed.’ Jij op jouw manier. Ik op de mijne. 

Maar de HEERE wil gediend worden volgens Zijn voorschriften en volgens Zijn normen. En wanneer wij ook vandaag de dag denken dat wij God kunnen dienen op onze eigen manier, terwijl dat tegen het Woord van de HEERE ingaat, dan hebben we het goed mis. Als wij denken gemeente, dat wij bijv. God kunnen dienen en tegelijk ook nog de wereld kunnen liefhebben, dan gaat het niet. Als wij denken Gods Woord te kunnen aanpassen naar onze cultuur, omdat de cultuur dat van ons vraagt op wat voor gebied dan ook, dan is dat een dodelijke weg. Als je daar niet van bekeert.  

Als je Gods Woord wil aanpassen aan jouw manier van leven, of aan jouw cultuur, in plaats van andersom. Weet u wat je dan aantast? Dan tast je Gods heiligheid aan. Dat je denkt dat je met God kan omgaan zoals jij het wilt. Maar daar leent God zich niet voor, want onze God gemeente is de levende God! Laten we onszelf daar maar aan toetsen. Toetst u zichzelf daar maar aan in uw eigen leven. Laten we ons als gemeente er ook aan blijven toetsen, dat we de HEERE inderdaad in alles naar Zijn Woord en naar Zijn wil dienen.  

Dat daar in onze omgang met Hem dan ook eerbied is, en diep ontzag. Gehoorzaamheid aan Zijn Woord. In ons spreken. In ons bidden. In heel ons doen en laten. Zichtbaar ook in hoe wij ons gedragen in ons leven, binnen de kerk en buiten de kerk.  

Gemeente, weet u, waar de heiligheid van de HEERE steeds meer uit beeld verdwijnt. Daar verdwijnt uiteindelijk de HEERE zelf uit beeld. Waar de heiligheid van God naar de achtergrond raakt, daar komt iemand anders vaak in Zijn plaats in het centrum te staan: De mens. Dan komt niet God, maar dan komt de mens centraal te staan, in de godsdienst. En dan verdwijnt God, beetje bij beetje. Terwijl het juist in onze omgang met de HEERE moet gaan om Hem. Om de HEERE, in al Zijn heiligheid, in al Zijn verhevenheid, in al Zijn grootheid. En in het licht van Zijn heiligheid, wil de HEERE ons dan enerzijds ontdekken aan onze zonden, en onze schuld voor Hem. Maar dat niet alleen. Want anderzijds schittert tegen die achtergrond, ook Gods genade en Zijn liefde en Zijn trouw, dat Hij met ons wil omgaan.  

Ziet u gemeente, dat alles zo nauw met elkaar samenhangt, waar Zijn heiligheid verdwijnt. Daar verdwijnt de eerbied, daar verdwijnt het van lieverlee het zondebesef.  Daar verdwijnt ook de diepte en de rijkdom van de genade. 

Terug naar Beth-Semes. God komt vanwege hun onheilige omgang dus met zijn toorn. Misschien dat iemand denkt, ja moet dat nu zo? Dat God dan met Zijn toorn komt, dat Hij 70 mensen doodt. Was dat nu nodig?  

Gemeente, het is de HEERE er niet om te doen, om zoveel mogelijk mensen te doden. Daar was Hij niet op uit. De HEERE is erop uit om mensen te behouden. De ark gemeente! Denkt u nog even aan de geschiedenis uit Jozua. Jozua 3. Het volk bij de kolkende Jordaan. Waarbij de ark voorop ging. De ark is gegeven om mensen te redden. De ark verwijst toch naar de Heere Jezus Christus! De Heere Jezus Christus, die is niet gekomen om mensen in het verderf te storten, maar de Heere Jezus is gekomen om mensen te redden van de dood.  

Het Evangelie van het kruis, het Evangelie van de Here Jezus Christus. Dat is niet bedoeld, ook vanmiddag niet, om u te doden. Maar om u te redden, om u te redden van de eeuwige dood. Om u te redden van de toorn van God. Dat is de boodschap vandaag ook in de kerk: Dat de HEERE wil redden dat u en jij mag leven onder het Evangelie van Gods genade!  

Maar weet u gemeente, dat is de andere kant. Dat geldt ook voor ons vandaag dat daar de toorn van God is en blijft, als je je tegen dit evangelie verzet. Als je dit Evangelie veracht. Als u dit Evangelie als u zo meteen weer naar buiten loopt weer van u af laat glijden en bezig gaat met de dingen van de wereld. Wanneer je het bloed van Christus onrein acht. Als je het niet nodig denkt te hebben. Maar gemeente, wanneer dat zo is. Hoe moet u dan ooit zonder de Here Jezus Christus, voor de levende God moeten verschijnen? Voor de Heilige God! Dat is de ernst gemeente. De ernst van het Evangelie. En deze ernst klemt temeer als wij ons beseffen wat voor bevoorrechte positie wij hebben ontvangen in het genadeverbond! 

De inwoners van Beth Semes hadden overigens ook een bijzondere positie. Het was niet zomaar dat de ark van het verbond tot stilstand kwam in Beth- Semes. U denkt toch niet dat de Here God bij willekeur een plekje had uitgezocht en dacht: Nou, laat Ik hier nu eens komen met de ark. Dat lijkt me wel een mooie akker met een mooie steen. 

Nee, Beth- Semes, daar is iets bijzonders mee aan de hand. Toen het volk het beloofde land inging, moesten ook de Levieten een stukje grond krijgen. Al de stammen kregen allemaal een stuk van het beloofde land. Maar de stam van de Levieten, die hadden niks. Zij moesten iets toegewezen krijgen. En dan geeft de HEERE ook een stukje land met allemaal steden aan de nakomelingen van Aäron. Aan de nakomelingen van Kahath. Weet u het weer, uit Numeri 4, de Kahathieten. Zij waren verantwoordelijk voor het allerheiligste, voor de ark.  

En nu komt de ark in Beth- Semes. En laat nu Beth-Semes één van de plaatsen zijn die bestemd waren voor de Kahathieten. Daar komt de ark tot stilstand. Op de plek waar die als het ware hoort. Als iemand had moeten weten, hoe ze met de ark hadden moeten omgaan, dan waren dat wel de inwoners van Beth- Semes. Er was niemand anders buiten Mozes om die dichter bij die ark waren geweest dan zij. Ze wisten het, ze wisten wat de HEERE van hen vroeg.  

Kijk, en daarom is de verantwoordelijkheid van die inwoners van Beth- Semes zoveel groter ten opzichte van de inwoners van de Filistijnen. De Filistijnen, ja wat hadden die nou kunnen weten van hoe de HERE God gediend wilde worden. Ja zij hadden wel dingen gehoord. Zij waren niet helemaal onwetend, zo hebben wij de vorige keer gezien. Maar de inwoners van Beth-Semes wisten meer. En daarom is het oordeel van de HEERE over hen ook zwaarder. Hier worden direct door de HEERE op de eerste dag, 70 man gedood. Meteen, in plaats van na zeven maanden.  

Deze inwoners van Beth- Semes hadden het zo goed kunnen weten, maar ze hebben desondanks niet willen luisteren naar het Woord van God. Zij wilden God op hun eigen manier dienen. Ze deden waar ze zelf zin in hadden. Terwijl ze hadden kunnen en moeten weten dat hun handelen duidelijk tegen Gods Woord inging. Zó konden zij God niet ontmoeten. Zo konden ze niet met de ark omgaan. 

Hoe gaan wij met de HEERE om gemeente? U waarvan ook geldt: U die het weet. We kennen de HEERE. U hoort bij Zijn volk. U mag elke zondag zitten onder de prediking van Zijn Woord. U mag elke dag thuis lezen. U draagt op uw voorhoofd het teken van het verbond. U weet het, jij weet het. Dat brengt een verantwoordelijkheid met zich mee. Vandaag. Straks op de dag van Gods oordeel. Als wij in ons leven God niet willen dienen naar Zijn Woord. Of zelfs aan Hem voorbij gaan. Dan zal God straks Zijn eeuwig oordeel over ons uitspreken. Dan zal er geen gelegenheid meer zijn om u te bekeren, dat je zegt: “O HEERE, O HEERE, kan ik nu toch nog?” Nee, dan is het te laat. En dan is het vreselijk om te vallen in de handen van de levende God.  

Maar het Evangelie wordt u vandaag niet gepreekt om u daar bang voor te maken, gemeente. U wordt er wel op gewezen, de twee kanten in het genadeverbond. Maar het Evangelie wordt u ook vandaag weer gepreekt, opdat u het in geloof aanneemt. Dat je deze God aanneemt als de levende en heilige God. Het wordt u verkondigd tot uw redding! Om in geloof, en ook vandaag weer in heilig ontzag, te komen tot een God die genadig is en die zondaren zoekt in Christus Jezus. Omdat Hij zijn kinderen liefheeft in de Heere Jezus Christus, die het oordeel gedragen heeft aan dat kruishout. Toen Hij daar hing in de plaats van u, en van jou, en van mij om heel Gods toorn, om al onze onheiligheid die wij zo vaak hebben, op op zich te nemen.  

En dan zegt de HEERE in het genadeverbond: Geloof mij. Vertrouw Mij. En gehoorzaam Mij. En dan kent Gods kind ook geen angst voor God. Dat je bang moet zijn voor Hem. Nee, maar Gods kinderen beseffen wel hoe heilig God is, en dat Hij té heilig is om zomaar mee te spelen. Dat het er ook op aankomt, in het dienen van Hem. En dan laat de Heilige Geest je zien: hoe heerlijk, en hoe vol majesteit, en hoe groot God is. 

Terug weer naar Beth Semes. Zouden de inwoners van Beth- Semes, tot belijdenis van schuld gekomen zijn? Want ze roepen het hier uit: “Wie zou kunnen bestaan voor het aangezicht van de HEERE, deze Heilige God.” 

Wat is dat voor een uitroep? Het is hier een uitroep van rouw, niet van bérouw. Het is een uitroep van rouw vanwege de verschrikking over de ellende die hen getroffen heeft. 70 man van hun zijn gedood. “O HEERE, wie zou kunnen bestaan voor deze HEERE, deze Heilige?” Maar ze komen niet verder dan de rouw. Ze komen niet tot bérouw, want wat doen ze. Ze sturen de ark weg. De ark, die juist spreekt van verzoening. De HEERE zocht ze weer op. Maar ze hoeven de verzoening niet. Ze hoeven de Heilige God niet. Ze stoppen Hem weer weg. Weg met de ark van de HEERE. En ze sturen de ark dan naar Kirjat- Jearim.  

Eigenlijk, als we weer even terugdenken aan vorige week. Gebeurd hier niet precies hetzelfde als bij de Filistijnen? Wat deden de Filistijnen ook alweer? Precies, die stuurden die ark ook van de ene plaats naar de andere. Want zij moesten de ark niet. Die bracht alleen maar ellende. 

Het gebeurd hier ook. Ook de inwoners van Beth Semes hoeven de ark niet. En het erge is nog, ze willen hem niet eens zelf wegbrengen. De inwoners van Kirjath Jearim moeten de ark maar komen halen. Alsof ze er van walgen.  

De HEERE. Hij keert terug naar Zijn volk. Wat een genade, maar het volk, het keert niet terug naar de HEERE. Ja, de ark gaat naar Eleazar, en ze hebben wat blijdschap gekend, maar het blijkt toch niet de blijdschap van het hart geweest te zijn. Oppervlakkig. En dan komt de ark tot stilstand in Kirjat- Jearim, voor lange tijd. Voor meer dan 20 jaar. Volgende week gaan we zien, dat de ark daar weer wordt weggehaald door koning David. Ook weer een verhaal van rouw en van blijdschap.  

Maar gemeente, de Here God zo Heilig als Die is, zo genadig is Hij ook. Hij verlaat Zijn volk niet. Het volk verlaat Hem wel, maar Hij verlaat Zijn volk niet.  

Want hier zien we ook weer die bijzondere genade voor Zijn volk. Bij de Filistijnen wilde Hij niet wonen. Maar bij Zijn volk wel. Bij Eleazar. Daar wil Hij wonen. Het blijft 20 jaar stil. Ja, dat wel, maar Hij bleef daar wonen. Er komt geen plaag over het huis van Eleazar. Hoe kan dat? Dat is alleen maar vanwege Zijn verkiezende liefde. Hij zal ook nu weer wel met Zijn genade gaan werken. Hij zal Zelf brengen tot geloof en tot bekering. Al duurt het nog 20 jaar voordat het volk zich daadwerkelijk bekeert. God wil het Zijn volk leren. Hij wil het ook volgende keer aan David leren. Hij wil het ook u en jou en mij vandaag leren. Waarom? Zodat deze God ook door ons eerbiedig wordt gevreesd. 

AMEN