Preek Maleachi 2:17–3:5 (Maleachi – deel 5)

Print Friendly, PDF & Email

Preek Maleachi 2:17-3:5 – deel 5
Door Ds. HG Gunnink, gehouden te Zwolle, 15.09.2019 

Deze preek is tevens gehouden te Amersfoort, Bedum, Emmen, Lansingerland

Liturgie

Morgendienst

  • Votum + zegengroet
  • Psalm 93:1,2
  • Tien Woorden
  • Psalm 93:3
  • Gebed
  • Psalm 37:1,2,3,4
  • Lezen
    • Mattheüs 11:7-11
    • Mattheüs 21:12-14
    • Openbaring 6:9-11
  • Psalm 37:5,6,7,8
  • Tekst
    • Maleachi 2:17 – 3:5
  • Bediening van het Woord
  • Psalm 37:9,10,11,12,13,14
  • Gebed
  • Dienst der offeranden
  • Psalm 37:15,16
  • Zegen

Middagdienst

  • Votum + zegengroet
  • Psalm 93:1,2
  • Gebed
  • Psalm 37:1,2,3,4
  • Lezen
    • Mattheüs 11:7-11
    • Mattheüs 21:12-14
    • Openbaring 6:9-10
  • Psalm 37:5,6,7,8
  • Tekst
    • Maleachi 2:17 – 3:5
  • Bediening van het Woord
  • Psalm 37:9,10,11,12,13,14,15
  • ApGelBel
  • Psalm 37:16
  • Gebed
  • Dienst der offeranden
  • Psalm 93:3
  • Zegen

Preek

Gemeente van onze Heere, Jezus Christus, 

Hoe reageert u, als het in uw leven allemaal anders gaat, dan u verwacht had, dan u graag zou willen, dan u, ja, toch wel mooi zou vinden. Hoe reageert u op dingen, die moeilijk zijn?  

Want, hoe vaak is het niet, dat, als het tegenzit, wij bij onszelf constateren: ‘nou, mijn reactie was nou niet meteen zo’n geloofsreactie, op het eerste moment’. Het volk van de HEERE in de tijd van Maleachi is er, om zo te zeggen, ook helemaal klaar mee. Dat is een gemopper tegen mekaar. Dat is een gemopper over de Heere. 

En dan, dan het vierde ‘gesprek’. De profeet, in opdracht van zijn Zender spreekt het volk aan.  

En ik wil u het Woord van de HEERE laten horen onder het thema: 

De Heere zal zéker recht doen!
1) tegenover gemopper vs.17
2) via de Heere Christus vs. 1-2
3) in genade vs. 3-4
4) met straf vs. 5

1) Die eerste zin, broeders en zusters, dat is echt weer zo’n zin met een schokeffect.  
    JULLIE! En -misschien hebt u dat nog voor de aandacht, als u even helemaal terugdenkt aan het begin, hoofdstuk 1:2-, jullie, dat zijn die Israëlieten. Dat is het volk waarvan de HEERE gezegd heeft, -dat was het allereerste begin- ‘Ik heb jullie lief!’, ‘Ik van Míjn kant, heb jullie lief!’. En jullie, jullie maken de HEERE moe. Natuurlijk niet echt de HEERE moe maken. Zeg maar, ‘jullie ergeren Hem’.  

‘Maar Maleachi, hoe kom je daar nou bij?’ Dat is weer die verbazing, ze snappen d’r niks van. Misschien hebt u dat ook wel eens, ouderlingen komen bij u op bezoek, huisbezoek. Praten met u door, ook over uw leven in deze samenleving, in deze wereld. En dan zeggen ze van: ‘maar heeft de invloed van de wereld u eigenlijk niet aardig te pakken?’ Dat u de mond open valt en zegt van, ‘hoezo dat dan, wat bedoelt u?’ 

Het volk, ze staan ervan te kijken, van wat er gezegd wordt. ‘Ja’, zegt Maleachi in opdracht van de HEERE. ‘Wat jullie denken en wat jullie zeggen, dat is, de HEERE Die brengt er ook niet veel van terecht’. En misschien zijn er wel bij die durven zeggen ‘de HEERE brengt er helemaal niks van terecht’.  

Merkt u, het is géén klagen tégen de HEERE. Dat is iets wat het volk van God áltijd mag doen. Je klacht uitstorten voor de Heere God. Hoeveel PSALMEN zijn er niet waarin dat met zoveel woorden aan de orde komt. ‘Maar HEERE, waarom dan toch?’ ‘HEERE, hoe lang nog?’ Enzovoort. Nee, hier – het is geen klacht tégen de HEERE. Maar het is gemopper óver Hem. Óver wat Hij doet, of in hun ogen misschien wel níet doet.  

‘De HEERE, Hij is niet eerlijk’.  

Wie niet naar Hem luistert, die wordt nog door Hem behandeld als een ‘hele beste’. Hoe iemand leeft, de HEERE maakt Zich er totaal niet druk om. Waar is de God, -je kunt zeggen van het oordeel-, je mag ook zeggen, ‘waar is de God van het recht?’ ‘Hoezo, is Hij eerlijk en rechtvaardig?’ ‘En als dat dan zo is, waarom grijpt Hij dan niet in?’  

Kijk, wij kunnen wel zingen Psalm 93, ‘de HEER regeert bekleed met majesteit’. Nou ja, en als de HEERE regeert, dan zal dat ook allemaal goed komen. Wij kunnen wel heel Psalm 37 zingen en daar kwam het ook al verschillende keren aan de orde, over het recht van de HEERE. Waar blijkt dat nou uit? 

Dat was het leven van het volk van God, in de tijd van Maleachi. Het gaf grote moeite tot en met ongeloof aan toe. Teruggekomen uit de ballingschap. Met een geweldige hoeveelheid beloften, dat de HEERE er dan voor hen zou zijn, dat het dan goed zou gaan. Maar, wat ze ervan merken? Het wordt alleen maar moeilijker. En de buitenlandse heersers die blijven het voor het zeggen houden. En de opbrengst van de oogst is ook nog zo beroerd weinig. En aan alle kanten valt het tegen.  

Dat soort situaties, dat kan voor kinderen van de HEERE, nog – ook nu, allerlei pijn, verdriet en soms ook ergernis geven. ‘Waar is nou de HEERE?’ ‘Wat heb je nou aan Hem?’ Kijk, dan helpt het natuurlijk niks dat er iemand bij u komt en zegt van, ‘ergert u niet, doch verwondert u slechts’. Dan denk je, ‘man, schiet op’.  

Of, ‘je moet niet mopperen, je moet vooral bidden’. ‘Ja, dat weet ik ook wel. Ja, dat heb ik allang gedaan en dat is juist het probleem, dat helpt allemaal niks. Wordt het daar anders van?’  

Kijk, dat soort situaties, misschien zijn er hier, die dat helemaal nog nooit ervaren hebben. Rustig leven, alles van een leien dakje. Nou ja alles, maar een heleboel. Maar anderen zullen weten, hoe je in het leven aangevochten kunt worden. Hoe satan ook bezig is om je juist op zulke punten te pakken.  

En dan, gemeente van Jezus Christus, dan tóch blijft: ‘groter dan de moeite, is de HEERE van de legermachten, de Almachtige’. Dat is toch heel bijzonder, dat zelfs in dat stukje in Openbaring, die zielen onder het altaar daar nóg mee worstelen, ‘Heere, wanneer komt U om ons te wreken?’ Dan moeten ze geduld hebben. ’t Is er nog niet aan toe, volgens de tijd van de Heere.  

2) Maar, en dan gaan we naar het tweede punt, de Heere zal zéker recht doen, via de 
    Heere Christus. Hoor maar, ‘Ík stuur Mijn boodschapper’, zo vertaal ik dat. Hier staat engel, maar engel is precies hetzelfde woord, want een engel is een boodschapper. Nou moet je opletten, boodschapper met een kleine ‘b’. Iemand die namens de HEERE aankondigt: ‘de Koning komt’.  

En dan weten wij vanuit de Evangeliën, we hebben het gelezen in Mattheus 11, wij weten dat het over Johannes de Doper gaat. Dat Johannes de Christus aankondigt. ‘Hij komt, Die sterker is dan ik. Dus maak je klaar om Hem te ontmoeten’. Of misschien nog beter, ‘maak je klaar, zodat Híj júllie kan ontmoeten’.  

En dat wordt dan met dat beeld aangeduid van, ‘maak de weg begaanbaar’. Moet je even denken aan een weg, ergens in de derde wereld. Dat is gewoon een zandpad, gaten erin, regenbuien en dan is het meteen helemaal niet meer begaanbaar, het wordt overwoekerd door van alles en nog wat. En als de koning komt, ja, dan moet je ervoor zorgen, dan moet de weg klaar. Dat moet weer vlak, gaten opgevuld. Alles wat overwoekerd is, aan de kant. Zand als dat naar beneden komt, zandverschuivingen helemaal weg. 

De weg klaargemaakt: ‘de Koning komt’. Inderdaad, voor Mij! Laat de HEERE Maleachi zeggen. Ik zend Mijn engel die voor MIJ, de HEERE, de weg bereiden zal. En de HEERE zal zeker recht doen. 

En dan is het een heel bijzondere tekst dat 3:1, in het Oude Testament. Want er kan zonder problemen geswitcht worden van ‘Jahweh’ naar, ‘de Boodschapper van het verbond’, met een hóófdletter ‘B’; of ‘E’ van Engel. En dan heb je het over de Heere, Jezus Christus. Díe zál, plótseling, onverwacht, maar, op Gods tijd -Galaten 4:4- Die zal komen naar Zijn tempel.  

En dat kun je heel letterlijk nemen. Want de Heere Jezus is naar de tempel gebracht, Lucas 2, als Baby. Hij is als 12-jarige naar de tempel gegaan. Hij is aan het werk als Zaligmaker, Mattheus 21, Zijn tempel gaan opschonen.  

Maar je kunt ook figuurlijk dit nemen, Hij komt naar Zijn tempel. Dat is waar de Heilige Geest woont, Zijn gemeente, Zijn volk.  

Dit is, broeders en zusters, voor de mensen in de tijd van Maleachi niet meteen allemaal duidelijk geweest. Maar achteraf, met de hele Bijbel vanuit het Nieuwe Testament, ziet u Johannes, die daar bij en in de Jordaan aan het werk is. En u ziet Jezus Christus, als Koning en dus ook als Réchter.  

Dat is voor ons even wat lastig, die combinatie. We weten dat vanuit de Bijbel wel, denk maar Salomo bijvoorbeeld, koning én rechter. Maar koning Willem-Alexander die heeft met het recht eigenlijk, nou ja ik wil niet zeggen 0,0 te maken, want soms mag hij een gratieverzoek tekenen. Maar voor de rest staat hij daar helemaal buiten. De rechterlijke macht en het koningschap, dat zijn twee dingen.  

Bijbels gezien, is het de kóning die rechtspreekt! En de gelovigen in de tijd van Maleachi, want die waren er zeker óók nog, wat keken ze uit naar de komst van de Messias. Juist in hun situatie ook, met al die moeite, en met niet een volk dat gezamenlijk met z’n allen ervoor ging, wat betreft het eren en dienen van de Heere. Wat zou het geweldig zijn, als de Messias komt. Want Die zou hun recht verschaffen. Hij, die HEERE van het verbond, Hij zal aan dat verbond de diepste invulling geven.  

We hebben daar dat prachtige zinnetje voor in het avondmaalsformulier, ‘Hij heeft dat verbond voor eeuwig rechtskracht verleent’. Zit ook weer het woordje ‘recht’ in.  

‘Zie Hij komt’, moet Maleachi dan zeggen. ‘Zie, let op, Hij komt eraan’. En dan moeten wij niet gaan zeggen van, ‘nou eh, Hij komt eraan? Dat duurt misschien nog wel 400 jaar. Wie kan daar nou op wachten? Wat kopen ze daar nou voor in de tijd van Maleachi.  

Nee, dat is een ongeloofsreactie.  

Hij komt, dat betekent: Hij is bezig er aan te komen. Denk Nieuwtestamentisch, de Heere Jezus komt. Komt terug. Hij is bezig er aan te komen. En hoe dat dan allemaal precies in z’n werk gaat en hoe lang dat nog duurt, dat is niet eens interessant. Maar het belangrijke is, dat vast staat: Hij is daarmee bezig. En het gaat op Zijn tempo.  

En dan kennen wij Gods klok niet. Wij kijken op onze horloges. Maar in dit geval is Gods tijd belangrijker dan die van ons. Wat hier bedoeld wordt dat is, de almachtige HEERE, de Heere van de legermachten, die staat er garant voor. Hij is bézig te komen.  

Ach, en dan maakt het niet eens zoveel meer uit. hoe lang dat nog duurt, als je die zekerheid hebt van: Hij komt eraan. Denk maar even aan wat je in het verleden nog wel eens had: mensen gingen emigreren, en de man die ging voorop naar Amerika en dan kwam de dame die kwam daar met de boot misschien wel een jaar later achteraan. Maar ze was bézig er aan te komen. Kijk en of dat nou een jaar duurde, tuurlijk dat was lang, maar het was zéker. En of dat nou twee jaar duurde, dan was het nog langer, maar het bleef zeker. En dat is waar het hier om gaat: het komen van de Heere, daar kun je van op aan! Hij komt met recht en gerechtigheid! 

En dat houdt ook in dat Hij komen zal, dat is het derde punt.  

3) De Heere zal zeker recht doen, in genade. Maar wie zal de dag van Zijn komst verdragen? ‘HEERE, wie kan bij U horen?’ ‘Is dat degene die z’n uiterste best doet? Is dat degene, die vanuit zichzelf bezig is en…? Nee, dan loop je vast met Romeinen 3:25, ‘niemand die leeft, is rechtvaardig’. 

‘Wie kan bij U horen?’ Dat is hij of zij, die onder belijdenis van schuld telkens weer een beroep doet op de genade van God, dankzij de Heere, Jezus de Gezalfde. En met twee voorbeelden wordt dan duidelijk gemaakt dat de HEERE definitief scheiding gaat maken tussen mensen die om genade smeken, en die anderen die zichzelf willen handhaven. 

Eerste voorbeeld. Hij is als vuur van een edelsmid. Wat doet een edelsmid? Die heeft altijd vuur, want hij moet goud en zilver smelten. Wij hebben misschien redelijk zuiver goud, hoewel zelfs 24-karaats goud, daar zit nog ander spul doorheen, want anders is het veel te zacht. Maar hij smelt dat zilver en het goud om de vuiligheid ervan af te kunnen halen, zodat puur goud overblijft. 

En het tweede voorbeeld. Hij is als loog, -er staat zeep, maar zeep was eigenlijk in die tijd nog niet zo bekend- het is als loog dat het vuil vanuit de schapenvacht weg bijt.  

Hij zal zitten als iemand die zilver smelt en reinigt. Dat ‘zitten’ dat heeft ook weer te maken met een koning op zijn troon, en een rechter, die zit. PSALM 93, Hij zal recht doen. Hij brengt scheiding tussen trouwe priesters, en ontrouwe.  We lezen daar onder andere van in Nehemia 13, ‘Ik reinigde hen van al het vreemde en Ik stelde diensten vast voor de priesters en de Levieten, ieder voor z’n werk’. Het gaat om reformatie van de tempeldienst.  

Er waren priesters -die waren immers al eerder aangesproken in één van die eerdere ‘gesprekken’-, die er met de pet naar gooiden. Die niet meer het volk onderwezen in de woorden en de wet van de HEERE. Die wat de offers betreft ook, nou ja er niks van terecht brachten. Maar de HEERE grijpt in. En de HEERE gaat ervoor zorgen, dat die dienst van de verzoening tóch verder kan gaan.  

De HEERE grijpt in! Nee, Hij heeft niet meteen ingegrepen op het moment dat het fout ging. Want het is al een periode bezig fout te gaan.  

Misschien denkt u wel eens van, het zou mooi zijn als de HEERE de zonde meteen zou straffen. Was het immers meteen voor mekaar. Maar als je er verder over doordenkt dan weet je ook wel, dat zou verschrikkelijk zijn, want dan zouden wij hier ook niet zitten. Dan was er voor niemand hoop. Nee de HEERE heeft dat eerst laten gaan. Maar Hij zál ZEKER recht doen. Op Zijn manier, op Zijn tijd. 

Dat was toen bij Maleachi het geval. En dat is nóg altijd het geval. Hij zal zeker recht doen. Leven in de gemeente van Christus, dat is leven met de ernst én de vreugde van die zekerheid. Wij leven, en het kan onderweg heel moeilijk gaan. Doornen bleven bij Paulus, of: de doorn. Bij ons kunnen ook doornen blijven. Maar één ding is zeker, aan Gods genade heb je genoeg.  

En het wordt daar weer in Israël een offerdienst zoals de HEERE dat wilde. Een offerdienst met offers die, zeg het maar zo, die klopten. Kijk, en we hebben het gehoord in het verleden, ze brachten offers. Dat waren dieren die waren kreupel of blind. ‘t Was schandalig dat ze daarmee naar de HEERE toe durfden komen, dat was één kant van de zaak. En de andere kant was, denk maar aan Jesaja 1, ze brachten wel offers maar ze waren de tempel nog niet uit, of ze rommelden weer raak.  

En nu, weer goede offers, weer een goede houding. De genade van God maakt priesters en volk weer geschikt. En Jeruzalem en Juda gaan samen-op verder. Met de HEERE als hun God. En zij als Zijn volk. Net zoals vroeger, denk maar aan de tijd van Mozes of denk maar aan de tijd van David en Salomo.  

Want de Heere hééft inderdaad de blijmoedige offeraar lief, 2 Korinthe 9. Zoals ook wij uitgekozen zijn om offers te brengen. Romeinen 12, ons hele leven voor Hem. Mond, hart, hoofd en handen en voeten. En dat mag allemaal, en dat kan allemaal. En dat is genade, overweldigende genade, vanwege Jezus Christus.  

4) Maar ook het laatste. De Heere zal zéker recht doen, met straf. In vers 5 wordt dit  
    ‘gesprek’ afgerond. En Maleachi heeft duidelijk moeten maken, dat mopperen over de HEERE en mopperen over wat de HEERE al dan niet doet, dat dat volstrekt ten onrechte is. De HEERE laat echt niet alles geworden. De HEERE grijpt wel degelijk in. En als je je van de bepalingen van het verbond niks aantrekt, dan zal Hij komen met Zijn straf, naar Zijn Goddelijk recht. In het groot van deze wereld, in het klein bij elk mens. 

Het kan soms lijken of die spotters, ‘en waar blijft de Heere nou?’, Petrus, het kan soms lijken of ze gelijk hebben. Wórdt de kerk niet op zo veel plekken verdrukt en vervolgd. En hebben wij niet, gemeente, aan alle kanten te maken met verleidingen. Waarvan het zo moeilijk is allereerst al om ze te zien en in de tweede plaats om daarvan los te blijven. Dan kan het zelfs zijn dat er in de kerk een heleboel is, waarvan je zeggen moet, én samen, én privé, ‘nee het klopt toch niet, het is verkeerd. Bij jezelf, samen, we moeten de weg van de HEERE blijven volgen’. 

‘Jahweh zal een snelle getuige zijn.’ Dat is niet alleen maar degene die zíet wat er allemaal gebeurt. Maar de getuige in het Oude Testament is ook degene die meteen meedoet met het straffen van degene, bij wie geconstateerd is dat die strafwaardig is. Een snelle getuige. Maar dan weer: Góds snelheid. En dat betekent, dat je nóóit kunt zeggen, het komt niet.  

Vast en zeker is, dat blijvend onrecht, waarvoor geen vergeving gevraagd wordt, dat dat wordt gestraft. Of dat nou gaat om overheidspersonen of dat het gaat om dingen in de kerk. Kerkenraden zijn ook niet onfeilbaar, daar kunnen ook dingen misgaan. En als het gehandhaafd wordt, dan is ook daar de HEERE Die daarboven staat en recht doet. Overtreders die zich verharden en doorgaan, oh, oh, oh, wat een afgrijselijk vooruitzicht: het oordeel van de Almachtige. Want de HEERE laat nóóit met Zich spotten. 

Maar begrijp wel, broeders en zusters, als Maleachi in vers 5 dit ‘gesprek’ afsluit, dan is het nóg de HEERE die uit is, niet op de ondergang van de zondaar, maar op zijn bekéring. Juist door zo scherp de dingen neer te zetten, roept Hij Zijn volk terug. ‘Weg bij dat gemopper. Weg bij al die misdaden.’ Allereerst een uitwerking van: ‘Mijn volk, Ik heb jullie toch LIEF!’  

En pas in tweede instantie. Ja, als je dan toch nog doorgaat, dan zal de straf niet kunnen uitblijven. En dan volgt er een rij misdaden: tovenaars, overspelers, valse eden, loon van een dagloner, recht van weduwe, wees en vreemdeling. En samengevat in dat laatste zinnetje, ‘die Mij niet vrezen’. Want al die dingen bewijzen: ‘kijk, daarmee laat je zien, je hebt geen ontzag en geen respect voor de HEERE en Zijn Woord. En wie geen ontzag voor de HEERE laat merken, ja, die moet echt angst hebben voor Zijn straf.  

Want zo iemand, zo iemand breekt het verbond. En dan zul je erachter komen, dat HIJ de Heere is, die recht zal doen.  

Vers 5, een vreselijk oordeel. Ja, maar hoor daar ook in: wát een oproep tot onderwerping aan en tot het zoeken van de gerechtigheid in Christus. En nieuwtestamentisch, het bidden om de Heilige Geest en Zijn werk. Want de zonde, van het niet vrezen van de HEERE, bij de één komt het er zus uit en bij de ander zo, het zit in het hart van ons allemaal!  

Het geldt ons allemaal: ‘HEERE, redt ons’. Alléén op grond van de gehoorzaamheid van Christus. En op grond van het feit dat Híj de straf gedragen heeft.  

Wie om genade smeekt, die mag weten dat het antwoord is, ‘ja Mijn kind, wees er zeker van, hoe moeilijk het ook kan wezen onderweg, wees er zeker van, Ik zál recht doen, in oordeel, maar ook in genade!’. 

AMEN