Preek Psalm 2

Print Friendly, PDF & Email

Preek Psalm 2
Door Ds. HG Gunnink, gehouden te Lutten, 06.10.2019

Liturgie

  • Votum + zegengroet
  • Psalm 1:1,2,3
  • Tien Woorden
  • Psalm 119:19,20,21
  • Gebed
  • Psalm 132:1,2,3,4,5
  • Lezen
    • 2 Samuël 7:18-29
    • Handelingen 4:23-31
    • Hebreeën 1:1-5
  • Tekst
    • Psalm 2
  • Bediening van het Woord
  • Psalm 2:1,2,3,4
  • Gebed
  • Dienst der offeranden
  • Psalm 132:6,7,8,9,10
  • Zegen

Preek

Gemeente van onze Heere, Jezus Christus,  

Als je nog even terugdenkt aan PSALM 1: het vreugde vinden in de wet van de HEERE. Wie heeft dat echt bereikt? Z’n volle vreugde vinden in die onderwijzing? Wie was het Die zich altijd in die wet verdiepte en over die wet doordacht en er de toepassing aan verbond? Voor Wie geldt het, dat je kunt zeggen: ‘alles gelukt!’  

De enige van Wie we dat kunnen zeggen, dat is Hij over wie PSALM 2 speciaal gaat: onze Heere, Jezus Christus. De Koning, de Gezalfde, de Zoon van God. En over Hem wil ik u vanmorgen het Woord van God bedienen, en wel onder het thema:  

De HEERE laat vóór alles aan Zijn Koning bezingen 

en dan zingt u over
1. opstand
2. toorn
3. besluit
4. ultimatum
 

1) De HEERE laat vóór alles aan Zijn Koning bezingen, dan zingt u in de eerste plaats over opstand, de verzen 1 tot 3. PSALM 2, broeders en zusters, is een psalm van David, zo staat het in Handelingen 4. David, door de HEERE uitgekozen, op die bijzondere manier: ‘t jonkje dat er niet eens bij was’, maar hij werd koning. Door Jahweh aangesteld.  

Want die hele geschiedenis, totdat hij uiteindelijk zijn koningschap uitoefende onder de leiding van de HEERE. Zijn gezag is het gezag dat hij krijgt van zijn God. Maar er zijn ook, en het is eigenlijk te gek voor woorden, er zijn ook volken, naties, -moet je niet meteen denken aan enorme volken, dat kunnen ook zijn clans of families of stammen-, zelfs binnen het volk van de HEERE, die tegen díe David, ‘koning onder God’, die tegen díe David in opstand komen.  

En dan kun je het eigenlijk vier keer vragen, met dat woord ‘waarom’. Wáárom woelen de volken? Wáárom zinnen de natiën op wat zinloos is? Wáárom die volken, die zich opstellen? En wáárom spannen de vorsten samen? Kijk, als je dat vier keer zegt, dan wordt het duidelijk: wat is dit? Wat is dit, ‘tegen de HEERE en Zijn gezalfde?’  

Want houdt dat vast, -u weet dat natuurlijk helemaal-, maar het gaat er inderdaad om, dat David koning in dienst is van de HEERE. Waarvoor is hij koning? Om zijn volk, om het volk van de HEERE zó te regeren, dat dat volk aan alle kanten leeft voor God.  

Maar niet alleen dat eigen volk. De HEERE heeft David ook gegeven dat de volken daar om heen, de Filistijnen, Edomieten, Ammonieten, Moabieten, dat die ook door hem onderworpen zijn. En voor hen óók is er maar één manier om het goed te hebben. En dat is: David erkennen als hun heer. Hij is die speciale, door God aangestelde! Hij heeft zijn gezag van de HEERE gekregen. En dan, en alleen dan kunnen die volken echt gelukkig zijn.  

Maar zo gaat het niet. Daar is toch opstand. ‘Wij willen niet dat déze koning over ons is.’  

Hoe is het mogelijk! Die vier vragen. Hoe kunnen ze dat nou doen? Waarom dit, waarom dat? Hoe kunnen ze nou in opstand komen!  

Dat kan je thuis ook overkomen, dat je helemaal verbijsterd bent. Die puber die de sleutels van de auto pakt en even verderop dat ding parkeert tegen een boom omhoog.  ‘Jongen, hoe kom je daar nou bij om dat te doen! Dat is toch niet te vatten!’  

Ja, de dwaasheid gekroond. Opstand tegen de HEERE en Zijn gezalfde. Want je weet van tevoren: dat loopt altijd fout af.  

David en de HEERE, dat is van de kant van de HEERE altijd, om zo te zeggen, een twee-eenheid. Wonderlijk, want bij David was veel zonde. Maar dankzij de genade en dankzij de Geest van God mag hij toch deze Psalm zo dichten en laten zingen. En dan geeft de Heilige Geest, dan geeft God zelf ook diepte en verte in deze Psalm.  

2 Samuel 7: de zoon van David, Salomo. Ja, maar dat ‘eeuwig’, hoe vaak hebben we niet gehoord in die paar verzen. Dé Zoon, Jezus Christus, nakomeling van David!  

Handelingen 4: de gemeente van Christus, daar in Jeruzalem, die haalt heel terecht PSALM 2 aan. Juist vanwege de opstand en het verzet tegen de HEERE en Zijn Gezalfde. 

Waar ging het om? De Heere Jezus werd afgewezen. En ze wilden niet dat Hij Koning  over hen was. En Zijn reddingswerk, daar hadden ze geen belang bij.  

Wie wezen Hem af? Het is opnieuw dat verbijsterende. ‘Waarom?’. Wie wezen Hem af? Het was in eerste instantie Zijn eigen volk. Het volk van God. Dat hoefde Hem niet. En dan verder Herodes, Pilatus en wie daar nog meer bij de kruisiging betrokken waren.  

En nu in onze tijd, over wie kun je het eerste vers van die Psalm met verbijstering zingen? Natuurlijk ook met nederigheid, want het is niet vanuit de hoogte. Maar denk dan aan ál die gedoopten, die zogenaamd vrij willen zijn, die van het gezag van hun HEERE niks moeten hebben. Omdat ze liever slaaf van de satan zijn.  

En je ziet het om je heen. 

Waarom? Hoe is het mogelijk!?  

PSALM 1 ging over ieder afzonderlijk, PSALM 2 gaat over de mensen samen. En net zoals PSALM 1 zijn uitwerking heeft, en de rest van het Psalmenboek, is dat ook bij PSALM 2 zo.  

Overal komt dat terug: de regering van de HEERE. Koningspsalmen zijn er in overvloed. Of herderspsalmen, want dat zijn in feite ook koningspsalmen.  

Nu, volken. Waar zijn er nog regeringen die zich er toe zetten om écht het goede te zoeken, in onderworpenheid aan de HEERE. Het goede te zoeken voor hun volk?  

Wij staan ook verbijsterd. De één wat meer, de ander wat minder, maar wat onze regering, mag ik het zo zeggen, ervan terecht brengt de laatste tijd. Het is toch één en al chaos, op allerlei gebied.  

Waar zijn volken, die in het geheel, uit zijn op het dienen van de HEERE? Het is dus niet alleen die Psalm van David in zijn tijd, maar het is een Psalm voor het volk van de HEERE altijd door.  

Opstand.  

2) Dan de tweede. De HEERE laat vóór alles aan Zijn koning bezingen en dan zingt u over Zijn toorn. Die in de hemel woont, Die op zijn troon zit. Hij zal lachen. Het is altijd weer in de hemel wonen, tronen, een zítten op de troon van God.  

En dan weet u, als het gaat over dat zitten, dat dat is in functie zijn. Wij zien dat alleen maar op het moment dat de koning z’n troonrede leest, dan zit hij.  

Maar we zien dat vaker als, en in het Oude Testament hoorde dat bij elkaar: koning zijn en rechtspreken. Maar als bij ons de rechter zijn uitspraak doet, trouwens ook de hele rechtssituatie, maar vooral ook bij de uitspraak, dan zít hij. In functie.  

In de hemel is de HEERE totáál niet onder de indruk! Wat denken mensen eigenlijk; in opstand komen tegen Hem!? Het is alsof je met een elastiekje iets probeert tegen Hem die machtiger is dan alle atoombommen bij elkaar.  

En dan is het bijzonder. Hier staat één keer in vers 4: ‘Heere’, met kleine letters: één hoofdletter ‘H’, en de rest kleine letters. Dus niet de God van het verbond, maar de oppermachtige Gebieder. Hij Die Heer is over alles en iedereen. Hij spot en Hij lacht. 

Tegenstand. Tegen MIJ? Werkelijk absurd!  

MIJN werk, dat zal nooit mislukken door een paar kleine dwarse mensjes.  

Hij lacht. Maar daarnaast spreekt Hij tot die opstandelingen. En Híj spreekt, maar het zijn woorden die ú straks mag gaan zingen. De trouwe kerk zingt dit ook, dat Woord van Hem. Dat met ontslag en met kracht en met effect klinkt: ‘wat willen jullie?’  

In de eerste plaats tegen David. Maar dan in de tweede plaats: ‘wat denk je te kunnen ondernemen tegen Jezus Christus?’  

Toorn en grimmigheid zal branden. Wat branden zijn, dat weet iemand wel die zijn eigen huis een keer in de brand heeft gehad. En als je dat gelukkig niet gehad hebt, denk dan even aan die branden zoals in Australië. Het gaat op een verschrikkelijke manier tekeer.  

God laat Zich in Zijn oordelen door niemand en niets tegenhouden. Want Ík, Ík heb Mijn koning gezalfd. Ík heb David koning gemaakt. Ik gaf ook Jezus Christus alle macht! En die macht is niet alleen in de hemel. Die macht is ook op deze aarde.  

Het begon op Sion, Gods heilige berg. En Sion, dat is eigenlijk maar een klein plekje. Sion, dat is iets van 200 bij 200 meter. Ja, een klein plekje. Maar, PSALM 132, wel degelijk ook de plek waar de dienst van de verzoening was. De tempel, de basis van alles van het omgaan van de HEERE met Zijn volk.  

Sion, de stad van David. David en de HEERE, of beter, de HEERE en David samen-op. Ja, het begint heel klein. Maar het zal worden de hele aarde. Want Hij die op de troon zit, is onoverwinnelijk.  

Denk maar eens aan Openbaring 4 en 5. Die machtige Heere, die alle lof waard is. Zo groot, zo verheven. Onoverwinnelijk is Hij Die op de troon zit. 

En ik ken u en uw gevoelens en uw emoties en uw leven niet. Maar met die waarheid wil de HEERE u altijd weer bemoedigen!  

De allerhoogste Majesteit regeert. Regeert uw leven. Regeert deze hele wereld, met alles wat er te doen is. En opstand tegen deze allerhoogste Majesteit, dat loopt altijd uit op toorn. De HEERE regeert! 

En dan komt ook de vraag op u af: ‘is Hij, uw / jouw HEERE?’ 

3) Dan het derde: De HEERE laat vóór alles aan Zijn koning bezingen en dan zingt Hij over Zijn besluit. Ik, Ik zal het besluit bekend maken. Ik, dat is eerst David die zeggen mag: Ik ben de wettige koning. Want de HEERE stelde mij aan. Jahwe zei: ‘jij bent Mijn zoon, Mijn vertrouweling, Mijn vertegenwoordiger op deze aarde’.  

Vader, zoon. ‘Mijn band met jou is volstrekt uniek. Ik ben er helemaal voor jou. Dankzij Mij kun je werkelijk regeren zoals Ik het wil’.  

Ja, dan weer de moeite, met zo’n zondig mens als David is. Maar denk even door, Jezus Christus. Die stem vanuit de hemel: ‘dit is Mijn geliefde Zoon’. Luister naar, onderwerp je aan Hem.  

Hebreeën 1, in vers 5, komt het opnieuw terug: Gods Zoon. Priester – Golgotha. Koning: alle macht van eeuwigheid. God uit God. Ik de HEERE, Ik geef Je de macht en het gezag over alle volken.  

En weer, dat begint dan bij David. Als het naar Mijn goddelijk recht moet, dan moet jij dat uitvoeren: Edomieten, Filistijnen, enzovoort. Maar dan ook verder voor het volk van God.  

PSALM 149: een lofpsalm over de strijd die het volk van God mag voeren. En moet voeren. Psalmen, broeders en zusters, die zijn allesbehalve kneuterig. En die zijn allesbehalve alleen maar – nou ja, dat het vriendelijk en aardig is. Nee, Psalmen zijn ook hard. Hard, als de HEERE dat harde wil.  

Psalmen zijn wereld-wijd. En al die Koningspsalmen en al die Herderspsalmen, ze geven aan: houd in het oog de macht van God en de majesteit van God.  

Wij lopen zo vaak het risico, dat wij denken aan van alles en nog wat. En dat wij zien wat er allemaal aan de hand is in Nederland en in de wereld. En daar kunnen wij wel eens een beetje onrustig van worden. Zo van: hoe zou het allemaal aflopen? Welke kant gaat het op?  

Maar dan dit. Als God spreekt. Als duidelijk wordt: maar hoe dan ook, Christus regeert! Dan kan er rust komen bij een kind van God. Want Christus regeert ook, om Zijn vijanden ten onder te houden. En tenslotte ten onder te brengen.  

Is het niet nu, maar Hij heeft werkelijk ál de vijanden in Zijn macht. En dan hebben wij die vijanden misschien hier niet dichtbij, zoals heel veel broeders en zusters van ons verder in de wereld. Maar ook voor hen geldt: al doen ze het meest verschrikkelijke wat er is, Hij heeft de macht en Hij heeft Zijn vijanden in de macht.  

En als het nu niet zal komen tot een veroordeling, dan wel bij Zijn tweede komst. U mag, als volk van God, onderworpen aan deze Koning, met gelóófsogen kijken naar alles wat er aan de hand is. En dan mag u méér zien, dan wat een ander ziet. Dan ziet u: Zijn koninkrijk staat vast!  

Kijk, het is een werkelijkheid! De wereld ziet er heel anders uit dan 100 jaar geleden. Zoek op Google maar eens naar een kaart van de wereld uit 1920, of misschien uit 1900. Dan zie je grote verschillen. Maar dat is niet een kwestie van: dat gebeurt nou eenmaal. Of zoals mensen zeggen: tis zo tis (= het is zoals het is). Tis zo tis…  

Nee, dat staat allemaal onder Zijn leiding. Hij heeft daar alles over te zeggen gehad. En Hij blijft daar alles over te zeggen hebben.  

4) Tenslotte, de HEERE laat vóór alles aan Zijn Koning bezingen en dan zingt u over Zijn ultimatum. Zijn wonder van genade en liefde: Ík regeer. De waarschuwing komt dan. Een waarschuwing, opdat men, als gewaarschuwd mens, toekomst heeft. Niet op een doodlopende weg gaat.  

Want het is één van tweeën: ‘buig voor Hem of word stukgeslagen. Erken die macht van de HEERE en van Zijn Zoon of … ‘ 

Machthebbers van deze wereld, dat zijn de mensen met geld hier in deze buurt. Dat zijn de politieke leiders in Nederland. Maar ook Poetin en Trump, en Xi en Kim Jong Un en wie dan ook. Zo vallen daar allemaal onder. Alleen de HEERE en Zijn Zoon, Zíj hebben het voor het zeggen. 

En dan klinkt het: ‘hoor nu! Het kan nog. Laat je met God verzoenen. Dien de HEERE met diepe eerbied. Kus de Zoon’. Het is misschien wat vreemd, maar dat moeten vader en moeder straks maar uitleggen aan de kinderen. Het gaat niet om een echte kus. Maar het was, dat je je onderwierp. Zoals je wel ziet, dat Arabieren elkaar ‘kussen’. De wangen tegen elkaar, dat is in het Midden-Oosten nog heel erg gebruikelijk.  

Maar daar was het dat men zelfs het hoofd bij de voeten bracht. Als een teken van onderwerping. Dien de HEERE met grote eerbied! Dien Hem Die uit is op redding en bekering! Hij, de Ontzagwekkende! 

Dat moet wat geweest zijn daar, in Handelingen 4. Als ze dan gebeden hebben, PSALM 2 erbij gehaald – de aarde beweegt! Op dat moment voor die gelovigen een teken: de HEERE hoort en Hij is erbij. Hij zal optreden als Hij het eraan toe heeft.  

Het is voor de machthebbers van deze wereld: ‘beef, dan zul je leven, en zo niet, dan de ondergang’. En dan niet alleen voor die machthebbers, maar ook voor allen die de machthebbers volgen.  

PSALM 2, broeders en zusters, over de Heere Christus. Maar alle Psalmen hebben heel direct met Hem te maken. Eén van de dingen die u mag doen, als u zelf aan tafel aan de Psalmen toe bent bij de Bijbellezing, om dan daarna aan het eind even tegen elkaar te zeggen: ho. Nu moeten we gaan nadenken: hoe heeft deze Psalm te maken met de Koning, met onze Heere, Jezus Christus?  

Vergeet niet, Hij heeft Zelf al die Psalmen óók gezongen. En Hij komt erin naar voren: in de ene Psalm misschien wat duidelijker dan in de andere. Maar ze hebben allemaal met Hem te maken. Het is allemaal een uitwerking van PSALM 1 en PSALM 2.  

Deze Psalm. Het is: óf óf. Onderwerp je, of je gaat er onderdoor. Zoals dat in het Nieuwe Testament ook volledig terugkomt. Johannes 3 vers 36: ‘geloof in de Zoon van God en leef. Maar wie niet in Hem gelooft; de toorn van God blijft op hem’. 

En dan dat heerlijke en die afsluiting van die eerste twee. Zoals de eerste begon met ‘welzalig’. Zo sluit de tweede af met ‘echt gelukkig is iedereen …’ En dan staat er in de vertaling, daar kun je voor kiezen, ‘Hem’ met een hoofdletter ‘H’. Maar je mag eigenlijk zeggen: ‘welzalig allen die tot ‘hem’ … In de eerste plaats ‘hem’ met een kleine letter, en dan, / schuine streep, Hem met een hoofdletter. Dan heb je alles.  

‘Echt gelukkig is iedereen die bij David schuilt’, daar begint het mee. Maar nee, eigenlijk moet je dan zeggen: ‘die zich aan Jezus Christus, de Koning, toevertrouwt’. Echt gelukkig.  

Zondag 1. Volkomen veiligheid. Machthebbers, volgelingen van machthebbers. Zelfs zonde en satan: geen zeggenschap meer.  

Wie in de Zoon gelooft, die heeft nu en die houdt altijd het leven! 

AMEN