Aiming to Please – Opmerkingen 6

Print Friendly, PDF & Email

Opmerkingen n.a.v. Wes Bredenhof ‘aiming to please’ Chapter 5 a psalm singing church

Na het votum van de gemeente en de zegengroet van de HEERE antwoord Gods volk door het zingen van haar eerste lied. In de regel is een lofpsalm heel passend om als eerste lied voor de HEERE te zingen. Een lied waarin God wordt vereerd en aanbeden. Ik denk dat u dit ook wel herkend vanuit de praktijk. Vaak zingen wij als eerste psalm een lofpsalm. Er kunnen omstandigheden zijn waaronder het meer passend is om als eerste lied een klaaglied te zingen.

Een discussiepunt in de kerkgeschiedenis is altijd en overal geweest: is het op grond van Gods Woord gerechtvaardigd om naast de geïnspireerde psalmen ook ongeïnspireerde gezangen in de eredienst te zingen? Voordat we hierover wat opmerkingen maken a.h.v. het boekje van ds. Wes Bredenhof, wil ik opmerken dat ik vanavond niet volledig zal zijn in de behandeling hiervan. En ook dat mijn eigen gedachten hierover nog niet afgerond zijn.

2 belangrijke uitgangspunten:

  1. De gemeente van Christus is een zingende gemeente. Iemand als J. Calvijn heeft dit in zijn tijd sterk benadrukt en de gemeentezang weer een plaats gegeven in de publieke erediensten.
  2. De 150 psalmen zijn in het bijzonder de liederen door de HEERE gegeven heeft aan Zijn volk om te zingen. De psalmen zijn door Hem aan ons gegeven, om te gebruiken voor Hem en voor elkaar.  

Twee teksten die bij voor- en tegenstanders van gezangen gebruikt worden zijn.

Efeze 5: 19: En spreekt onder elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, zingend en lofzingend in uw hart voor de Heere.

Kolossenzen 3: 16: laat het woord van Christus in rijke mate in u wonen, in alle wijsheid; onderwijs elkaar en wijs elkaar terecht, met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Zing voor de Heere met dank in uw hart.

Over de uitleg en de concrete toepassing van deze twee teksten wordt verschillend gedacht. Ook onder gereformeerde exegeten. Wat bedoelt de apostel precies met het onder elkaar spreken? Heeft hij dan onze onderlinge omgang buiten de erediensten op het oog. Of heeft hij het hier juist wel over de publieke erediensten. Of beiden misschien? En wat bedoelt de apostel Paulus met de trits: psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Sommige uitleggers menen dat deze drie termen door de apostel met opzet wordt gebruikt omdat al deze drie woorden bekend waren voor zijn eerste lezers toen, omdat ze worden gebruikt in de titels van psalmen in de toen gangbare Griekse vertaling van het OT, de Septuaginta.

En over welke psalmen gaat het hier? Iemand als dr. Trimp wijst erop dat met de psalmen, waarvan de apostel spreekt, hoogstwaarschijnlijk niet de oudtestamentische psalmen bedoeld zijn. Dr. C. Trimp in zijn boekje ‘de gemeente en haar liturgie’ ziet in deze teksten  een Schriftuurlijke onderbouwing om in de publieke eredienst naast de psalmen ook geestelijke liederen te zingen.

Al met al is er veel onduidelijk en wordt er verschillend over gedacht. Wij weten bijv. ook niet wat er in de oude bedeling allemaal werd gezongen. De Schriften zelf en de overleveringen geven aanwijzingen dat dit breder was dan alleen de 150 psalmen zoals deze in de Bijbel staan. Denk alleen al aan het loflied dat Hanna als een gebed zingt in 1 Sam. 2. En wat voor Maria weer aanleiding is geweest om gedreven door de Heilige Geest haar ‘eigen’ lied te componeren.

Wel kunnen wij in elk geval met zekerheid concluderen dat wanneer de apostel op gezag van de Heere ons aanmoedigt dat het woord van Christus in rijke mate in ons woont. En dat dus het Woord van Christus de inhoud van ons lied moet bepalen.

En dat is in elk geval bij de 150 psalmen het geval. Dat zijn de geïnspireerde liederen die wij van God hebben ontvangen om te gebruiken. De verbondsliederen waarvan Christus ons leert, dat ze over Hem gaan. Over de HEERE en Zijn werk dat zijn uiteindelijke vervulling vindt in Christus en Zijn Middelaarswerk. Maar de psalmen zijn het toch ook bij uitstek de liederen, waarin wij als gelovigen zoveel leren en ook herkennen mogen van de geloofsbevinding, de ervaringen, van Gods kinderen in de omgang met de HEERE. Zowel hoogtepunten als ook dieptepunten, klachten die er zijn in het leven met de Heere. Troostvol. Juist ook vanuit de gedachte dat de Heere ze zelf aan ons gegeven heeft. De psalmen zijn daarom, en ik hoop dat dit ook voor ons geldt, geliefde liederen. In de publieke erediensten maar ook in ons persoonlijke leven met de HEERE, en onder elkaar.

Wat ik persoonlijk ook een argument vindt om psalmen te zingen en lief te hebben is het feit dat ook onze Heere Jezus Christus ze niet alleen vervuld, maar Hij heeft ze zelf ook gezongen heeft. In Mat. 26: 30 lezen we: en toen zij – die zij zijn de discipelen en de Heere Jezus – de lofzang gezongen hadden, vertrokken zij naar de Olijfberg. Deze lofzang waren de psalmen 113-118.

Tegelijk wil ik dit alles overwegende wel de kanttekening maken dat er m.i. onderscheid is tussen de geïnspireerde psalmen zoals ze in de Bijbel zijn opgenomen en de door ons mensen op rijm gezette psalmen. Zoals bijv. die van 1773 of 1984/1985. Die zijn wel gebaseerd op het geïnspireerde woord van God, maar niet gelijk aan.

Van groot belang is dat de kerk vooral de psalmen, als de door de HEERE zelf gegeven liederen, gelovig zingt en blijft zingen. Betekent dit vervolgens geen gezangen in de erediensten? Ik ben op dit moment van mening dat dit wel kan en ook goed is. Er zijn m.i. heel mooie en Schriftuurlijke liederen die een verrijking voor de eredienst en ons gezangenboek zouden kunnen zijn. Met het oog op de lof op God. Liederen waarin o.a. het heilswerk van Christus heel direct centraal staat en in geloof beleden en aanbeden wordt. Liederen waarin bijv. Maar ik denk ook aan zgn. Bijbelliederen waarbij een lied uit de Bijbel zelf op rijm en melodie is gezet.

Bij de keuze voor gezangen is het belangrijk dat heel zorgvuldig wordt gekeken of daarin het Woord van Christus centraal staat en zuiver wordt nagesproken. Het is in de kerkgeschiedenis al vaker voorgekomen dat juist in nieuwe liederen dwaling de kerk is binnengebracht. Denk bijv. aan liederen waar remonstrantse/arminiaanse gedachten in doorklinken. Of dat in bepaalde liederen, zoals in veel opwekkingsliederen, vooral de mens met zijn gevoelens, zijn aanbidding, en ervaringen centraal staat en bezongen wordt. Dit alles vraagt dus om zorgvuldigheid.

Er zijn mensen die zeggen: je kunt liederen tot ook thuis zingen, dat hoeft niet perse in de eredienst. Dat kan natuurlijk ,maar dat zeggen we ook niet als het gaat om de catechismus. Dat we zeggen: we hebben de Bijbel toch, lees de catechismus thuis maar. Laat angst voor het verkeerde, ons niet nalaten om het goede achterwege te laten.

Dan willen we nu, ds. Wes Bredenhof volgen, door wat dieper in te gaan om het hoe en waarom van het zingen van psalmen. Allereerst, en deze constatering van ds. Bredenhof, constateer ik met hem mee. Is het zo dat wij niet alle psalmen met regelmaat zingen. En sommige verzen van psalmen vrijwel helemaal nooit. Misschien heeft dit ook te maken met sommige voor ons westerse mensen wat ongemakkelijke wraakpsalmen zoals bijv. psalm 137 en dan in het bijzonder vers 4: Heil onze wreker, heil hem die, o trotse, uw kinderen zal verbrijzlen aan de rotsen. Ik denk dat dat de keren dat u dit vers gezongen heeft op één hand is te tellen, als u al hem al eens gezongen heeft.

De praktijk wijst uit dat er denk ik 40 a 50 psalmen zijn die met regelmaat gezongen worden, een aanzienlijk deel minder frequent, en enkele psalmen nooit tot vrijwel nooit. Toch is dat niet goed. Ik probeer hier voor mijzelf ook aan te denken, door ook wat minder bekende psalmen te laten zingen in de erediensten. Maar misschien nog wel te weinig. Tegelijk is het zo dat het overgrote deel van de psalmen klaagpsalmen zijn. Omdat wij toch sneller geneigd zijn om lofpsalmen te zingen, wordt er verhoudingsgewijs dus gekozen uit een kleinere hoeveelheid psalmen.

Daarnaast zijn er ook psalmen die een moeilijke wijs hebben. Of komt dit in sommige of veel gevallen misschien omdat wij ze niet zo vaak zingen? Misschien dan het spreekwoord onbekend maakt onbemind toch ook hier helaas wel eens te veel opgaat. Ik houd tegenwoordig voor mijzelf bij welke psalmen en verzen ik opgeef, om zo voor mijzelf per psalm inzichtelijk te maken hoe vaak ik hem in de gemeente opgegeven heb om te zingen.

In de tijd van Calvijn waren de mensen helemaal niet bekend met psalmen. In de jaren dat Calvijn in Strasbourg en Geneve was, heeft hij zich ook beziggehouden met het berijmen en op melodie zetten van de psalmen. En om de gemeente de psalmen te leren begon Calvijn bij de kinderen. Als zij de psalmen kenden dan leerden ze het daarna vanzelf aan de ouders. Met het oog op de toekomst van de kerk was dit geen gek idee. Ook in onze tijd is het belangrijk dat de kinderen de psalmen leren. Wij kregen enkele jaren geleden de tip om met de kinderen elke avond aan tafel psalmen te zingen. We zijn nog steeds dankbaar voor deze tip. Samen het psalmboek doorzingen. Bijv. na elke avondmaaltijd. Psalm voor psalm dan worden moeilijk en onbekende psalmen vanzelf minder moeilijk en bekender.

Hoe is het eigenlijk zo gekomen dat de gereformeerde eredienst gekenmerkt wordt door het zingen van voornamelijk psalmen?

Ik had het al even over J. Calvijn. In de tijd voorafgaand aan de reformatie was het zingen van psalmen wat in de vroege kerk altijd al gebeurde, in de vergetelheid geraakt. De gemeente zong niet meer. De zang in de kerk was voorbehouden aan enkele specialisten. Zoals een koortje voor in de kerk. En men zong dan geen psalmen in verstaanbare taal, maar gezangen in het latijn. De reformatie bracht ook reformatie op het gebied van liturgie met zich mee. Hoewel er ook onder reformatoren verschil van inzicht was op onderdelen binnen de liturgie. Denk bijv. aan de frequentie van avondmaalvieren. Waar de reformatoren het allemaal wel over eens waren was dat de gemeente van Christus een psalm zingende gemeente moest zijn:

  1. Psalmen werden vertaald in begrijpbare taal en op melodie gezet. (Ook J. Calvijn heeft zich hiermee bezig gehouden. Hij heeft zelfs een liedboekje uitgegeven met daarin een tiental berijmde psalmen en enkele gezangen! Calvijn schrijft in zijn voorwoord op zijn dienstboek van 1545: hierin ligt het verschil tussen de zang van de mensen en die van vogels. Want een vlasvink, een nachtegaal, een papegaai zingen wel, maar begrijpen niet. De geëigende gave van de mens is te zingen, terwijl hij weet wat hij zegt; op het begrijpen moet het hart en de liefde volgen, wat er niet kan zijn als wij het lied niet hebben ingedrukt in onze gedachten om het zonder op houden te zingen.  Een vraag om over na te denken is: in hoeverre is onze psalmberijming nog voldoende begrijpelijke taal. In het bijzonder voor de jongeren. Weten zij en u wat het betekent wanneer wij bijv. zingen: Uw Woord is louter en volkomen rein (ps. 19) Of: Hij kende deernis noch erbarmen (ps. 109: 7), of: Zij hadden voor ’t gewaande heil hun zonen en hun dochters veil (ps. 106: 17). Waar hebben we het dan over. Nu is daar altijd een bepaald spanningsveld wanneer je psalmberijmingen taalkundig gaat herzien. Ik denk alleen al aan de vertrouwdheid die je hebt met de woorden van psalmen. Je kunt ze uit je hoofd woordelijk meezingen. Heel belangrijk. En tegelijk kan deze vertrouwdheid pas echt geestelijke diepgang hebben en krijgen wanneer je vertrouwd bent met de inhoud van de psalmen. En je dus begrijpt wat je zingt. Juist omdat de psalmen zo belangrijk en rijk van inhoud zijn, moeten we enerzijds waken voor oppervlakkigheid in taalgebruik, maar tegelijk ook geen onnodige afstand creëren, die de waardering van deze rijkdom in de toekomst in de weg zouden staan. Iets om in de toekomst alert op te blijven en eens over na te denken. Hoewel we in alle eerlijkheid ook moeten inzien dat je niet zomaar een psalmberijming taalkundig herziet. Daar is heel wat tijd, kennis en kunde voor nodig.
  2. De zang werd weer teruggeven aan de gemeente. Dus niet alleen maar een enkeling, of een koor, maar heel de gemeente ging weer zingen! Als Bijbelse onderbouwing verwijs Calvijn hierbij overigens ook naar de zojuist genoemde teksten uit Efeze en Col. Waarbij de gemeente zingt tot Gods eer. Echt zingen! Volle borst!
  3. Met daarbij de nadruk vooral op psalmen. Waren de reformatoren tegen gezangen. Nee, dat zeker niet. Denk bijv. aan het Lutherlied en ook Calvijn nam gezangen op in zijn dienstboek. Maar de nadruk lag op de psalmen als liederen door God zelf gegeven om te zingen.
  4. En dan ook alle psalmen. Men de intentie had om alle 150 psalmen binnen een bepaalde tijdsperiode te zingen.
  5. En dan niet enkele verzen van psalmen, maar dan ook de hele psalm. Dus alle verzen.