Preek Markus 15:16-20 – Lijdenstijd

Print Friendly, PDF & Email

Preek Markus 15:16-20 – Lijdenstijd
Door Ds. MA Sneep

Liturgie

  • Psalm 2: 1, 2
  • Psalm 69: 7, 11 (na wet)
  • Psalm 129: 1, 2
  • Gezang 14: 1, 2, 3, 4
  • Psalm 72: 1, 6, 8
  • Schriftlezing
    • Jesaja 50: 1-11
    • Jesaja 53: 1-7
    • Markus 15: 1-15
  • Tekst
    • Markus 15: 16-20

Preek

Geliefde gemeente van onze Heere Jezus Christus,

De tekstwoorden zijn, als het goed is, woorden die je als kind van God pijn doen. Woorden, een gebeurtenis, die diep ingrijpen. Als je het tot je door laat dringen wat hier gebeurd is. Dat de soldaten deze dingen gedaan hebben met onze lieve Heiland, terwijl er in Hem geen schuld gevonden wordt.

In tegendeel.

Dat Hij dit heeft moeten ondergaan vanwege ons, en ook in onze plaats.

Vernederd. Bespot.

Thema:

Christus door de soldaten vernederd en bespot in onze plaats
Predikt ons:

1. De hoogte van onze schuld voor God
2. En tegelijk de vrijspraak van onze schande

  1. De hoogte van onze schuld voor God

Alsof de geseling die even hiervoor, onder verantwoording van Pilatus, niet genoeg was, wordt de Heere Jezus opnieuw in elkaar geslagen, bespuugd en bespot.

De praktijk wees uit, dat veel veroordeelden de eerste geseling onder Pilatus vaak niet overleefden. Maar met bebloede en verwonde rug wordt onze Heere nu voorwerp van spel en spot, en zó wordt Hij gebracht bij de soldaten.

En als Hij daar komt, wordt Hij eerst voor de tweede keer weer uitgekleed. Vernederend.
En dan doen ze Hem vervolgens een scharlakenrode mantel om, die ze hangen om zijn kapotte schouders en rug. En gaan de soldaten een soldatenspel met Hem spelen. De spot met Hem drijven.
Dat is wat hier gebeurd.
Nadat ze Hem een purperen of scharlakenrode mantel hebben omgehangen, vlechten ze een doornenkroon, en zetten die op Zijn hoofd en dan beginnen ze Hem te begroeten: Gegroet, Koning van de Joden!

Waarom zeggen ze dat? Dat is, omdat de Heere Jezus zichzelf zojuist geopenbaard heeft voor Pilatus, als de Koning van de Joden. Die ene vraag van Herodus wordt hier voor de rechtbank nu door Hem zelf in het openbaar beantwoord.

‘Bent u de Koning van de Joden?’

‘U zegt het’, antwoord Jezus dan.

Dat is Godslastering, zeggen de Joden vervolgens.
Moet je horen wat Hij zegt: Deze man wijst Zichzelf aan als de verwachte Koning, als de Messias. Erger nog, als de Zoon van God!

En verblind door hun ongeloof gaan ze deze Jezus, na de instemming van Pilatus, nu eindelijk doden aan het kruis.
Maar eerst zal Hij gemarteld en bespot worden.
En wordt er een, in die tijd, bekend soldatenspel met deze Koning gespeeld door de Romeinse soldaten.

Wat betekent dit spel? Wat heeft het te betekenen? Dit spel wordt gespeeld tegen de achtergrond van een bepaalde gewoonte van toen in het leger.

De soldaten die Jezus hier bespotten dienden in het leger van Rome, dat gestationeerd was in Israël.
En daar was het een gebruik, dat de legeraanvoerder na het behalen van een overwinning, gekleed werd in een rode mantel. En dan kreeg hij vervolgens een overwinningskrans op zijn hoofd. En werd hij zo als overwinnaar van de oorlog uitgeroepen. Dat gebeurde al op het strijdveld.

En u begrijpt, dan waren er naast de overwinnaar, ook verliezers.
Soldaten van de tegenpartij die gevangen werden genomen.
En nu mocht de overwinnaar, de legeraanvoerder, besluiten wat er met de gevangengenomen tegenstanders ging gebeuren.
Dat was gebruikelijk volgens het oorlogsrecht toen.

En dan ging het zo, dat de gevangen genomen soldaten neerknielden voor de overwinnaar en hem dan begroette met: ‘gegroet….. die en die’.
Deze begroeting was dan een smeekbede om genade, om vrijspraak.
En dan kwam het moment: of ze kregen genade of straf. Eén van de twee.

Nu dit spel, dit gebruik, wordt hier nagespeeld met de Heere Jezus. En zo drijven ze de spot met Hem. Een sarcastisch en satirisch spel waarbij ze doen alsof Hij Jezus als Koning van de Joden, de Romeinen overwonnen heeft.

Want, heeft deze Man zich net geen Koning genoemd? Koning van dat afschuwelijke volk van de Joden?
Nou we zullen Hem eens Koning maken!
Een spotkoning!
En dus drijven ze de spot met Hem. Spelen ze een spel met Hem. En hebben ze leedvermaak.

Ze trekken Jezus de purperen overwinningsmantel aan. Zetten Hem een doornenkrans op Zijn hoofd. En buigen voor Hem neer.
Net alsof ze gevangengenomen zijn door de Koning van de Joden en net als in het echt, smeken ze Hem om genade: ‘gegroet, Koning van de Joden!’

Wat een vernedering.
Wat een vertoning. Wat een spot.
Een ingrijpend dieptepunt.
Een afschuwelijk en schaamtevol soldatenspel wordt er gespeeld.
Helemaal als we beseffen dat dit spel gespeeld wordt met de Zoon van God.
Met de Koning van alle Koningen.

En ze beginnen Hem te slaan op Zijn hoofd met een rietstok, zodat de doornenkroon zich nog verder in Zijn hoofd boort en het bloed naar beneden stroomt langs zijn hoofd en nek. En ze beginnen op Hem te spugen.

Ze slaan Hem met vlakke hand in het gezicht en vallen op hun knieën voor Hem neer, alsof ze Hem eer bewijzen en aanbidden.

Maar Jezus doet niets terug. Hij zegt niets. Hij zwijgt. Hij blijft staan als een schaap dat stom is voor Zijn scheerders. Geduldig ondergaat Hij deze spot en hoon. Zo schaamtevol, zo huiveringwekkend erg gemeente, wat ze hier met de Zoon van God doen.

Hoe is het mogelijk vraagt u? Dat ze dat Pilatus, dat deze soldaten hiertoe in staat zijn?

Omdat het verstand van de soldaten verduisterd is, vanwege hun ongeloof.
Ze hebben het niet eens door, wie er daadwerkelijk voor hen staat, en zojuist onschuldig is veroordeeld.
Het verstand verduisterd, maar ook totaal verdorven.
Dat is ook wat we hier zien.

Deze soldaten, en laten we het maar gelijk ook op onszelf betrekken.
Het is de mens zoals hij van nature is.
De mens, wij allemaal die van nature, zonder Gods genade, deze Jezus ten diepste haten.

En deze haat en verdorvenheid, komt er hier ook uit bij deze soldaten.
Onze slechtheid, onze zondige natuur.

Ziet u gemeente, het komt door onszelf dat Hij hier staat.
Hij heeft ook deze spot en hoon allemaal ondergaan, vanwege onze zonden en onze schuld voor God.
En dat maakt het alles nog aangrijpender, en ingrijpender, wanneer we dat in geloof zien.
Want, deze beschuldiging richting onszelf, is alleen te zien als we het Woord van God hierover gelovig lezen, zien en betrekken op ons eigen leven.

Als God erbij onszelf de vinger bij legt. Bij onze torenhoge schuld. Dat Hij daar staat bebloed, bespot, veracht vanwege u, en jij, en mij. Zo groot is onze schuld voor God, dat Hij dit moest ondergaan.

Zijn bebloede rug en Zijn bespuugde gezicht, wijst ons erop, waarom Hij dit moest ondergaan. Het zegt ons, dat wij schuldig staan en zondig zijn. Dat we van onszelf liggen onder de vloek, onder het oordeel.

Kent u zo uw ellende gemeente?

En dat je dan tegelijk ook ziet hoeveel ervoor nodig was.
En hoe groot Gods liefde is, om ons te redden van Gods oordeel daarover.

Wat Jezus hier lijdt, wijst ons zo ingrijpend op hoe diep wij gevallen zijn in zonde. Het zegt ons zoveel over wat ervoor nodig is geweest, om weer te mogen leven in gemeenschap met God.

De vloek zei u net, is het zo erg?
Ja, Adam en Eva, vlak nadat wij ons in de zondenval hebben gestort. Dan horen we voor het eerst van dorens.
Dorens en distels zal hij voor u laten opkomen. Als gevolg van de zonden.
En juist deze doorns dringen nu door in het hoofd van onze Middelaar.
Opdat Hij ook daardoor tot een vloek zou worden gemaakt.

En nu staat de Zoon van God daar als voorwerp van bespotting.
Om alles te ondergaan, wat wij veroorzaakt hebben en wat wij verdienen.
Dat is wat wij hier zien in de bespotting van Christus.
Hij heeft het allemaal ondergaan en op Zich genomen, niet alleen vanwege onze zonden en schuld, maar ook in onze plaats.

Dit leert ons dat, wanneer je niet gelooft in Christus, valt onder de toorn van God. Onder de vloek van de wet, onder Zijn oordeel.
Als jij je in dit leven niet bekeerd tot deze Christus. Dan zal je eens zelf, de eeuwige schande moeten dragen.

Als God de mens al zijn ingebeelde grootheid afneemt en met Zijn oordeel komt. Het rechtvaardig oordeel van God. Waaronder de Zoon van God, de Heere Jezus Christus toen al gebukt ging. Huiveringwekkend.

Maar in Christus geeft God redding. Daarom zit er ook in deze verschrikkelijke gebeurtenis, Evangelie.
Want, hier staat inderdaad DE Koning. Echt God en echt Mens.
De door God gezonden Middelaar die dit ondergaat om te betalen in plaats van mensen die van zichzelf verloren zijn.

En als jij, en u, en ik daarom in geloof zien op Zijn kapotgeslagen rug. Op zijn, met dorens gekroonde hoofd. Dan mag je het met Jesaja uitroepen: ‘Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen.

Hoort u het gemeente. Voor u is genezing.
Omdat Hij daar heeft gestaan en onze straf heeft gedragen.
Zodat in een ieder die in Hem gelooft, als De Koning, en Hem wel oprecht aanbidt, en voor Hem neerknielt, genade ontvangt, vrijspraak. Vrijspraak van onze schande, vrijspraak van schuld. Vrijspraak van het eeuwig oordeel.

2)Thema: Christus door de soldaten vernederd en bespot in onze plaats
Predikt ons in de tweede plaats: de vrijspraak van onze schande

Misschien denkt iemand wel: moest dit lijden er dan ook nog bij?
Was die geseling onder Pilatus niet genoeg?
En het helse lijden, dat straks ook nog volgen zal aan het kruishout, moet dat echt? Zo vele malen pijnlijker nog, als Jezus zelfs verlaten zal worden door Zijn Vader.
Was dat dan niet genoeg?

Weet u, als Jezus hier niet had gestaan in die purperen mantel, met de krans van doornen op Zijn hoofd, bespuugd en bespot, dan waren wij nooit verlost geweest.
Hij had ze als de Koning, als de Zoon van God allemaal met één Woord weg kunnen vagen. Maar Hij doet het niet. Hij houdt vol in onze plaats.
En daarom horen we Gode zij dank geen woord van Zijn lippen afkomen.

Het is het avondmaalsformulier dat het zo treffend formuleert: ‘Hij is met smaad overladen, zodat wij nooit meer te schande zouden worden’.
Het is Christus die er mee overladen is, en daarmee al de Zijnen ervan verlost heeft. Van de schande die wij verdiend hebben.
Van verlost, doordat Hij hier zo te schande wordt gezet.
Geslagen en bespuugd, vernederd.

En Zijn verlossing strekt zich dan zover uit, dat wij straks voor de rechterstoel van deze Koning vrijmoedig mogen staan. Omdat Hij de schande heeft weggenomen.
De schande die wij zelf veroorzaakt hebben.
Die schaamte van Adam nadat Hij in zonden viel, was maar niet iets onschuldigs, maar die was daar vanwege verloren onschuld.

De HEERE ziet ons dan aan in Hem.
En zo wordt onze naaktheid bedekt met Zijn heiligheid.
Nu al in dit leven. Wordt door het geloof alles van Christus, toegerekend aan u, en jou, en mij.
Dat gaat zover, dat het voor de Heere zo is, alsof u en jij daar, voor die soldaten, in eigen persoon hebt gestaan.

Hij is met smaad overladen, zodat wij nooit meer te schande zouden worden.
Dit plaatsvervangend lijden mag de kerk ook sterken, als vandaag de dag de kerk wordt bespot. Het mag u troosten, als u trouw wilt zijn en blijven aan Gods Woord.
En jullie jonge mensen ook, als je op school, of tijdens je bijbaantje, of waar dan ook, er voor uit komt, dat je gelooft in deze Koning.
Misschien dat je dat heel moeilijk vindt, maar toch doet, en zelfs voor Hem op komt. En je daardoor misschien wel wordt uitgelachen, of dat ze achter je rug om het geloof of Jezus zelf belachelijk maken, of Zijn Naam door vloeken misbruiken.

Dan mag je weten: Hij, Mijn Heiland, heeft daar gestaan voor mij.
En Hij heeft nog vele male erger de spot en hoon ondergaan, dan ik in mijn situatie. Dat heeft Hij gedaan voor mij, en in mijn plaats.
En eens zal Hij, die Mijn Redder is, ook de Rechter zijn, die oordelen zal de levenden en de doden.

Misschien dat u of jij bij jezelf denkt: u moest eens weten hoe vaak ik smaad en schande uit de weg ben gegaan, door niet voor Hem op te komen, of mijn mond te houden, toen ik getuigen moest en spreken kon, maar ben weggelopen… in mijn zwakte en achteraf heb ik er spijt van, maar toch ik ben weggelopen…

Kijk nog eens naar Hem. Uw Heere Jezus bleef staan.
Hij is niet weggelopen, maar heeft het gehoorzaam over Zich heen laten komen. Vrijwillig.
En daarom kunnen we pleiten op Zijn werk. Zijn werk dat wel volkomen is.
En daarom is er vergeving voor onze tekorten, voor onze schaamte.

Dankbare verwondering stijgt dan uit ons hart op, naar boven. ‘O Heere, dat U daar voor mij hebt willen staan, in mijn plaats’.
En dan neerknielen voor Hem. In besef van onwaardigheid en schuld, smekend om genade!
In geloof Dat bij Hem alles te krijgen is. Onze schande weggenomen.

Jezus, voor het oog van de wereld, hier voorwerp van smaad en spot.
En toch overwint Hij ook hier, door de diepten van Zijn lijden heen.
Want, wat Jezus hier ondergaat is voorzegd.
Zo moest het gaan, om Zijn kerk te verlossen van de dood.
Hij heeft het Zelf Zijn discipelen onderwezen op weg naar Jeruzalem: ‘En zij zullen Hem bespotten en Hem geselen en Hem bespuwen.’

Hij wist dat het moest gebeuren. Hij kende de Schriften. Zo moet het gaan, naar de raad, en naar het voornemen van God de Vader. En daarom hebben de Schriften, de Heilige Geest, over dit lijden, over deze smaad, geprofeteerd, en wordt het nu tijdens deze gruwelijke bespottingen en vernederingen vervuld:
Psalm 69: ‘Want ter wille van U draag ik smaad, schande heeft mijn gezicht bedekt.’
Psalm 129: ‘Ploegers hebben mijn rug geploegd, zij hebben hun voren lang gemaakt.’

Inderdaad Zijn rug kapotgeslagen. Zijn Geest had door de mond van Jesaja al gezegd, dat Hij Zijn rug zal geven, en Zijn wangen aan Hem, die Zijn baard zullen uitplukken. Dat Hij Zijn gezicht niet zal verbergen voor smaad en speeksel.
En Christus die ook deze woorden als geen andere kende, doet nu wat Hij toen al had voorzegd: ‘En zij sloegen op Zijn hoofd met een rietstok en bespuwden Hem.’
Hoe betrouwbaar is het Woord van God. Dat zal ook voor Jezus tot vertroosting zijn geweest in Zijn lijden, dat het ging zoals voorzegd in de Schrift. Dat ook dit de weg was die de Vader bepaald had.

En onder alles deed Hij zijn mond niet open.
Vrijwillig.
En zij leiden Hem het paleis binnen. Zonder tegen te spartelen, zonder te protesteren ging Hij. Want, Hij wist, dit is de weg die Ik moet gaan in gehoorzaamheid.

En wij mogen het vandaag zien tot onze schaamte, maar ook tot onze troost.
Dat deze Christus alles vervuld, dat deze Christus, alles ondergaat voor al de Zijnen.

En zo werd Hij geleid van Annas, naar Kajafas, van Pilatus naar Herodes, en weer terug. Van Pilatus naar de soldaten, van de soldaten naar Golgotha.
Als een schaap werd Hij ter slachting geleid.

In de gedaante als een Mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd, en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood.
Zijn lijden stopt hier dan ook niet.

Nadat de bespotting en vernedering klaar is trekken ze Hem de purperen mantel weer uit, en trekken Hem Zijn eigen kleding weer aan. En leidden ze Hem naar buiten toe om Hem te kruisigen.

Het vreselijke spel was afgelopen, maar voor Christus is het niet afgelopen, gaat de lijdensweg verder.
Onnoemelijk zwaar zal het gaan worden.
Die pijnigingen aan het kruishout.
De Godverlatenheid die nog wacht.
We kunnen het ons niet voorstellen.

En toch laat de HEERE ons vandaag, in deze vernedering van de Heere Jezus opnieuw zien, hoe diep onze val in zonden is, en hoe vreselijk de gevolgen van onze zonden zijn. Hoe erg de straf is die ik verdiend heb. Zodat ik vlucht tot Hem. Die dit heeft willen ondergaan voor mij.

En dan zie je hier ook hoe groot Gods liefde is.
Dat de Zoon, De Koning, Christus, dit heeft willen ondergaan om spotters te redden.

En dan krijgen de woorden van Petru,s zoveel jaren later, diepe inhoud als Hij schrijft: ‘U bent niet met zilver of goud vrijgekocht van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen is overgeleverd, maar met het kostbaar bloed van Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam.’

‘En zij sloegen op Zijn hoofd met een rietstok en bespuwden Hem en zij vielen op de knieën en aanbaden Hem. En toen zij Hem bespot hadden, trokken zij Hem de purperen mantel uit en trokken Hem Zijn eigen kleren aan en leidden Hem naar buiten om Hem te kruisigen.’

Zo kostbaar is de prijs die Hij betaald heeft.
Zijn kostbare bloed.

Gemeente, dit is Uw Heiland.

Ziet u Hem gaan, veracht, de onwaardigste onder de mensen.
Als iemand voor wie je het gezicht verbergt.

Maar Hij is de Zoon van God.
De Christus die heeft geleden, is gekruisigd, maar is opgestaan en leeft!
Zouden we Hem niet liefhebben?
U, en jij, en ik.
Steeds meer.

Christus Jezus de Gekruisigde, voor de Joden een struikelblok, voor de Grieken een dwaasheid.
Maar voor een ieder die in Hem gelooft, is Hij de kracht van God, en de wijsheid van God. Is Hij de heerlijkste Middelaar ooit.
De enige, de ware!
De Koning van de Joden, die ook onze Koning is.
Hij, mijn Heere Jezus Christus, is met smaad overladen, zodat ik, zodat wij, nooit meer te schande zouden worden.

AMEN