Preek Zondag 23

Print Friendly, PDF & Email

Preek Zondag 23
Door Ds. HG Gunnink, gehouden te Emmen, 23.06.2019 

Liturgie

  • Votum + zegengroet
  • Psalm 34:1,2
  • Gebed voor de catechismuspreek, Kerkboek, blz. 567
  • Psalm 85:1,2,3,4
  • Lezen
    • Romeinen 3:19-4:5
  • Tekst
    • Zondag 23
  • Bediening van het Woord
  • Psalm 32:1,2,3,4,5
  • Geloofsbelijdenis van Nicea
  • Gezang 18
  • Gebed
  • Dienst der offeranden
  • Psalm 34:8
  • Zegen

Preek

Gemeente van onze Heere, Jezus Christus, 

Het kan zomaar zijn, misschien ben je wel gauw jarig. En dan krijg je een cadeau of misschien wel een paar cadeautjes. Zeg je dan elke keer: ‘ooh, dat had ik nooít gedacht!’ Of zeg je dan, ‘dat wist ik allang dat ik dat zou krijgen’?  

Vandaag, ZONDAG 23. Dat was ook helemaal geen verrassing, want het is gewoon de volgende ZONDAG, dat wist u allang. En reageer je dan, nou ja, we zijn nou gewoon toe aan ZONDAG 23. Óf blijft u, -als u dat dan weer gehoord hebt net-, blijft u die 23ste  ZONDAG zien als: ‘wat is dát toch een gewéldig cadeau! Ik wist van tevoren wat het was, maar het blijft zó groots!’? 

En over dat grootse, -wat wij in verbondenheid met de kerk mogen belijden-, over dat grootse wil ik u vanmiddag het Woord van God bedienen onder het thema: 

God rechtvaardigt de goddeloze, die in Jezus Christus gelooft,
we letten op drie dingen:
1) de aanklacht
2) de eis
3) de gratie

1) Allereerst dus de aanklacht. Voor Luther, broeders en zusters, is het op een bepaald  
   moment in zijn leven wél de grootste verrassing geweest. Hij las Romeinen 1:16-17. “want het evangelie is een kracht van God, tot zaligheid, voor ieder die gelooft. Want de gerechtigheid van God wordt daarin geopenbaard, uit geloof, tot geloof, zoals geschreven is, maar de rechtvaardige zal uit het gelóóf leven.”  

Dat was voor hem eerst een heel onbegrijpelijke tekst. Hoe kan dat nu? Dat die gerechtigheid van God verbonden wordt aan het léven. Want, in de oude leer, zoals hij die kende, was gerechtigheid van God, dat was alleen maar; God kijkt naar je en die ziet jou en dan is het niet best. Want God doet recht en als God naar recht doet, dan zijn we allemaal uitgepraat.  

Daar heeft hij jaren in vastgezeten. Maar het wonder was, dat de Heere hem toen hij, -hij was docent, op een bepaald moment, hij was leraar-, moest lesgeven over de PSALMEN. En toen kwam hij ook toe aan PSALM 31. En in PSALM 31:2 daar staat: “tot U HEERE, heb ik de toevlucht genomen, laat mij niet beschaamd worden voor eeuwig, bevrijd mij door Uw gerechtigheid.”  

En, tóen heeft de Heilige Geest hem duidelijk gemaakt: Gods gerechtigheid dat is zó geweldig heerlijk, dat geeft bevríjding. Dat is niet van, ‘en jij hebt dat gedaan en nou is het afgelopen’. Nee, dat is: je hebt het inderdaad gedaan, maar door de gerechtigheid, door het recht van God, -en dat is dan in het Nieuwe Testament meteen, ín Jezus Christus-, is daar bevrijding! Hij leerde zien twéé dingen, -en de Catechismus zegt het hem na-, op basis van het Woord van de HEERE dat die twéé dingen allebei waar zijn. 1. God Die de zonden straft – ja! God Die de zondaar redt – ook JA!  

Het is geen wonder, -ik weet niet of u dat lied kent, het staat in het Liedboek volgens mij nummer 402, en dat kun je morgen wel even ‘googelen’-. Dat is een lied van Luther, en het eerste vers dat is: ‘verheugt u christenen tesaam, laat ons van vreugde springen en zegenen Gods grote naam, laat ons de Heer bezingen, die ons zo machtig heeft bevrijd, die voor der mensen zaligheid, de hoogste prijs betaalde’. Immers Zijn eigen Zoon.  

En dan kan het zijn dat wij een klein beetje afhaken, want ‘van vreugde springen’, nou, dat doen wij in het geloof niet zo gauw, niet zo makkelijk. We zijn niet van die springers. En dat hoeft ook niet meteen. Maar wel, die geloofsblijdschap. Dat je zegt van: ‘ja, zo is het inderdaad, dat we de HEERE bezingen. Want Híj heeft voor de zaligheid van de mensen het hoogste gegeven, wat Hij maar kon geven, Zijn eigen Zoon!  

Dat is het wonder van de rechtvaardiging. Van de rechtvaardigverklaring. Dat is nog meer, broeders en zusters, dan vrijspraak alleen. Dat is wel een wat makkelijke manier om dat een keer uit te leggen van; God rechtvaardigt de goddeloze, God spreekt de goddeloze vrij. Nou, als je dat een beetje simpel wilt uitleggen, kun je dat zo doen. Maar het is eigenlijk nog meer.  

Want als bij ons in de rechtbank iemand wordt vrijgesproken, zegt dat nog niet eens zoveel. Want je kunt immers ook vrijgesproken worden ‘bij gebrek aan bewijs’. Je hebt wel gestolen, maar ze kunnen het niet bewijzen en dan word je vrijgesproken.  

Kijk, en rechtvaardiging, dat gaat juist veel verder, dat is vrijspraak. Maar dat betekent ook dat de rechter zegt: ‘meneer u gaat maar’, of: ‘mevrouw, u gaat maar naar buiten, het is volstrekt helemaal goed met u, u bent zo iemand, u hebt helemaal niks verkeerd gedaan’. Dat gaat dus een stap verder, dan alleen maar vrijspreken.  

En dat wonder van die rechtvaardiging, dat heeft alles te maken met, -ja, en nou zijn er harde en zware woorden-, met de goddeloze. Wij zeggen vaak: ‘de zondaar wordt gerechtvaardigd’. Terecht, zegt de Bijbel ook. Maar het woord ‘zondaar’ is onder ons, en in deze wereld, ja, wat zegt dat soms. Je kunt er zelf wel mee zitten: ‘ik ben zondaar, met alles wat eraan vast zit’.  

Maar, nu hebben we het over ‘de goddeloze’, zoals de apostel Paulus daarover spreekt. Over de misdadiger, die voor de rechtbank wordt aangeklaagd. Ja, die zichzélf aanklaagt. ‘Al klaagt míjn geweten míj aan’.  

Als het gaat om aanklagen, ik weet niet, u bent misschien allemaal heel goed. Maar ik kom ook wel eens mensen tegen, en ik ken mezelf een klein beetje, – het is veel makkelijker om een ánder aan te klagen, dan jezelf. Dan kijk je naar die andere: ‘ja ,die heeft dit gedaan, heeft dat gedaan, da’s is geen beste hoor. Sjonge, jonge ,jonge, als je eens wist wat die allemaal uitgestukt had …’  

Nu: míjn geweten, klaagt míj aan.  

Stemt u daarmee in? 

Dat God zegt: ‘Ik gaf je het leven, en je mocht leven in verbondenheid met Mij, in Mijn dienst, voor Mij, samen met Mij’. De HEERE zegt, ‘je bent ván Mij, Ik wil dat je Mij dient, aan Mij toegewijd bent. Geef me je hart, geef me je leven, helemaal. Altijd.’ Want een verbond is altijd. Dat is niet van maandagmorgen 7-12 uur, en dan weer voorbij. Nee, een verbond gaat eindeloos door.  

En wij, ja, wij kennen dat Woord van God, maar dan. Doen wij dan ook, wat God zegt? Kijk, als het Woord op ons inwerkt. Als de Heilige Geest met ons bezig is, dan zijn er gedeelten in dat Woord van God, waar wij onrustig van worden. Dan voelt het niet lekker meer, en dan is het gevoel nog niet eens zo belangrijk, maar dan weten we, het zit hier niet goed met mij. Want God zegt dit, maar bij mij is het dat. En dat klopt niet op mekaar. Dan erken ik inderdaad: ‘ik heb tegen alle geboden van God zwaar gezondigd’. Dat kun je dus nóóit oppervlakkig even zo zeggen, ‘ja, ‘k heb tegen alle geboden van God zwaar gezondigd, ja, dat zal zo zijn’.  

Nee, daar moet je over nadenken. Dat is, -dan denk ik even aan het avondmaal van vanmorgen-, als je dan denkt aan die zelfbeproeving. Dat je beseft, dat je er over doordenkt, dat je erkent, dat je de toorn van God verdíent. Dat je dat voor jezelf erkent. Dat is precies hetzelfde als ZONDAG 23. En dat is het Woord van de HEERE. Romeinen 3, ‘er is niemand rechtvaardig, ook niet één. Er is niemand die goed doet, er is zelfs niet één.’  

En dan zullen wij in het misdadig dóen vaak nogal wat meevallen. Dan kun je zeggen: ‘nou ja, zo slecht ben ik ook weer niet. Van de week heb jij niet €25 uit de portemonnee van je moeder gehaald. Nee, dat doen we niet, nee.’  

Maar, hebben wij alles gedaan wat de HEERE van ons vroeg? Denk ik aan de ouderen, hoe vaak wantrouwen wij wat de Heere belooft? Wij zeggen dat vaak niet zo, dat dat dan wantrouwen is, maar als je daar vraagtekens bij zet … ‘Ja, de HEERE die belooft dat wel, maar…’ Dat is dat duivelse ‘maar’. Waar in feite een uitroepteken moet staan, zetten wij een vraagteken. En dat is voor een gelovige veel meer dat zondig zijn en zonden doen, dan die misdaden die in de krant komen te staan.  

Is uw héle hart voor de HEERE? Élk moment? En als je daar over doordenkt, zeg je: ‘nee, mijn geweten klaagt mij aan, mijn hart is echt, lang niet altijd voor de HEERE.’  

Dat is weer dat moeilijke punt van, maar ik heb een waar geloof, jazeker. Maar een waar geloof is geen volmáákt geloof. Twee mensen kunnen elkaar liefhebben, trouw zijn 40, 50, 60 jaar. Wáre liefde, jazeker, maar ook geen volmaakte liefde. Want in al die jaren kan er van alles en nog wat gepasseerd zijn.  

‘Mijn geweten klaagt mij aan.’ Was er echt, en dan hoef je niet eens zover te kijken, naar dat hele leven van. Kijk nou eens even naar de afgelopen week, was daar nou echt voortdurend dat we zeiden, ‘ik was bij de HEERE in dienst?’ Of waren er ook momenten -en misschien wel langere tijd-, dat we de dienst weigerden? En als de HEERE zei: ‘dit wil Ik niet’, of: ‘dit wil Ik wel’. Juichen we dan, en springen we van vreugde?  

Het zijn van die dingen, wij staan daar allemaal voor die spiegel en dan zien we d’r niet meer uit. Denk maar aan die, -dat noemen ze ‘lachspiegels’- maar nee, je verandert helemaal, je wordt er helemaal lélijk van. Dát is, als je kijkt in de spiegel van Gods geboden. Omdat je dan merkt: ‘ik voldoe daar lang niet aan.’  

MAAR, wat is het dan ongelooflijk heerlijk! MAAR God rechtvaardigt iedereen, oud en jong, die in Jezus Christus gelóóft! Die aanklacht, die kan er zijn en die is er. En die aanklacht is ook nog helemaal waar!  

En denk daar maar eens over door nog. Hoe meer je de Heere Jezus leert kennen, hoe meer je ook bij jezelf ziet, dat je lang niet voldoet aan Gods eis. Dat je nog maar zo heel weinig op Hem lijkt. Híj, het volmaakte beeld van God. Wij ook geschapen om beeld van God te zijn. Maar het klopt nog heel vaak lang niet.  

En tóch, met dat geloof. Rechtvaardig verklaard. Romeinen 4:5, “Hem Die de goddeloze rechtvaardigt.” Dat past op een bepaalde manier niet in ons denken. Want als je daar alleen maar menselijk overdenkt, dan zeg je: ‘wat is dat gemeen, dat is niet eens eerlijk, zeg. Hoe kan dat nou?’  

Stel je voor een rechter die krijgt iemand voor de balie en die heeft ik weet niet wat voor verschrikkelijke misdaden uitgehaald. En de rechter die zegt: ‘beste kerel, vrijspraak, naar buiten, iedereen moet je op de schouder kloppen, zó.’ Dan zeggen wij allemaal: ‘die rechter die moet ogenblikkelijk weg’.  

In het geloof, leert God de Heilige Geest ons zeggen: ‘God Die de goddeloze rechtvaardigt.’ En we zijn er verschrikkelijk blij mee! Want dat is het enige houvast wat wij zelf hebben. Want die goddeloze die is niet overal, maar dat was ik immers zelf. Míjn geweten klaagde mij aan. Door Jezus Christus!  

ZONDAG 23, broeders en zusters, dat is een ZONDAG, -één van de ZONDAGEN die de catechisanten uit het hoofd moeten leren-, maar die daarna de catechisanten, en iedereen in de gemeente, ook moet beleven. Dit is een bevindelijke ZONDAG. Die moet in je hóófd zitten, en die moet in je hárt zitten. Want als dit je hart niet raakt, hoe zit het dan met je geloven? Als dit je niet heel veel doet. Aanvaard je dan de aanklacht eigenlijk wel? Of vind je dan dat hier eigenlijk veel te grote woorden gebruikt worden. En dat rechtvaardigverklaring voor jou niet eens zo nodig is. Want nou, je doet het wel goed en je kunt jezelf wel redden.  

Zoals net op die verjaardag. ‘Ja, afgelopen jaar ben ik heel gehoorzaam geweest, bijna nooit stout. Nou, dan heb ik dat cadeau wel verdiend.’  

Nou…, wie eerlijk is, en een cadeau krijgt op zijn verjaardag, die zegt van: ‘eigenlijk is het een wonder, want ik heb het helemaal niet verdiend, en tóch krijg ik het.’ 

Maar dat is niet vanwege de tranen van verdriet om mijn zonden. Niet vanwege míjn offers, die ík breng. Hier is geen sprake van ook maar íets verdienen. Want die vreselijke aanklacht die stáát. Maar waar het hier om gaat, dat is: ‘groter dan de nood van de aanklacht, is de Helper Die redt.’  

Dat heb ik er nou aan, aan dat geloof: alles!  

Wat is de Catechismus, -meer dan 400 jaar oud-, wat is i Catechismus gruwelijk modern hè, van: ‘wat heb je d’r nou aan, wat koop je d’r nou voor, wat schiet je d’r nou mee op?’  

Wat heb je er nou aan, als je gelooft in de drie-enige God? Kijk, en dan is het een groot verschil, want dan zou je, in deze cultuur, geneigd zijn te zeggen: ‘nou, dan heb ik er toch graag aan dat ik niet ziek word, en dat het mij goed gaat, en dat ik een heleboel kan shoppen en stappen, en dat het leuk moet zijn en plezierig. En dat krijg je dus niet. En dat is maar goed ook, want je krijgt nog veel meer! 

Wat heb je eraan? Alles!  

Want met vertrouwen op Jezus Christus, krijg je het grootste cadeau wat bestaat! God vernietigt de aanklacht. God rechtvaardigt. God nodigt je uit om het feest van je Heere te komen vieren. Rechtvaardig, eeuwig leven. Erfgenaam daarvan. 

2) Dan het tweede. God rechtvaardigde goddeloze die in Jezus Christus gelooft.  
  De eis. Aan die eis, die God stelt: ‘wees er voor Mij, helemaal!’, aan die eis voldoet onze Heere, Jezus Christus. En dat is dan, dat komt in het Avondmaalsformulier ook zo prachtig uit van, hoe God Zijn eigen Zoon geeft. Wij kunnen onze eigen problemen niet eens oplossen, maar helemaal het allergrootste probleem niet. Het probleem van: ‘hoe komt het goed met God?’ Maar God lost dat menselijk onoplosbare probleem op.  

Want, na die aanklacht, hebben wij toch immers niks meer te zeggen. Als je nou nog zou komen met: ‘ja, maar er zit toch ook nog wel wat goeds in ons, en er zijn toch ook wel dingen waar je van kunt zeggen: ja, maar dat gaat nog wel …’ Als je denkt van: ‘met wat prestaties van mezelf …’ Dan geloof je het Woord van God nog niet.  

Het gaat in Romeinen, we hebben dat gelezen net, het ging daar telkens om de drie-enige God en Zíjn wonder, van rechtvaardig verklaren, om Jezus Christus. Het gaat in die brief, -en de Romeinen die wisten dat al-, maar het wordt nóg weer eens benadrukt en dat is precies net zo bij ons, sommige dingen moeten in de kerk en thuis altijd wéér benadrukt worden. Dit ook, dat God Zijn eigen Zoon voor goddelozen laat leven én ten ondergaan.  

Geloof. En dan die uitspraak; ‘je bent rechtvaardig, Ik heb je lief, je kunt bij Mij geen kwaad meer doen’.  

Het is het wonderlijke beloven van God, Die ons toegang geeft tot Hem en zelfs tot een eeuwigheid met God. Het geloof, daar is de Catechismus al op ingegaan in ZONDAG 7: ‘wat is een waar geloof?’ ZEKER WETEN, VAST VERTROUWEN … 

Wat is dat geloof? Dat is aldoor: klamp je vast aan dat Woord. Heb je houvast bij wat God tegen je zegt. In het kader van: en smeek áltijd maar dóór om het werk van de Heilige Geest om dat te kúnnen. Want het is niet zo dat God zegt: ‘nou, doe het dan maar’. En dat wij het dan ook doen. Nee, dan is het nog zo dat ook voor dat dóen God alle kracht moet geven.  

Geloven, vertrouwen. Dat hele moeilijke. Het zit in ons allemaal, dat wij toch nog zo graag bij God iets verdienen. De één zegt van: ‘ja maar ik ga toch naar de kerk altijd’. Een ander die zegt: ‘ja maar ik ben heel trouw in het Bijbellezen’. En dat zeggen oudere mensen niet meer. Nee, want die hebben wel geleerd: dat moet je niet zeggen als het hierom gaat.  

Maar, vraag de kinderen maar eens. Vraag de catechisanten maar eens. Waarom is God goed met jou? ‘Nou, ik ga naar de kerk en ik bid’. En dan krijg je zo het hele rijtje. Ja, het zit in hen: ‘God is goed met mij op grond van wat ík doe. Ik verdíen dat zelf.’  

Nou, en dat klopt dus helemaal niet. Want het punt is: het is allemaal genade!  

Het is prachtig, dat je gemeente en eredienst en Bijbellezen en bidden, dat je dat allemaal belangrijk vindt en je kúnt niet zonder. Maar het is: ‘Amazing Grace’, het is ‘verbazingwekkende goedheid van God’. Het is elke dag de belofte van de rechtvaardiging, mogen aannemen en ook moeten. Het is elke keer ‘bij de gratie van God.’ 

Want het is Jezus Christus die ALLES doet, wat God eist van Zijn bondelingen. Werkelijk ALLES!  

Als het gaat om gehoorzaamheid, die was bij de Heere Jezus volmaakt. De Heere Jezus, toen Hij een jaar of 6 of een jaar of 10 was, was nóóit stout en ongehoorzaam. Hij heft altijd precies gedaan wat Zijn Vader in de hemel wilde. En toen Hij groter werd bleef dat, volmaakt, 100%! We kunnen het ons niet indenken, al is het nog zo. En dan ook dat andere, naast die 100% gehoorzaamheid, ook dat 100%, dat huiveringwekkende ondergaan van de toorn van God, helemaal perfect, volmaakt!  

Die drie woordjes: ‘HET IS VOLBRACHT!’  

Het klopte helemaal. Het was toen klaar. Er mankeerde niks aan. En de volle 100% aan heiligheid en toewijding.  

Hij, Hij, Hij, Hij.  

Tot een volkomen verzoening van al ónze zonden. En tot een volkomen gehoorzaamheid van al ónze gebreken. Dat van Hem, -dat mag de gelovige tegen zichzelf zeggen-, dat van Hém rekent God míj toe. En dan sta ik niet meer in de schuld, dan heb ik een oneindig kapitaal! ALLES van Christus op míjn rekening!  

En dat is niet alleen Luther die het daarover had, maar Calvijn net zo goed. Dat is die wonderlijke ruil. Mijn ellende op Hem. Al Zijn goedheid op mij, en voor mij. Jezus Christus, Gods geliefde Zoon, heeft álles gedaan. En zo mag de gelovige zeggen; ‘zo ben ik Gods geliefde kind, om en dankzij Hem’.  

ZONDAG 23, het is eeuwig roemen in de drie-enige God. De Vader Die Zijn Zoon zendt. De Zoon Die in liefde en toewijding komt. En de Heilige Geest Die kracht geeft én aan de Heere Christus en aan de gelovige nu, en Die de gelovige aan Christus verbindt.  

ZONDAG 23, alles uit Hem. Niks uit mij. Alles dóór Hem. Niks door mij. Alles tót Hem. Niks tot mij. Het is één en al cadeau: Soli DÉO Gloria, alleen voor Gód de eer.  

3) Dan het laatste. God verklaarde goddeloze die in Jezus Christus gelooft recht 
  vaardig, dat is gratie voor goddelozen. Wat een weldaad, wat kun je gelukkig zijn, wat móet je gelukkig zijn, als dankzij Jezus Christus je zonden zijn vergeven, en als je van de straf bent ontheven. Die weldaad, die moet je gelovend aannemen.  

Dat komt straks in de Catechismus, ZONDAG 25. Want natuurlijk is dan de vraag: ‘waar komt dat geloof vandaan? Hoe kom ik nou aan dat geloof dat zo belangrijk is?’ Want alléén door het geloof zalig. ZONDAG 25, ‘waar komt het geloof …?’ En dan is het weer, dat geloof is óók werk van God! Van God de Heilige Geest! Door Hém kan ik die weldaad gelovig aannemen. Vandaag, morgen, elke keer opnieuw. Tegen alles in, ook tegen de aanvallen van de duivel in. Die voortdurend bezig is om dít onderuit te halen. ‘Jij zeker, jij rechtvaardig, kom nou, laat naar je kijken zeg’.  

En tegen de aanklacht van mijn geweten in. Hoe kan dat soms benauwen. Dan denk je terug, en dan weet je van vergeving, en dan nóg kun je er tegenaan lopen van, ‘ja maar, toen, niet best en toen, helemaal niet best’. Tegen alles in.  

En dan zegt satan: ‘voor jou hoop? Vergeet het maar’. En dat je dan zeggen moet, ‘ja zeker, alle hoop door geloof in Jezus Christus’. En hoe gebrekkig dat geloven dan ook is, wat Gód doet, dát is volmaakt.  

En zijn beloven houdt nooit op. Híj zal het ook doen. Gód is getrouw. Dat zijn van die dingen – ons houvast kunnen we nóóít zoeken in onszelf. Maar Hij zal het ook doen. 

Dat is een tekst uit 1 Thessalonicenzen 5, eerst vers 23; ‘moge u volmaakt zijn tegen de komst van de Heere, Jezus Christus’. Wij volmaakt? Ja, dan bots je dus tegen jezelf aan. En dan staat het er: ‘Maar God is getrouw!’, dat is de basis! Hij zal het ook doen, daar hangt het vanaf!  

Het is niet, -vergelijk dat maar met een vader die met een kind loopt, aan de hand-, dat kind houdt natuurlijk de hand van vader vast. Maar dat is een kinderhandje, wat stelt dat nou voor. Die vader, die heeft het kind in de greep. En als er bijvoorbeeld iets aankomt, dan tilt hij zo dat kind omhoog met één hand. Of hij trekt hem weg. 

Ons geloven, dat is dat kinderlijke, ons zwakke geloof. Het hangt niet van óns zwakke geloof af. Het hangt van Gods kráchtige greep op ons af. Wat ons betreft kan het niet. Maar het gebeurt, want God is het die rechtvaardig verklaart. Uit genade. 

Wij mogen leven, nu al en eeuwig, bij de gratie van God. En daar kun je gruwelijk aan twijfelen: ‘is het wel voor mij, die …?’ En dan ga ik twijfel niet goedpraten, want dat is niet goed. Dat is, dat je van wat God belooft eigenlijk zegt: ‘nou, dat weet ik nog niet net zo’. Twijfel is zonde. Maar, wie nooit getwijfeld heeft, hoe zit dat? Want het gaat ook allemaal niet maar ‘vanzelf, logisch’. Dat moet je ook niet goed gaan praten. Er is niks vanzelf. En niks wiedes. Het is wonder op wonder! Het is gratie, en dat is onverdiend! 

Een misdadiger die in de gevangenis zit, en die het bericht krijgt; ‘het heeft de koning behaagd om u gratie te verlenen’, die zal dat ervaren als een wonder, want hij weet: totaal onverdiend. Maar dat is nou net gratie, dat je iets krijgt wat níet verdiend is.  

Gratie van de Rechter, dankzij het werk van de Redder.  

Gratie krijgen: een geweldig cadeau!  

ZONDAG 23, broeders en zusters, dat is een ZONDAG waar je levenslang over doet, om die te leren met je hoofd en met je hart. Dat is zo’n ZONDAG waarbij je zegt: ‘HEERE, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp’.  

En dat de HEERE zegt; ‘Mijn kind, je bent immers van Mij! Niets kan je toch scheiden, van Mijn liefde in Jezus Christus’. En daarom, ‘rechtvaardigen, rechtvaardig verklaarde goddelozen, weest in de Heer / in de HEERE verblijd en looft Hem, looft HÉM in alle eeuwigheid!’ 

AMEN