Preek Lukas 24:44-47

Print Friendly, PDF & Email

Preek Lukas 24:44-47
Door Ds. HG Gunnink, gehouden te Bleiswijk, 02.06.2019

Liturgie

  • Votum + zegengroet
  • Psalm 3:1,2,3
  • Tien Woorden
  • Psalm 119:7,8,9
  • Gebed
  • Psalm 40:1,2
  • Lezen
    • Genesis 3:14-15; 12:1-3
    • Jesaja 9:5-6
    • PSALM 2:12
    • Job 19:25
  • Tekst
    • Lukas 24:44-47
  • Bediening van het Woord
  • Psalm 40:3,4,5,6,7
  • Gebed
  • Dienst der offeranden
  • Psalm 149:1,2,3
  • Zegen

Preek

Gemeente van onze Heere, Jezus Christus, 

‘Daar snap ik nou niks van’. En je haalt je schouders op en je denkt: ‘laat maar zitten’.  

De leerlingen kunnen er ook absoluut niet bij: Hij is opgestaan?? Maar, kruis is toch vloek? En leven is zegen! Hoezo, dat spoort toch niet? Ze snappen d’r niks van. Maar dan, en wat is dat een genade, dan is het de Heere Zelf!  

Ik bedien u het Woord van God onder het thema:  

De Heere, Jezus Christus, bereidt Zijn leerlingen voor op Pinksteren:
1) met vervulling
(vs. 44)
2) door opening (vs. 45)
3) voor prediking (vss. 46-47)

1) De Heere, Jezus Christus, bereidt Zijn leerlingen voor op Pinksteren. In de eerste  
    plaats, vers 44, met vervulling. Het wordt, aan het eind van het evangelie, vrij kort neergeschreven. En op een bepaald moment, tijdens de 40 dagen voor Hemelvaart, komt de Heere Jezus naar de leerlingen toe en Hij spreekt hen weer aan. En dan zegt Hij: “Ik heb toch eerder gezegd? Je weet het toch?” 

Toen ze samen optrokken, zo’n drie jaar lang, Hij was toch telkens bezig om hen te onderwijzen over Zichzelf: ‘Wie ben ik? Wat kom ik doen?’ Over Zijn werk. Hoe Hij koninklijk bezig was. Profetisch en Priesterlijk.  

Ik heb het toch gezegd. 

Toen. In die tijd van de vernedering. Nu is alles anders. Hij is opgestaan! Hij is verhoogd! Als de Overwinnaar is Hij nu bij hen!  

Maar ze kúnnen het weten. Tóen al heeft Hij hen duidelijk gezegd, hoe en wat en waarom en wie Hij was. En het was als het ware telkens dezelfde les. Alles wat over MIJ in het Woord van God staat, dat móet vervuld worden. Dat móet, God wil het. En het moet vervúld! Het zal precies zo gaan zoals het er staat. Wat van tevoren is voorzegd, dat zal allemaal voor honderd procent uitkomen. 

Tussen de regels door, dan hoor je een stukje verwijt in Zijn stem: ‘jullie konden het allemaal weten. Het is vaak genoeg gezegd. En wat heb Ik gezegd? Alles wat als Woord van God is vastgelegd’. Wij noemen dat dan het Oude Testament, alles wat daar in staat: volmaakt betrouwbaar, er is niet aan te twijfelen, vanaf dat allereerste begin, voor alle tijden erna.  

Het staat er! 

En dat Woord van God, dat noemt de Heere Jezus in de drie delen, zoals het volk van God in die tijd kende. 

Eerst ‘de wet van Mozes’: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium.  

Dan ‘de Profeten’. En dan wordt het even anders dan wat wij kennen. Wij denken bij de Profeten meteen aan Elia, Elisa, Jesaja, Jeremia. En dan de twaalf ‘kleine profeten’. Maar voor de Joden waren ook de Bijbelboeken: Jozua Richteren, 1 en 2 Samuel, 1 en 2 Koningen, profeten. Dat noemden zij: ‘de vroege profeten’. Ze gingen er vanuit dat het profeten waren die die Bijbelboeken op schrift gesteld hadden.  

En daarna had je ‘de late profeten’. Jesaja, Jeremia, Ezechiël. En dan zegt u natuurlijk: ‘en Daniël’. Nee, Daniël niet. Maar dan nog die twaalf zogenaamd ‘kleine profeten’, Hosea tot en met Maleachi. Want Daniël hoort bij dat dérde deel. 

De Heere Jezus zegt dan: de PSALMEN. Je mag ook zeggen: de Geschriften. Dat begint inderdaad met de PSALMEN. En het tweede boek in de Geschriften is een andere dan in de volgorde die wij kennen, het tweede boek van de Geschriften is Job. Vandaar dat ik net eerst Jesaja las -uit de profeten-, toen de PSALMEN en daarna Job.  

Ik hield de volgorde aan zoals de Heere Jezus Zelf die gebruikte. En alle joden in die tijd. De Geschriften, de Psalmen, Job, Spreuken, Ruth, Hooglied, Prediker, Klaagliederen, Esther, Daniël, Ezra, Nehemia en 1 en 2 Kronieken. 

Het kan even wat vreemd zijn. Je Googelt morgen even en je hebt het zo weer op het beeldscherm staan. De Wet, de Profeten en de PSALMEN. 

Álles moest vervuld worden wat over MIJ geschreven staat!  

En wat staat dan over Hem geschreven? Nou, onder anderen, die teksten die we net gelezen hebben. Wij noemen dat dan de zogenaamde Messiaanse teksten. Dat zijn teksten die misschien de kinderen hier ook wel leren, in de buurt van kerst. Op school of voor het Kerstfeest met de gemeente, of Kerstfeest met de kinderen. En dan mogen ze die teksten opzeggen.  

En dan zijn dit er maar een paar. Er zijn nog veel meer. Denk maar aan: Genesis 22, het zogenaamde offer van Izaäk. God zal Zelf zorgen voor een Lam om te offeren. 

En Genesis 49, over de scepter die van Juda niet zal wijken, totdat Silo komt. 

En in de wet, Numeri 24. Dat heel bijzondere van Bileam. Een profeet van een andere god, die toch door de HEERE gebruikt wordt om de waarheid te zeggen. ‘Een ster die uit Jacob voortkomt. Een scepter die opkomt uit Israël’.  

En je kunt, ik weet niet hoeveel andere nog noemen. 2 Samuel 7: de belofte aan David. En uit de late profeten: Jesaja 7, Jesaja 11, Jesaja 53. Jeremia 31, Jeremia 33, Ezechiël 33, 34, 37. Nou ja, je kunt te kust en te keur gaan.  

In de PSALMEN net zo goed: PSALM 22, één van de lijdenspsalmen, 69, 110, 132. Ga maar door.  

Télkens weer: ‘hoor, hier al is een verwijzing naar de Gezalfde. Naar de Koning Die komt. Naar de Knecht Die lijdt. Naar de Zoon Die overwint.  

Maar dan nog, dan zijn we er nog niet. Want het gaat niet alleen maar om losse teksten. ‘Rozijnen in de pap’, die je er dan uitpakt. Nee, het is in het Oude Testament ook, aldoor, overal. Er is geen bladzij van het Oude Testament waarvandaan niet een lijn loopt naar de Gezalfde en Zijn werk.  

En dat is soms wat moeilijker om dat voor de aandacht te krijgen. Want denkt u maar aan de wet van Mozes, aan de eerste vijf boeken. Denkt u maar aan de geschiedenissen. Elke geschiedenis, van Genesis tot en met Deuteronomium, roept als het ware om Hém.  

Neem maar die hoofdstukken Genesis 5 en 11. Genesis 5 met dat eind: “en hij stierf”. En dan komt er weer een naam, met leeftijden, “en hij stierf”.  

Het zijn van die hoofdstukken die wel eens wat lastig te lezen zijn. Want het is allemaal zelfde, vinden wij dan. Oosterlingen denken daar wat anders over. Dat spreekt ze heel erg aan, juist die herhaling. Maar goed, voor ons: “en hij stierf”. Ja, dat is het gevolg van de zonde. Maar …, Genesis 3, er zál een Verlosser komen! 

En dan is dus die lijn naar de Heere Christus, en Hij zal leven en leven geven! Zelfs door het sterven heen.  

– In die 5 boeken van Mozes, met al die wetten. Die zijn soms ook moeilijk te lezen, gaat het over de wet op de melaatsheid. Ja, wat zegt ons dat nu. Maar toch, bij elke wet, als de HEERE zegt: “zo wil Ik het hebben”, hoor je als het ware het verlangen naar Hem Die die wet volmaakt gehoorzaam is. En Die honderd procent de wil van God doet.  

Want dat is ook verlossen. Verlossing heeft immers niet alleen maar te maken met het dragen van de straf: kruis, sterven. Maar verlossing heeft ook alles te maken met het doen van de gehoorzaamheid. Hij was honderd procent gehoorzaam. In ónze plaats. De gehoorzaamheid die wij niet opbrengen, heeft Hij opgebracht. 

– In die wetten van Mozes, wat komt het sterk aan de orde! Dat een offer noodzakelijk is, in verband met de zonde.  

– In de Profeten. Wat zijn ze, ja naast al die prachtige beloften die rechtstreeks naar de Christus wijzen, wat zijn ze bezig om het volk te waarschuwen! En de zonden van het volk aan te wijzen en te bestraffen. Weer, om dat verlangen naar Hem, Die definitief met de zonde afrekent, te laten groeien. 

– En dan de Geschriften. Elke PSALM, broeders en zusters, elke PSALM, gaat over Hem. 

PSALM 1, de rechtvaardige, die dag en nacht Gods wet overpeinst om die te doen.  

Als wij die PSALM zingen, dan lopen we er allemaal tegen aan, dat wíj die rechtvaardigen níet zijn. Want wij zijn daar niet zo druk mee, en bij ons, ja, wij botsen vaker tegen die wet aan, dan dat we zeggen van: halleluja, heerlijk die wet van God! Maar HIJ is die Rechtvaardige. 

PSALM 2, over de koning. In eerste instantie gaat het dan over David en de zoon van David. Maar daarna over de grote Zoon van David. Hij is de Koning! 

En we hebben PSALM 3 gezongen. Met die zin, ‘ik lag en sliep gerust, van ’s HEEREN trouw bewust, tot ik verfrist ontwaakte’. Hoe kan een mens ooit in alle rust slapen? Zelfs dát is een genadegeschenk vanwege de Heere, Jezus Christus. 

En zo kun je met elke PSALM die lijn trekken. Ze zijn allemaal in Hem vervuld. En Hij heeft ze Zelf ook allemaal gezongen.  

En wat de Heere Jezus dus tegen zijn leerlingen én tegen ons zegt: “alles wat geschreven staat, gaat over Mij”.  

Hoor die boodschap van barmhartigheid! Laat u er nooit in meenemen dat je Oude en Nieuwe Testament tegen mekaar laat uitspelen. Zoals tot op de dag van vandaag nog zo vaak gebeurt: “Oude Testament, ja, dat is oorlog en dat is wraak. En pas in het Nieuwe Testament is het genade en liefde en vrede”. 

Dat is zó verkeerd! Het is dat éne Woord van God, waarin ook in dat Oude Testament het volop gaat over die barmhartigheid van God. Waarin het voortdurend gaat over de verbonden. Hoe God zich aan Zijn volk verbindt. En Zijn volk zich aan God mag verbinden. En hoe dat álles betekent voor het volk. Maar hoe elk verbond gegrond is … op het werk van de Gezalfde! 

Vaders en moeders, en dominees vanaf de preekstoel, ja, eigenlijk iedereen, je moet het altijd weer over Hém hebben. Ook in alles van dat Oude Testament!  

Het kan best eens moeilijk zijn, want de Schriftlezingen die wij thuis hebben aan tafel, dat is lang niet altijd dat wij daar rustig de tijd voor nemen om daarover door te denken. Die tijd is er soms ook niet. Moet je heel nuchter in zijn.  

Daarom is het ook niet per se noodzakelijk om de Schriftlezingen te doen aan tafel terwijl je net gegeten hebt. Je kunt ook de situatie nemen dat je zegt om half negen of om negen uur, iedereen naar beneden, iedereen in de kamer en we gaan nu het Woord van de HEERE lezen. Met iets meer rust dan vlak na het eten, want dan moet toch Jan en alleman al alle kanten weer op. Maar dan nog.  

Om dan die lijnen te trekken, daar moet je echt mee bezig gaan. Daar moet je je voor inspannen. Maar juist vanuit onze tekst, broeders en zusters, is dat én van belang, én ook, het wordt er veel rijker van! Dan krijg je niet meer van: we moeten “even” lezen. Neem het woordje “even”, we moeten “even” lezen. Nee, we gaan nu luisteren naar wat de HEERE tegen ons te zeggen heeft. En dan die volgende stap: en we gaan er zelfs even over doordenken.  

2) Dan het tweede: de Heere Jezus Christus bereidt Zijn leerlingen voor op  Pinksteren: door Zijn opening. ‘Ik heb het toch al gezegd! Jullie weten het toch al!’ Nee, ze weten het niet! Want ze snappen d’r niks van. Tot dán. Tot op dát moment: Lucas 24 vers 45. Dan opent Hij hun verstand en dán komt het opeens binnen. En dan kan Petrus op Pinksteren z’n Paaspreek houden. Ah, nu heeft hij het gekregen. 

Moe’j niet zeggen van: ‘nou heeft het door’, alsof die zelf behoorlijk bezig geweest was. Ja, nee, ik ben er mee bezig geweest en ik heb er geweldig aan gewerkt en ja, ik heb het zelf … Nee, niks zelf gevonden. De HEERE opent hun verstand. De deuren gaan als het ware wijd open en het kan binnenkomen. Al die OudTestamentische berichten over de Gezalfde.  

En dat is zo’n zegen. Ook voor de kerk van vandaag. Want ná de opstanding blijft de Heere Jezus bezig. Juist met het oog op die kerk van het Nieuwe Testament. Na de opstanding gaat de Heere Jezus door. Ook met het oog op ons. Daarom maakt Hij hun horen tot begrijpen. Want dán kunnen zij bezig gaan met de opdrachten die ze hierna krijgen. Voorbereiding voor Pinksteren.  

Ik noemde al Petrus, maar het was echt niet Petrus alleen die daar die Paaspreek hield. Met die duizenden mensen die daar tot geloof komen, zijn alle leerlingen bezig geweest. Om het Woord van de HEERE duidelijk te maken. Aan de Joden daar aanwezig in Jeruzalem.  

En een andere speciale opdracht aan de leerlingen was, dat ze van alles en nog wat mochten opschrijven. En wij hebben onze Bijbelboeken uit het Nieuwe Testament. En dan lees je in het Nieuwe Testament weer kéér op kéér hoe daar die binding is aan het Oude Testament. En hoe de vervulling heeft plaatsgevonden. En nóg zal plaatsvinden.  

Wat een genadig ingrijpen van onze Heere, Jezus, de Gezalfde. Want had Hij dat niet gedaan, dan hadden de leerlingen het nooit gesnapt.  

Maar, broeders en zusters, denk maar aan wat Paulus daarover schrijft in 1 Korinthiërs 2: ‘elk mens heeft dat genadige ingrijpen van God nodig’. Er is ook hier niemand, niet van de kinderen, niet van de grote mensen, er is niemand van zichzelf in staat om de dingen gelovig te begrijpen. 

Ik mag er misschien vanuit gaan, dat u allemaal gedoopt bent. En als dat niet zo is, dan hoop ik dat u nog gedoopt wordt. Bij die doop is daar die belofte: dat de Heilige Geest in onze harten wil werken.  

Maar daar moet wel om gebeden worden. En gevraagd. Telkens weer, moet er en mag er vanuit die beloften bij de doop, gebeden worden om het werk van God de Heilige Geest. Zodat ook bij óns het verstand open gaat. En wij begrijpen.  

De leerlingen krijgen in verband met hún speciale werk inzicht over de Levende. Wij mogen met het oog op ons werk, vaders en moeders ten aanzien van hun kinderen; gemeenteleden ten aanzien van de broeders en zusters; ouderlingen, diakenen, dominee, ten aanzien van de gemeenteleden; ook wij. En dat is een belangrijk punt, dat de gemeente bidt voor de mensen in het ambt. En dat de mensen in het ambt bidden voor de gemeenteleden. Juist om die ópening te krijgen, dat er steeds meer zicht komt op de Heere Christus. 

Want de gemeente is immers een gemeente die leeft op de basis van de genade dankzij Hém.  

En dan zie je hier dat bijzondere, in onze tekst. ‘Lukas’ is geschreven aan Theophilus. Maar je mag het ook naar jezelf toe halen, voor Theophilus, en voor u, en voor jou, vallen Pasen en Pinksteren eigenlijk op één dag. Beetje vreemd gezegd, maar daar kunt u thuis nog over doordenken: Pasen en Pinksteren vallen vanuit onze tekst op één dag.  

3) Dan het laatste: de Heere Jezus Christus bereidt Zijn leerlingen voor op Pinksteren: voor prediking. Inzicht over de Gezalfde. HIJ moet dit allemaal doen en ondergaan. Dat gehoorzaam zijn. Dat lijden. Dat sterven. Dat opstaan. Het hele Oude Testament staat er vol van. En Hij heeft dat allemaal gedaan. 

Dan mag je dat niet voor jezelf houden. Maar jullie zijn leerlingen, en jullie worden apostelen. Dat betekent uitgezondenen. ‘Ga met die boodschap op pad’. Dus al vóór de Hemelvaart, is de Heere Jezus bezig om hen voor te bereiden op het vervolg, op Pinksteren.  

Ga maar uitleggen, -biddend om de Geest-, wat dat lijden en dat opstaan betekent. Zeg het maar overal, hóe dat lijden en dat leven hernemen, gegaan is. En waar je ook bent, benadruk keer op keer, waarom dat lijden en dat opstaan zo nodig was. Laat het horen, de proclamatie van de Koning! 

‘Proclamatie’, dat is een moeilijk woord. Er is nooit een moeder die zegt tegen de kinderen van: ‘zeg, luister jij eens even naar mijn proclamatie!’. Maar moeders die proclameren wel eens: “zeg, wil je die deur even dicht doen!?” Want in proclamatie daar zit een beetje ‘roepen’, een beetje ‘schreeuwen’ in.  

Hoe ging dat? De heraut van de koning die ging naar de stad toe waar de koning op bezoek wilde komen. Een jaar van tevoren, of een half jaar van tevoren. En dan proclameerde die heraut, dan riep hij dat uit: “zorg dat je klaar bent als de koning komt”. Kijk, dat is een proclamatie.  

En zo moeten die apostelen de wereld in. Te beginnen in Jeruzalem. Op die eerste Pinksterdag: ‘mensen, bekeer je en geloof in Jezus Christus en leef!’ Roep ze terug naar God!  

En dat is ook zo wonderlijk op die Pinksterdag! Zeven weken daarvoor hadden ze nog geroepen van: ‘kruisig Hem! Kruisig Hem!’ En zeven weken later, Geesteswerk, duizenden mensen die zeggen: “Hij is het, Jezus de Gezalfde, Hij is het helemaal!”  

Door de prediking, ‘bekeer je naar de levende God’, als jood, later als heiden. ‘Bekeer je tot God, Die Zijn Zoon heeft aangesteld om op een vastgestelde dag de wereld rechtvaardig te oordelen’, Handelingen 17.   

Op Pinksteren: denk aan Pasen. Hij is opgewekt! Hij leeft!  

Ja, want ook, en wij zien dat heel vaak wat beperkt ten aanzien van lijden en sterven. Dan zeggen we: ‘kijk, dat staat in het Oude Testament. Jesaja 53. Psalm 22. Een heleboel andere dingen’. Maar ook het opstaan, broeders en zusters, ook dat staat in dat Oude Testament. Denk maar eens aan al die keren dat er gesproken wordt over: ‘de derde dag’. Of over: ‘na drie dagen’.  

Want ‘de derde dag’, dat is telkens een beslissend keerpunt. Dat is echt even zo’n belangrijk moment. Ik noem maar één tekst: Hosea 6:2, “Na twee dagen zal de HEERE ons levend maken. Op de dérde dag zal Hij ons doen opstaan en zullen wij voor Zijn aangezicht leven”. Hosea, profeet die oordeel moest aankondigen, maar die dus óók mag spreken over ‘de derde dag’. Alles wordt anders!  

Kijk, dat wonder moet gepredikt worden.  

God is, om Jezus Christus, werkelijk enkel en alleen om Hém, God is een genadig God. Hij vergeeft al de zonden voor iedereen, PSALM 2:12, “die de Zoon kust”. Die de Zoon eerbied bewijst. Die de toevlucht neemt tot Hem.  

Dat is de boodschap van genade. Dat is het evangelie van de levende Gezalfde. En die boodschap moet via Pinksteren naar alle volken toe.  

Beseft u, hoe groot het wonder is dat u hier zit als gemeente van de Heere, Jezus Christus? Het heeft er alles mee te maken dat die verkondiging geleid wordt door God. “Hij zendt Zijn verkondigers daarheen waar Hij ze hebben wil, en op het moment dat Hij dat hebben wil”,  Dordtse Leerregels I,3. En waarom doet Hij dat? Opdat die drie-enige God van alle genade geprezen wordt.  

Laat wie Uw heil beminnen hier en nu, en overal, in U verheugd zijn, U ter eer uitroepen: “Gróót is onze HEERE!” 

AMEN