Preek Jesaja 12:4-6 – Nieuwjaarsdag

Print Friendly, PDF & Email

Preek Jesaja 12:4-6 – Nieuwjaarsdag
Door Ds. HG Gunnink, gehouden te  Lutten, 01.01.2020

Liturgie

  • Votum + zegengroet
  • Psalm 106:1,2,3,4
  • Gebed
  • Psalm 106:21,22
  • Lezen
    • Jesaja 10:27; 11:10-12; 12:1-3
  • Psalm 117
  • Tekst
    • Jesaja 12:4-6
  • Bediening van het Woord
  • Psalm 145:1,2,3
  • Dordtse Leerregels V, artt. 14,15
  • Psalm 145:4,5
  • Gebed
  • Dienst van de offeranden
  • Psalm 134:1,2,3
  • Zegen

Preek

Gemeente van onze Heere, Jezus Christus,

Het is altijd weer, -dat vind ik-, dat ‘gedoe’ over die goeie voornemens, die je zou moeten of kunnen hebben, aan het begin van het nieuwe jaar. Hebt u ze?

Het is meestal voor niet meer dan een paar dagen, als je dat al haalt. Of het is dat goeie voornemen van ‘ik rook niet meer, maar ook niet minder.’

Goede voornemens.

Maar neem u wél voor, broeders en zusters, als u daar nog níet mee bezig zou zijn.
En blíjf het doen, als u het al wel doet. Begin met of ga door met het danken van de Heere God.

Dat is geen kwestie van een goed voornemen. Maar dat is een kwestie van, horen wat de Heere zegt, bidden om Zijn Geest, vragen om kracht, en dan inderdaad te doen.

Dat wil ik u ook vanmorgen voorhouden in de dienst van het Woord:

Zing in het jaar van uw Heere, Jezus Christus, 202.., Zíjn dank en lof

Dat houdt de profeet Jesaja, dat houdt de HEERE zelf u voor.

In die eerste drie verzen hebt u gehoord, over Gods heerlijke, verbazingwekkende …
ja, is dat altijd weer verbazingwekkend? Die genade, en die liefde, in Jezus Christus?
U hebt gehoord over Zijn gaven, die zo royaal zijn.

En als u gisteravond hebt ‘teruggekeken’, dan kon u dat allemaal constateren.
Ja, om Christus is Zijn toorn afgekeerd. Dankzij Christus troost Hij u. Zijn vrede, door Jezus Christus, die was er. Helemaal!

En dan, weer een nieuw begin, de zesde keer. ‘Op die dag…’, dat is, in de toekomst. Jesaja spreekt immers nog vóór de toorn van de HEERE, over het volk, waardoor de ballingschap komt. In de toekomst, als de HEERE tóch weer Zijn grote daden heeft gedaan. Kerk van God, wees zeer verheugd!

En laat dan de dank aan de HEERE horen: groot zijn UW daden!
En je kunt bij al die dingen zeggen: en groot zullen Uw daden zijn, ook in dít jaar.

Indringend is Úw Woord. Ja, en indringend zál het zijn.

U zult niet altijd blij het kerkgebouw kunnen verlaten. Want dan zal er gesproken zijn, naar óns hart, en om ménsen te plezieren. Maar het Woord van de HEERE snijdt ook. En soms verlaat je het kerkgebouw, dan ben je heel sterk geraakt, om zo te zeggen. Dan ben je zo aangesproken, en zo op je plek gezet, dat je triest bent, denkend aan jezelf.

En zeker, dan is daar tegelijkertijd dat andere, dat je ongelooflijk dankbaar mag zijn, vanwege Jezus Christus.

Maar op een ander moment is het misschien ook zo, dat dat Woord zo scherp aankomt op een bepaald onderdeel in uw leven, omdat u moet zeggen: ‘inderdaad, ik heb mij hierin te bekeren’.

Het Woord van de HEERE, het goede Woord, dat ook bij scherp spreken, het goede voor heeft. Machtig, HEERE, is Úw reddingswerk en zál het zijn. En wat zijn Uw geestesgaven altijd weer kostelijk.

Kijk, zo gaat het Evangelie door, als de HEERE ons tijd van leven, en tijd van gemeente-zijn geeft. Zo gaat het Evangelie nog altijd overal, alle kanten op.

We werken tegenwoordig veel met ‘www’, en dan toetsen we dat in, en al zijn we thuis, dan kunnen we nog dat Evangelie horen. En zoveel anderen, die ook via internet dat meekrijgen. Telkens weer: ‘laat u met God verzoenen!’

En dan is het in onze tekst niet zo dat de Israëlieten, zeg maar, op pad gestuurd worden. Nee, want die volken waar het over gaat, ‘maakt zijn daden bekend onder de volken’, dat zijn ook degenen die daar in Israël, in Kanaän woonden.

Want hoeveel, -ja, dat is ook triest genoeg-, maar hoeveel mensen hadden de Israëlieten niet laten leven, terwijl de opdracht was; ze moeten allemaal worden uitgeroeid. Het gebeurde niet, en Israël leefde onder allerlei volken.

En later, nakomelingen van Abraham, Joden, ze waren bijna overal te vinden. Niet alleen degenen die in de buurt van Babel bleven. Maar ook degenen die soms gedeporteerd werden, bijvoorbeeld naar Klein-Azië. Maar anderen die vanwege de handel alle kanten optrokken. Waar ze ook waren: ‘maak de daden van de HEERE bekend’.

Waar je ook bent, broeders en zusters, want ook voor ons betekent dat niet meteen: ‘trek er maar op uit en zie maar waar je terechtkomt.’ Nee, het is op de plek waar je woont en werkt. Dat je dáár de vragen beantwoordt en daar verantwoording aflegt, van de hoop die in je is. De hoop vanwege Jezus Christus immers.

Waar je spreekt over je vertrouwen in de Heere. Waar je vooral, -waar het maar mogelijk is, want er zijn ook situaties dat dat niet lukt-, maar waar je vooral het hebt over die genáde weer. Genade van Hem, die toornt tegen de zonde.

En dat moet ook altijd blijven staan, broeders en zusters. Laat het zo zijn dat, -en dat is ook nog nooit zo geweest-, maar het is helemaal in onze tijd niet zo, daar zit niemand op te wachten. Niemand met wie u een gesprek kunt hebben, die zit erop te wachten dat u gaat zeggen van, ‘hoor eens, vanwege je leven, vanwege wat je doet en wat je niet doet, vanwege je niet voldoen aan de normen van de HEERE, is daar Zijn toorn’.

Nee, daar heb je zelf ook niet op zitten te wachten. Dat werd ons in veel gevallen vanaf het allereerste begin thuis duidelijk gemaakt. Maar hoe vaak ben je daar ook niet tegen aan gebotst, en heb je daartegen gesteigerd van, ‘ja, moet dat dan zo, aldoor maar weer?’

Ja, dat moet inderdaad zo. Aldoor maar weer. Om dán te zien, hoe geweldig het is, dat van al die mensen er zoveel worden uitgekozen, en worden bewaard. Die hoeven zelf die toorn niet meer te ondergaan. Hoe geweldig het is, dat zoveel mensen het geloof in Jezus Christus krijgen. En Hem gaan erkennen als hun Redder.

Ja, roep Zijn naam aan. En wat is Zijn naam? Dat is niet meteen: ‘Jezus’ of ‘Christus’.
Nee, Zijn naam, Wie is Hij, wat doet Hij? Zijn naam is Redder, Zijn naam is Bevrijder, de hoogverheven Heere. Zo mag u, in het leven, en door uw leven, het danken en het loven er laten zijn.

Dank Hem, Die redt!

Dat heeft Jesaja meegemaakt, bijvoorbeeld in de tijd van Hizkia. Toen die duizenden Assyriërs omkwamen, vanwege de toorn van de HEERE. ‘Wat doe je Míjn volk, Míjn kinderen, aan te vallen!?’

Dank Hem, die redt!
Loof Hem, die redt!

Door bijvoorbeeld in de tijd van Josia de boekrol weer … Ja, waar kwam die vandaan?
Hij was weg, maar Hij werd teruggevonden. Deuteronomium, voor het dienen van de God van het verbond. ‘Zo wil Ik dat, jullie Mijn bondelingen. Kijk, dit is het, en als je zó naar Mij luistert, wat is er dan een zegen voor jullie.’

We kunnen mekaar vandaag gezegend 202.. wensen. Dan moet je altijd bedenken, die zegen die zal er alleen zijn, in gehoorzaamheid, aan het Woord, aan de HEERE. Dan, -denk maar aan Deuteronomium 28-, als Mijn volk in het verbond leeft, dan … zégen! En dat is overstelpend!

Maar, weigeren ze dat, dan is daar de vloek.

Wie zegen wil ontvangen, laat die in vertrouwen op de Heere Christus altijd weer vragen om het werk van de Heilige Geest. Want vertrouwen op de Heere Christus kunnen we ook niet eens vanuit onszelf. Maar, wat de Heere belooft, en dat is Zijn redding, dat wil Hij geven ook, aan wie Hem daarom vraagt.

Dank Hem, Die redt!

Want, en we zongen daarover en we lazen daarover, overal vandaan, laat Hij de restanten van die, -zeg maar rustig: 12 stammen-, weer terugkomen, uit de ballingschap. En misschien vanuit de 10 stammen een beperkt aantal. En vanuit de 2 stammen veel meer. Maar uiteindelijk, die rést komt terug. En de HEERE gaat verder met Zijn volk.

Dank Hem, Die redt!

En dat is voor ons met de diepste aanleiding: om Jezus Christus, die Zijn volk zal bevrijden van hun zonden.

En dan wordt het Pinksteren. Er is één ding wat die apostelen doen: de gróte daden van de HEERE vertellen. Ja, dat is Pinksteren, dan gaat het over de Heere Christus, en over wat God in Hem en via Hem gedaan heeft. En dan klinkt dat: ‘wie de naam van de Heere, Jezus Christus, aanroept, die zal gered worden van de toorn.’

Dat is een bijzondere uitdrukking, broeders en zusters: ‘het aanroepen van de naam van de HEERE’. Dat vind je al in begin van de Bijbel. En wat betekent dat? Dat is in feite, dat het gaat om wat het centrum van uw leven mag zijn: de dank en de lof voor de HEERE, in de eredienst. Denk maar aan dat zinnetje; ‘in die tijd begon men de naam van de HEERE aan te roepen’, Seth.

Dat is de kern, altijd weer. De HEERE, het centrum van de eredienst. Oude Testament, net zo goed Nieuwe Testament. En niet alleen maar, -want dat is eigenlijk oneerbiedig gezegd-, ‘Hij het centrum van de eredienst’. Nee, het gaat allemaal om Hem, in die eredienst.

Met als consequentie, en daarvoor hebben we op Nieuwjaarsdag de eredienst: om wéér te beseffen, dat het centrum van úw leven zal zijn: alle erediensten om God te danken en te loven.

Zo vaak er eredienst gehouden zal gaan worden, en zo vaak de HEERE het u mogelijk maakt om te komen, naar de gemeente. Om het verbond met de HEERE van zondag tot zondag te vernieuwen. Doe dat!
En blijf bidden, om het werk van God de Heilige Geest, in jezelf, voor anderen, opdat je leven richting krijgt en richting houdt. Richting naar God toe, in een leven waarin u, -en dat blijft altijd bij ons, dat het ook weer niet volmaakt wordt-, maar waarin u toch Christus volgt. Waarin uw instelling is: ik wil luisteren.

En waarin u de zegen krijgt van, maar áls het dan weer mis ging, dan staat daar ook in dat Woord: God is een God van álle genade, roep Hem aan! Dag in, dag uit. En verwacht het van Hem. Verwacht het van Hem, ook als het gaat om die daden van de HEERE bekend te maken. Hij is God. Hij is de Enige. Hij is de grote God, de hoogverheven God.

U hoeft zich in 202.. geen dag, geen moment, voor Hem te schamen alsof Hij, -wat mensen wel eens zeggen van: ‘ja, maar als God dit, dan…-. Nee, Hij is de enige, de grote God die werkelijk alles in Zijn grip heeft en alles stuurt. Koning van de kerk, Hij heeft het hier te zeggen. Heere van alle heren, Hij heeft het ook buiten te zeggen.

Niet een zekere Kim, en niet een Biden, en niet …, wie dan ook… Maar de HEERE! En Hij wil nog steeds dat wonder doen, dat Hij mensen uit de duisternis naar Zijn licht trekt.

Als je er zelf van onder de indruk bent, van Zijn grootheid, en hoe groot Hij is, in genade en liefde, dan zul je ook bidden om wijsheid, om te kunnen spreken, waar de HEERE de gelegenheid en de mogelijkheid geeft.

Dat kan soms heel lastig zijn. Je leeft hier in een streek waarin toch nog heel veel mensen, of kerks zijn, om zo te zeggen, of in elk geval, ze weten nog wel soms wat veel, soms wat minder, maar ze weten nog van de Bijbel. En dan kan het zomaar zijn dat een gesprek heel snel stokt. Ze halen de schouders op: ‘ja dat weten wij ook wel’, of: ‘ach nou ja toe maar…’

Laat het, voor zover het van ú afhangt, aan de orde komen. Maar het hangt maar voor een heel klein deel van u af, om zo te zeggen, er is ook die ander altijd. Maar, úw uitgangspunt zal zijn: Hij heeft recht, op de eer van elk schepsel.

Ik zeg dat tegen de jongeren in de kerk: het is niet zo belangrijk dat je kunt meepraten over van alles en nog wat. Ik kort dat altijd af met V-A-E-N-W, van alles en nog wat. Dan kun je ‘t wat sneller zeggen. Het gaat er niet om dat je slim bent, op het punt van geld, en auto’s, en voetbal, en darten, en mode, en huizen, en noem maar op.

Het gaat er wel om, dat ook bij jullie al, het danken en het loven er als het ware ingebakken zit. Op bepaalde leeftijd, dan vinden kinderen zingen lastig. Niet altijd trouwens, maar dat hoor ik vaak. Dan zijn ze een jaar of 12, 13, 14, jongens krijgen de baard in de keel, klinkt het helemaal niet meer. En dat is het voor thuis wel eens lastig om het vol te houden. Maar gewoon doorgaan met het zingen, samen aan tafel, één keer per dag!

Het staat hier gewoon: ‘zing Psalmen voor de HEERE.’ En dat kun je ook doen als je alleen bent, tenminste als je kúnt zingen. Er zijn mensen die kunnen dat niet. Maar die kunnen wel Psalmen lézen en daarmee als het ware in hun hoofd zingen.
Zing Psalmen, en alles wat er goeds is aan liederen, voor de HEERE. Want Hij heeft wónderen gedaan, ‘Zijn naam moet eeuwig eer ontvangen!’ Zijn naam moet overal, en juist van de Zijnen, eer ontvangen!

Je bent er niet, en je komt er niet, broeders en zusters, met goede voornemens die na een paar dagen weer in de container liggen. Maar je bent er wel, en je blijft er ook, als je in 202.. leeft met het danken en loven. Het danken van de HEERE. Het loven van Hem!
Voor Jezus Christus, voor de Heilige Geest.

Wanneer ga je loven? Wanneer beginnen kinderen te springen en te huppelen? Als ze blij zijn. Als ze een cadeau gekregen hebben. Soms gaan ze dan zelfs zingen. Dan zijn ze zó blij!

Grote mensen mogen zich blíjvend verwonderen. Net zo goed als dat ze dat de kinderen mogen leren: die verwondering, over de Redder.

Het staat geschreven: ‘de lofzang klinkt uit Sions zalen’. Sion is ver weg. Laat de lofzang ook klinken uit de huiskamers in Bergentheim, Bruchterveld, Lutten, Hoogeveen, … en alles hier in de omgeving. Het maakt niet uit in welke taal. Wat kan het geweldig klinken, ook in het dialect.

‘Juich!’, staat er, ‘juich en zing vrolijk, inwoonster van Sion.’ En over wie heb je het dan? Wie is die inwoonster? Dat zijn niet alleen de zusters, maar dat is elk levend lid van de gemeente van Jezus Christus. De gelovige, levend lid van de kerk, die woont in Sion.
En laat die juichen, en vrolijk zingen!

Een lévend lid. Kijk, een dood lid juicht niet. Maar die moet dan ook weten dat de toorn van vers 1 blijft, en dat er geen troost is. Maar het lévende lid dat juicht! Want het Evangelie, -en daar vráág je om op Nieuwjaarsdag, je dánkt ervoor op Oudejaarsdag-, wat is het geweldig, dat dat altijd weer naar u toe mag komen!

Dat Evangelie is zo bijzonder. Dat Evangelie dat is de streep door dood en zonde.
Dat is de overwinning op de satan. Ik weet niet of u die prachtige tekst kent, -net of er geen prachtige teksten zijn, ook weer raar gezegd-, Romeinen 16:20, ‘en de God van de vrede, zal de satan spoedig onder uw voeten verpletteren, de genáde van onze Heere Jezus Christus zij met u! AMEN.’ En die koppeling, dat is het Evangelie.

Juich en zing vrolijk!

Want het is waar, de HEERE, de Heilige van Israël, heeft zich helemaal, ook aan u verbonden. Het verbond met de HEERE, daar kun je op een wat ‘dorre’ manier over praten. Mensen noemen dat dan ‘dogmatisch’. Maar dat verbond met de HEERE is een lévend iets. Dat mag ons elke dag en altijd bepalen. Dat is nooit iets automatisch. Maar dat is: Hij in de hemel en wij op de aarde, en tóch samen op. Dat is het heerlijke en tegelijk ook de ernst van het lid zijn van de gemeente van Christus. Heerlijk in het verbond. Ernstig, want het is de verbondenheid met de Heilige. Juist hier dat woord: de Heilige van Israël.
Dat woord, opdat wij het nooit nalaten, te smeken om genáde in Jezus Christus.
En dan, in vol vertrouwen, want Hij is te vertrouwen! En dan in vol vertrouwen leven in die verbinding van Vader met Zijn kind.

Hoogverheven is Hij, onvergelijkelijk, groot in úw midden. Hoogverheven, dat is, ook ver weg, maar in Jezus Christus heel dichtbij. Zo dichtbij, de Geest van Christus woont in de gemeente, die van Christus is. En in elk gemeentelid dat lééft.

Broeders en zusters, u die gelooft, u mag wonen in Sion. U bent Zijn tempel. Opdat u dankt en de lofzang zingt! HALLELUJA!

AMEN